Vakantie en tuinen
2003-08-15
We zijn dit jaar vroeg op vakantie geweest. Voor Pinksteren vertrokken we en arriveerden we in het uiterste puntje van Luxemburg.- Jaargang 47
- nummer 16
Eerste Pinksterdag wilden we naar de kerk. Vanzelfsprekend. Helaas. Geen protestantse kerk te bekennen. Met Pinksteren niet naar de kerk? Het voelde heidens en onwennig aan. Ik was inmiddels geblesseerd geraakt aan een knie en zei neerslachtig dat ik nooit meer met Pinksteren met vakantie wilde. Nooit meer. Niet dat ik dacht dat die knie de straf op de zonde was, maar toch!
De wandelvakantie werd problematisch door de pijnlijke knie. Mijn man, Jan, reageerde nuchter met: ‘Denk je dat je kunt fietsen? Gaan we terug en blijven lekker in Holland.’ Vier dagen na ons vertrek stonden we weer voor de deur. Onze jongste zoon was thuis.
Hoofdschuddend zei hij: ‘Ik ben wel gewend dat jullie een of twee dagen eerder thuiskomen, maar twee weken vind ik overdreven.’
Een dag later gingen we weer op pad.
We belandden in Brabant. De camping bestond voor een groot gedeelte uit stacaravans en wij hadden de keus tussen een staanplaats op een veld en een plaats met water en afvoer voor ons alleen.
‘Op die aparte plaats is het natuurlijk niet zo gezellig,’ zei de campinghouder zorgelijk. ‘Op het veld zijn ook nog een paar vrije plekken. Dan hebt u aanspraak. Met water, afvoer én antenne.’ ‘We redden het wel een weekje zonder,’ zei Jan, en liet in het midden of hij de antenne of het gezelschap bedoelde.
Na een half uur van pootjes uitdraaien en luifeltje aanhaken, wandelden we langs de stacaravans naar de toiletgebouwen.
Onderweg keken we naar de tuintjes die de eigenaars van de stacaravans hadden aangelegd. Jan en ik houden allebei van tuinieren en we betwisten elkaar vriendelijk iedere vierkante meter grond.
Mijn man zorgt voor de moestuin en ik plant bloemen en kruiden, waarbij ik er niet tegenop zie om mezelf slinks een paar meter extra toe te eigenen.
In liefde, oorlog en tuinen is alles geoorloofd.
‘Kijk nou. Het barst hier van de tuinbeelden. Precies of we in een soort kabouter Plopland terecht zijn gekomen,’ zei ik verbaasd. In vrijwel iedere tuin, stonden schalkse dwergjes met en zonder kruiwagentjes en harkjes, vrouwenbeelden en reeksen eenden en ganzen van witte kalksteen die om vijvertjes en fonteintjes stonden.
‘Schattig,’ zei ik wat beduusd door de hoeveelheid beelden en het gebrek aan onkruid.
Het geheel deed me denken aan mijn oudste zusje. Haar buurvrouw heeft in haar tuin, formaat postzegel, ook een vijver, kabouters en verlichting. Het werkt voortreffelijk tegen inbrekers, want ’s avonds baadt de tuin in het spotlight. Geen dief met een beetje hersens zal er inbreken. Het nadeel van zo`n zee van licht is dat andere tuinen zo donker lijken. Mijn zwager besloot er iets aan te doen. Een van 's lands grote drogisten had een aanbieding: tuinverlichting op zonnecellen.
‘Hoeveel hebt u er nodig,’ vroeg een winkelmeisje.
‘Een lijkt me voldoende, ’ zei mijn zwager. Thuis prikte hij de lamp in de grond.
‘Zo`n lamp gaat vanzelf branden.
Handig,’ prees mijn zwager zijn aankoop bij de buren van de andere kant.
‘We komen vanavond kijken,’ zeiden ze. In de schemering kwamen ze aan en wachtten gezamenlijk af. Toen het volledig donker was, flipte er een klein lichtje aan.
‘Die lucifer daar? Is dat de tuinverlichting?’ De buurman grinnikte vermaakt.
‘Ik had er meer van verwacht,’ gaf mijn zwager voorzichtig toe.
Mijn zusje zei: 'Ik moest me bedwingen om niet in te zetten: Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht. Weet je wel.: gij in uw klein hoekje, en ik in `t mijn.’
Op onze camping brandden de tuinlampen ook uitbundig. En wij hadden het prettig in ons kleine hoekje zonder antenne en buren. Die knie was geen straf op de zonde. We hadden door de gedwongen terugkeer een heerlijke vakantie. En ik heb nog een paar prima ideeën opgedaan ook.
Ereprijs. Tuinen en kerken kunnen niet zonder!