De hermeneutische kwestie
2003-06-20
Zoals de Christelijke Gereformeerden hun Loonstra hebben en wij onze H. de Jong, zo hebben nu de Vrijgemaakt Gereformeerden hun A.L.Th. de Bruijne. Die drie vragen in de omgang met de Bijbel aandacht voor de hermeneutiek (uitlegkunde). De Bruijne heeft daarover in bijdragen aan de verzamelbundel ‘Woord op Schrift’ dingen gezegd, die nogal wat vragen opriepen, vooral in eigen kring. Op 17 mei werd er een studiedag aan gewijd en De Reformatie van 31 mei drukte de toespraak van De Bruijne over de aard van de bijbelse geschiedschrijving af. Ik citeer een paar passages.- Jaargang 47
- nummer 13
Mijn uitgangspunt in ‘Woord op Schrift’ is, dat de gereformeerde theologie hoognodig meer werk moet maken van de hermeneutische kwestie. Vind je dat niet, dan zul je alleen daarom al gereserveerd staan tegenover mijn bijdragen. Veel verschillen van mening rond het thema van deze dag hebben hiermee te maken: heb je wel of geen antenne voor de hermeneutische kwestie?
Wie eenmaal beseft dat die kwestie urgent is, gaat er positief over meedenken.
Ook als je mijn antwoorden afwijst, kun je dan niet meer om de vragen heen.
Maar wat is die hermeneutische kwestie? Kort gezegd gaat het om het verstaan en gebruik van de Bijbel met het oog op onze eigen tijd.
Daarover is altijd nagedacht. Maar in de Iaatste eeuwen werden de vragen dringender.
• Er kwam besef van de historische afstand tussen de Bijbel en ons. Men kreeg oog voor het feit dat de Bijbel uit een andere cultuur komt dan de onze. We kwamen zeer veel te weten over de oosterse wereld rond de Bijbel. Soms zet dat de Bijbel in een ander licht. Soms ontstaan daardoor vragen bij wat de Bijbel vertelt.
• Het inzicht groeide dat kennis nooit helemaal objectief is: met je subjectiviteit oefen je zelf invloed uit.
• Velen voelden een spanning tussen hun moderne wereldbeeld, bepaald door wetenschap en techniek, en de kijk op de werkelijkheid die met de Bijbel meekomt.
• Ook kwam de vraag op, of je ethische voorschriften uit de tijd en cultuur van de Bijbel zomaar kunt toepassen op vandaag.
• De theologische bezinning zelf leverde ook vragen op. God nam mensen in dienst voor zijn openbaring.
Hoe moet je dat menselijk karakter van het boek van God in rekening brengen? Gods Woord staat midden in de werkelijkheid.
Hoe mag je gebruik maken van kennis uit de werkelijkheid? Gods Woord is toevertrouwd aan de gemeente waarin de Geest wil wonen. Hoe ligt bij een praktische vraag precies de verhouding tussen de Geest, de Bijbel en de gemeente met haar traditie en haar eigen tijd?
Nu vind ik het een groot gevaar dat wij als gereformeerden veertig jaar na veel anderen hun geschiedenis nog even dunnetjes over doen. In de omgang met de hermeneutische vraag moeten wij juist leren van fouten van anderen. Een centrale fout was, dat hermeneutische bezinning in de praktijk vaak betekent: de Bijbel aanpassen aan onszelf en onze tijd en cultuur. Die fout typeert het moderne denken: dat verabsoluteert zichzelf en de eigen tijd en verklaart die tot algemeen en universeel. Anderen uit andere tijden en culturen komen alleen in beeld op onze moderne voorwaarden. Daarin is het moderne westerse denken totalitair en gewelddadig.
Schriftkritiek is een vorm van vreemdelingenhaat.
Het is begrijpelijk dat deze trek christenen kopschuw heeft gemaakt voor de hermeneutische problematiek.
Toch helpt het niet als je er daarom maar omheen loopt; je moet er beter mee leren omgaan. Daarom benadruk ik in mijn betoog over metaforie dat wij het andere niet moeten willen kennen op onze voorwaarden, maar dat wij ons moeten richten naar de voorwaarden van dat andere. Dat geldt al in het algemeen, maar zeker bij het Woord van God.
Sleur niet de Bijbel met geweld jouw wereld in, maar sta open voor de Bijbel in zijn eigenheid en zijn eigen wereld. Veel critici weten kennelijk niets van deze hermeneutische discussies en zien daarom deze nadruk in mijn bijdragen volledig over het hoofd. Ik ga niet stilletjes alsnog achter de hermeneutiek van de schriftkritiek aan, maar ik zoek een betere hermeneutiek. ()
Met deze benadering geef ik veel ruimte aan het onderzoek van de eigenheid van de Bijbel, zoals God deze liet ontstaan in de tijd en de cultuur van toen. Daarmee bestrijd ik mensen, die de Bijbel willen meten aan de criteria van nu. Maar dat laatste kan ook op orthodoxe manier gebeuren. Je typeert de Bijbel dan (terecht) als echte geschiedschrijving.
Maar onwillekeurig plant je daarbij de kenmerken van huidige geschiedschrijving over naar de Bijbel. En misschien ook wel andere gangbare meningen die je bij je draagt. Ook dan doe je de Bijbel geen recht in zijn eigenheid. En je hebt niet door, dat ook je orthodoxe subjectiviteit door je omgang met de Bijbel heen wandelt.
Je kent de Bijbel dan op je eigen voorwaarden. Je kunt dus ook op een orthodoxe manier heersen over de Bijbel.
Wie gevoelig raakt voor de hermeneutische kwestie, moet daarin wel voorzichtiger en zelfkritischer worden.
Ga bij de bijbelse geschiedschrijving niet onkritisch uit van de ideeën die je al had, maar probeer de Bijbel in zijn eigen context te zien.
Tot zover De Bruijne. Vanwege het belang van de zaak blijf ik ook in het volgende nummer nog even bij dit onderwerp. Dan reageert de Nederlands Hervormde dr. G. van den Brink op De Bruijne.