Als banden knellen

2003-07-11
  • Jaargang 47
  • nummer 14
Ouders en kinderen hebben een unieke, door God gegeven band. Deze bijzondere relatie komt echter niet altijd tot zijn recht. Ouders en kinderen kunnen de band die hen bindt daardoor als knellend ervaren.
Aldus het begin van de flaptekst van ‘Als banden knellen’, een deeltje uit de reeks Praktisch & Pastoraal van uitgeverij Groen in Heerenveen. In ‘Opbouw’ van 23 mei 2003 kwam dit boek al even ter sprake.

Het valt op dat er in korte tijd op de christelijke boekenmarkt veel boeken zijn verschenen over gezinnen waar de onderlinge communicatie problematisch verloopt. Het beeld van het christelijke modelgezin heeft –ook in orthodox-christelijke kring- deuken en scheuren opgelopen.
‘Als banden knellen’ gaat over de relatie tussen ouders en hun volwassen kinderen. We weten dat groei met groeipijnen gepaard gaat. Af en toe moet het botsen in een gezin.
Maar er zijn ook veel fundamenteler gezinsproblemen. Er zijn volwassen kinderen die geen enkel contact meer met hun ouders hebben. Dat thema ligt buitengewoon gevoelig. Je buren zullen maar vragen: 'Hoe is het nu met jullie zoon? Ik zie hem nooit meer….' Een dochter die haar ouders geen geboortekaartje van de kleindochter stuurt. Een zoon die niet op de begrafenis van zijn eigen moeder komt. In zulke situaties is het leed bijna niet te peilen. Ouders voelen zich machteloos en piekeren dag en nacht wat er aan de hand is.
Ze hebben immers hun best gedaan?
Aan de andere kant lijken de kinderen niet bij machte te zijn om een gezond contact met hun ouders op te bouwen. Wat is er aan de hand? Daarover gaat dit boekje.

Werelds?
De kritiek vanuit christelijke kring is nogal eens dat boeken die relationele problemen beschrijven doordrenkt zijn van een ‘werelds’ gedachtegoed.
Zo’n opmerking roept veel vragen op.
Moeten we ons verre houden van ieder psychologisch inzicht? Of is de christelijke hulpverlening in gebreke gebleven bij het zoeken naar een bijbels doordachte visie op de onderlinge communicatie? Duidelijk is dat de auteur van dit boekje (Jaap van der Meiden) heeft geprobeerd om dit beladen thema vanuit christelijk perspectief te benaderen. Het boekje ademt een mensbeeld dat enerzijds de realiteit van de gebrokenheid sinds de zondeval benoemt, maar dat anderzijds de mogelijkheden die God ons geeft voor een herstel van geschonden relaties een plek geeft.
Daar waar de auteur psychologische principes beschrijft raakt de christelijke visie (tijdelijk) wel wat meer op de achtergrond. Dat is geen wonder: deze principes kunnen niet rechtstreeks vanuit de bijbel beschreven worden.
Overigens zou de auteur aan de hand van voorbeelden uit de Bijbel hebben kunnen illustreren dat de gebrokenheid van gezinnen waar hij over schrijft al in het Oude Testament realiteit was.

Loyaliteit
Van der Meiden gebruikt als bron voor zijn boekje vooral het werk van één van de grondleggers van de gezinstherapie: Ivan Boszormnenyi Nagy.
Enkele psychologische principes wil ik kort benoemen.
Het eerste principe is de loyaliteit die kinderen van nature aan hun ouders betonen. Toch ontstaan er ook loyaliteitsconflicten.
Er is een schoolfeest, je ouders willen dat je om elf uur thuis bent, maar je vrienden willen dat je blijft. ’s Zondags ga je naar de kerk, maar als je vrienden op zondagmiddag willen zwemmen? Je wordt smoorverliefd op een buitenkerkelijke jongen, je ouders zijn er fel op tegen.
Je ouders willen dat je naar de universiteit gaat, maar jij wilt niet verder studeren. Er ontstaat spanning tussen de eigen wensen en de verwachtingen van de ouders. Zulke loyaliteitsconflicten horen bij het opgroeien.
Het is belangrijk dat kinderen ruimte krijgen om eigen keuzen te maken (dat is wat anders dan dat ouders alles maar goed vinden!).
Soms doen ouders een dusdanig appèl op de loyaliteit van kinderen dat er geen ontkomen aan is. Ze claimen dan gehoorzaamheid. 'Het wordt mijn dood als jij helemaal naar Maastricht verhuist.' 'Ook als wij er niet meer zijn moet je je gehandicapte broer blijven verzorgen.' 'Je vader heeft zich krom gewerkt om jouw studie te betalen.
Je haalt dus je diploma!' Deze kinderen wordt de mogelijkheid van een eigen keuze ontnomen. De kans is niet denkbeeldig dat deze afgedwongen loyaliteit zich later wreekt: de relatie komt -vaak jaren later – alsnog onder druk te staan.

