Ouders van niet-gelovige kinderen praten en bidden samen.
2003-07-11
Heemstede-Haarlem. Net als in veel andere kerkelijke gemeentes, zijn er in de gemeente Heemstede-Haarlem verscheidene ouders met volwassen kinderen die niet meer naar de kerk willen gaan en soms helemaal niet meer geloven. Dat geeft veel verdriet, spanning en soms angst.- Jaargang 47
- nummer 14
De kerkenraad vroeg daarom het toerustingsteam (waarover eerder in Opbouw geschreven is – nr. 5, blz. 18) een avond te beleggen voor ouders die zich in deze situatie bevinden en die hierover willen praten en meedenken. De avond had als doel:
1. Het kunnen delen van elkaars zorgen
2. Een stuk bijbels onderwijs over dit onderwerp
3. Samen bidden voor ons en onze kinderen.
De bijeenkomst is inmiddels geweest en wij vroegen het team naar zijn bevindingen:
‘Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de term 'ouders van niet-gelovige kinderen' niet erg gelukkig gekozen is. Wat de juiste naamgeving zou moeten zijn weten we niet zo goed, maar het gaat om ouders van volwassen kinderen die de weg naar de kerk kwijt zijn, en soms niet meer (christelijk) geloven.
Wij begonnen met naar de bijbel te kijken. We zagen dat de bijbel een 'inclusiviteitsmodel' van het Koninkrijk hanteert, veel meer dan een 'exclusiviteitsmodel'.
Wat we hiermee bedoelen is dat de bijbel uitgaat van de brede reikweidte van Gods genade. Gods woord over onze kinderen 'je bent van mij' heeft altijd het laatste woord.
Israël kon het niet bont genoeg maken om Gods liefde te doen omkeren in volstrekte afwijzing. Dat gaat onze kinderen ook niet lukken.
Uitgaand van een inclusiviteitsmodel kunnen we angst voor (de eindbestemming van) onze kinderen weg doen. Wel moet en mag er verdriet bestaan voor wat gebroken is en wat onze kinderen missen wanneer ze niet actief Gods genade zoeken in hun leven. Maar dat is anders dan angst voor wat dan ook. 'In de volmaakte liefde is geen plaats voor angst.'
Tot slot stonden we stil bij het feit dat bij onze kinderen toch nog veel 'vrucht van de Geest' te herkennen is. Soms hebben we daar niet genoeg oog voor; wanneer we dat wel gaan zien, kunnen we positiever zijn over onze kinderen.
Wij sloten de avond af met gebed. De namen en noden van onze kinderen werden op briefjes gezet, en twee ouderlingen, die bewust de priesterlijke rol op zich namen, baden voor elk kind.
Het werd als een nuttige en vruchtbare avond beleefd’.