Uitgesteld verdriet
2003-08-01
Mevrouw Van Essen staat in haar omgeving –oneerbiedig gezegdbekend als een ‘zeur’. Je doet het nooit goed bij haar. Ze klaagt dat de kinderen veel te weinig op bezoek komen, van de buren hoort ze niets, de dominee komt nooit langs, de ouderling is haar verjaardag vergeten, haar zus belt nooit eens op. Het bij haar op bezoek gaan valt menig bezoeker zwaar. Als je tijd vindt om langs te gaan krijg je ook nog eens te horen dat je veel te weinig komt.Het is verdrietig dat ze daardoor nog meer vereenzaamt, de mensen gaan haar mijden.- Jaargang 47
- nummer 15
Regelmatig pakt mevrouw Van Essen de telefoon. Dan belt ze iedereen op die in haar telefoonboekje staat. Ze begint met “Ja, met mij….”. Je mag dan raden wie het is, maar de meeste mensen die ze opbelt weten het inmiddels wel. Er volgt een klaagzang van mevrouw Van Essen.
Het zusje dat overleed
Onlangs vertelde mevrouw Van Essen iets over haar jeugd. Toen ze 5 jaar was is haar jongere zusje overleden.
Zelf was ze een vrolijk kind dat altijd liep te zingen en spelletjes deed. Haar moeder kon er niet tegen dat ze zo ‘druk’ was. Ze moest verdriet hebben over haar zusje. Erger nog was dat ze begrip moest hebben voor het verdriet van haar moeder. Dat is een onmogelijke opdracht voor een kleuter van 5 jaar.
Mevrouw Van Essen was als klein meisje een ondernemend kind. De wereld ging voor haar door, ook al was er het verdriet van het overleden zusje. De ouders namen toen het besluit dat ze een tijdje ergens anders moest gaan wonen. Ze kwam terecht bij een tante die erg precies was en bij een oom waar ze bang voor was.
“Het werd heel donker in mijn leven” zegt ze. Ik kon niet meer zingen en ik wilde niet meer spelen. Ik at weinig en ik sliep slecht.
Na 3 maanden kwam ze weer thuis.
En ze vervolgt: “Toen probeerde ik me keurig netjes aan de regels te houden. Steeds keek ik naar de ogen van mijn moeder om te weten te komen hoe de stemming in huis was.
En altijd was ik bang mijn moeder te verliezen. Stel je voor dat ik weer bij die oom en tante in huis zou moeten wonen. Maar ergens over praten ging niet. Ik mocht het niet hebben over mijn zusje, want dan werd moeder verdrietig, ik mocht ook niet praten over de periode bij mijn oom en tante.” Na het plotseling overlijden van haar man is het ‘claimen’ van andere mensen door mevrouw Van Essen nog veel sterker geworden. Haar zusje en haar moeder was ze kwijt geraakt, nu was haar echtgenoot ook nog uit haar leven verdwenen. Als gevolg daarvan probeert ze des te meer andere mensen aan zich te binden. Een angst die op de kleuterleeftijd is ontstaan heeft deels de kleur van haar persoon getekend.
Soms is wat wij zo gemakkelijk ‘zeuren’ noemen een uiting van uitgesteld en onverwerkt verdriet.