Parentificatie
Om emotioneel evenwichtig op te kunnen groeien moeten kinderen het besef ontwikkelen dat ze er onvoorwaardelijk mogen zijn. Ouders moeten het kind erkennen in zijn uniciteit.
Soms kunnen ouders die verzekering niet aan hun kinderen geven. Hoe triest het ook is: vaak heeft dat met de levensgeschiedenis van die ouders te maken. Zij hebben op hun beurt niet van hún ouders het gevoel gekregen dat ze er mochten zijn. Wat ze bij de eigen ouders gemist hebben, verwachten ze nu van hun kinderen. Er rust dus een zware hypotheek op de emoties van de kinderen: ze moeten hun ouders het gevoel geven dat ze goede ouders zijn. Eigenlijk moeten deze kinderen dus de tekorten van hun grootouders goed maken. We noemen dit psychologische verschijnsel: parentificatie (vgl. het engelse woord ‘parents’ = ouders).

Roulerende rekening
Mensen staan niet los in de tijd: opvoedingspatronen worden vaak van generatie op generatie doorgegeven.
Dit betekent ook dat de manier waarop de relatie tussen ouders en kinderen in de ene generatie vorm krijgt gevolgen heeft voor de volgende generatie. Daarom is het bij de opvoeding belangrijk dat ouders eigen keuzen hebben kunnen maken ten opzichte van hún ouders. In bepaalde families en in besloten gemeenschappen is dat erg moeilijk.
Stel dat een volwassen dochter zich door haar moeder miskend voelt, maar die moeder antwoordt: ik stond altijd voor je klaar…. dan wordt het voor de dochter erg moeilijk om haar emoties te verwoorden. Een gevolg van deze onbesproken emotionele pijn is volgens Van der Meiden dat de woede zich richt op onschuldige derden: vaak zijn dat de echtgenoot of de kinderen.
Als voorbeeld noemt hij een vader die wilde dat zijn zoon theologie ging studeren. Dit bleek een onvervuld verlangen van de vader zelf te zijn. De zoon moet als middel dienen voor de vader om alsnog de erkenning van diens vader te krijgen…..
Als de zoon besluit om naar de HEAO te gaan ontploft de vader.

Oplossing?
Leuk bedacht, al die theorie, maar als een kind nu geen contact meer wil met zijn ouders? Of als er slechts sprake is van minimaal contact?
Daarover gaan de laatste vier hoofdstukken van het boek.
Uiteraard vinden we hier geen kant-enklare recepten, maar wel aanwijzingen voor een bepaalde denkrichting. De auteur doet een beroep op de verantwoordelijkheid van ‘partijen’. Een kind moet bijvoorbeeld niet in de slachtofferpositie blijven zitten. Als volwassene ben je verantwoordelijk voor je eigen handelen.
Daarmee bedoelt de auteur niet dat kinderen zomaar moeten vergeven en alles moeten toedekken.
Ook kun je van kinderen niet eisen dat ze van hun ouders houden. Ze zijn wel (mede-)verantwoordelijk voor het zoeken van een vorm van omgang met elkaar. Van der Meiden geeft daarbij drie stappen aan: 1: durf te beginnen, 2: durf te ontdekken, 3: durf te geven. In een volgend hoofdstuk geeft hij voor ouders hetzelfde patroon aan. Daarbij geeft hij aan dat de geschiedenis helaas sporen trekt die onuitwisbaar zijn. Soms zullen ouders en kinderen niet meer tot elkaar kunnen komen. Als ouders vanuit hun positie hebben geprobeerd te luisteren naar de boodschap van hun kind, maar het landt niet….? Dan is het zaak om deze verdrietige en ingrijpende situatie los te laten en verder over te laten aan God.

Pastoraat
Een apart hoofdstuk is gewijd aan het pastoraat. We zien hier veel valkuilen in het gesprek. Het lijkt bijvoorbeeld aardig als de predikant het verhaal van een gemeentelid aanhoort en af en toe ondersteunt en zegt dat de ouders toch wel erg hard zijn geweest.
Echter: juist door zo’n opmerking kan dat gemeentelid twijfelen.
De loyaliteit komt op het spel te staan: ik heb mijn ouders zwart gemaakt en dat mag ik niet doen…. Aan de andere kant is de predikant soms, voordat hij het zelf door heeft, partij geworden.
Dit hoofdstuk geeft een aantal handvatten hoe predikanten en ouderlingen met dit type problematiek om moeten gaan. Hopelijk wordt er in de opleiding voor predikant ook geoefend met deze situaties die zich in iedere gemeente voor kunnen doen.

Beoordeling
Het is belangrijk dat in ‘Als banden knellen’ een in orthodoxe kring moeilijk bespreekbaar thema aandacht krijgt. Het boek is helder geschreven en daardoor toegankelijk voor veel gemeenteleden. Ook ambtsdragers kunnen er zeker hun voordeel mee doen.
Een aantal knelpunten wordt in het boek niet voldoende belicht. Ik noem er enkele:
- meer aandacht zou gegeven kunnen worden aan spanningen binnen een kerkelijke gemeente als ouders en kinderen moeilijk door één (kerk)deur kunnen.
- meer aandacht voor het aspect van de tijd. We zijn geneigd om ‘vaart’ te zetten (het móét goed komen, we móéten elkaar vergeven). Juist dat moeten vormt een valkuil en zet de verzoening onder druk. Tegelijkertijd biedt het uitstellen ook geen perspectief. Hoe gaan ouders, kinderen, ambtsdragers om met deze tegenstelling?
- er is weinig aandacht in het boek voor psychische problemen die de realiteit van de geschiedenis kunnen vertekenen (zoals een depressie, persoonlijkheidsstoornissen of een psychose).
- hoe ver kan een ambtsdrager gaan in zijn gesprekken en wanneer moet er verwezen worden naar professionele hulpverleners? Ambtsdragers zijn geen therapeut en moeten op tijd doorverwijzen; een lijst met hulpverleningsadressen ontbreekt helaas in het boek.
- 'de pastoraal werker zal met name oog hebben voor de belangen van de meest kwetsbare persoon en vaak is dat het kind…' (blz. 115). Hoewel ik wel een eind met deze stelling mee kan gaan wil ik toch ook aandacht vragen voor de kwetsbaarheid van ouders. Bij een volwassen man van 50 die zijn bejaarde moeder volkomen negeert is naar mijn mening de moeder vaak de meest kwetsbare partij.
- hoewel het wel benoemd wordt zou ik graag nog wat dieper in willen gaan op het peilloze verdriet dat samengaat met de verstoorde communicatie tussen ouders en kinderen.
- sterker mag benadrukt worden dat ouders vaak erg hun best doen om goed voor kinderen te zorgen. Naar mijn mening is er in gezinnen waar kinderen de band met hun ouders verbreken vaak eerder sprake van onmacht of onvermogen dan van pedagogische verwaarlozing. Die onmacht komt op zijn beurt weer voort uit de roulerende rekening die eerder in dit artikel werd genoemd (zie voor literatuurverwijzingen over dit onderwerp ook ‘Opbouw’ van 23 mei 2003).

Tenslotte
Opvoeden is geen kwestie van ‘je stopt er iets goeds in en er komt iets moois uit’. We moeten dus voorzichtig zijn met oorzaak en gevolg-redeneringen.
Wel laat dit boek zien wanneer communicatie tussen ouders en kinderen extra vatbaar kan zijn voor verstoringen.
Ondanks enkele kritische kanttekeningen is ‘Als banden knellen’ een uitgave die de moeite van het lezen en bestuderen waard is. Ik hoop dat het boek zijn weg vindt in onze kerkelijke kring.

Naar aanleiding van: ‘Als banden knellen’ door Jaap van der Meiden. Een uitgave in de serie Praktisch en Pastoraal, uitgeverij Groen, Heerenveen, 2003; 121 blz., prijs 14,50 euro

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief