Zending Nederlands Gereformeerde Kerken in historisch perspectief

2003-08-15
  • Jaargang 47
  • nummer 16
Je moet al een insider zijn om scherp zicht te hebben op de zendingsorganisatie van de Nederlands Gereformeerden Kerken. Dat Kampen, Leerdam, Bunschoten-Spakenburg en Den Haag van oudsher zendende kerken zijn, dat weten we wel. Maar hoe zit dan nu met Wormer, dat ds S.J. Veenstra onlangs heeft uitgezonden? En waarom wordt binnenkort de Zuid-Afrikaanse predikant ds J.J.F. Krüger als zendeling van Leerdam bevestigd? Eerst maar eens de historische context, zoals die door Judith Speijer, zendings-scriba van Leerdam, is opgetekend. Later gaan we dan wel in op de verdere ontwikkelingen. De tekst is, waar wenselijk voor publicatie, door de redactie van Opbouw aangepast. Het begin van het werk.

Het zendingswerk in Zuid Afrika door de Nederlands Gereformeerde Kerken gaat terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. De Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt zag het als haar roeping zending te bedrijven in wat men noemde ‘maagdelijk’ gebied.
Men zocht een plek waar niet eerder zending was bedreven en waar onder heidenen gewerkt kon worden die nog niet eerder met het evangelie in aanraking waren geweest.
De Gereformeerde Kerk van Suid Afrika (GKSA) ontwikkelde sinds de synoden van 1869 en 1873 een zendingsvisie over het werken onder gekleurde bevolkingsgroepen.
Dit kon stedelijk gebied zijn, de zogenaamde lokaties, of de afgelegen thuislanden, ver van de grote steden in Natal.
De GKSA beschikte zelf niet over voldoende predikanten om de taak op te pakken en zo werd aan de Vrijgemaakte kerken gevraagd iemand af te zonderen voor dit werk.
Ds Vonkeman zou de eerste Nederlandse predikant worden uit de GKV om te gaan werken onder de Zulu’s in het uitgestrekte bergland van Natal, ten Noorden van Durban.

Hulp ingeroepen
Vanuit de Dopperkerk in Vryheid werd zendingswerk verricht door de eigen blanke predikant in het Nqutu-district.
Toen deze predikant vanwege een beroep naar elders uit Vryheid vertrok, werd de hulp ingeroepen van de Vrijgemaakte kerken via ds. Vonkeman.
De kerk van Vryheid bood dit gebied onder voorwaarden als zendingsgebied aan de GKV aan. Ds W.L. Kurpershoek was inmiddels beroepen voor de missionaire arbeid in Indonesië door de kerk van Haarlem. Omdat hem een visum voor Indonesië werd geweigerd, kwam de weg vrij voor hem en zijn gezin om het werk (uitgezonden door Haarlem) in het Nqutu-district op te pakken.
Later, in de tachtiger jaren, toen het werk voor de klein geworden gemeente van Haarlem te veel werd, nam de kerk van ’s-Gravenhage het zendingswerk over.
Toen het werk in het Nqutudistrict zich uitbreidde, is de kerk van Leerdam gevraagd ook een predikant voor het werk te beroepen. Zo werd ds R. Keesenberg eind jaren zestig uitgezonden. Later volgde ds. P. Busstra, beroepen door de kerk van Bunschoten/ Spakenburg.
Relatie Gereformeerde Kerk van Suid Afrika (GKSA) Vanaf het begin van het zendingswerk heeft de GKSA voorwaarden gesteld voor het werk betreffende de relatie GKSA - Zendende Kerken in Nederland, en het werk van de zendingspredikanten in het zendingsgebied.
Hiervoor is een overeenkomst gesloten met de GKSA. De kerken die ontstaan uit het Gereformeerde zendingswerk moeten opgaan in het gekleurde kerkverband van de GKSA.
De GKSA heeft zich achter de kerken gesteld die eind jaren zestig buiten het verband van de GKV werden geplaatst.
Tussen de synode in Zuid Afrika en de Landelijke Vergadering in Nederland is regelmatig contact. Zo bezoekt een afvaardiging van de Commissie Contact met Buitenlandse Kerken van de NGK regelmatig de generale synode van de GKSA. Dit contact heeft betrekking op de relatie tussen de blanke GKSA kerken en de NGK. Zaken van de gekleurde kerken, ontstaan uit het zendingswerk, worden daar niet of nauwelijks besproken.
De GKSA kent een generale synode waaronder vier regionale synodes vallen. Een blanke synode, een synode van de gekleurde kerken in de Kaapprovincie en twee synodes die de zwarte kerken vertegenwoordigen. De synode Soutpansberg, de zgn. Vendakerken en de synode Middellande waaronder de kerken vallen in Kwa Zulu Natal, ontstaan uit het zendingswerk. De gereformeerde kerken in het Nqutudistrict en het Richmonddistrict vormen samen met enkele andere Zulukerken de classis iTheku, die weer onder de synode Middellande valt.
Lange tijd is er weinig of geen belangstelling geweest vanuit de blanke kerken en predikanten van de GKSA voor het werk onder de gekleurde bevolkingsgroepen.
Pas de laatste jaren zijn er enkele contacten. In februari 2002 heeft een ontmoeting plaatsgevonden tussen blanke en zwarte predikanten in KwaZulu Natal.

GKSA en visie voor zendingswerk
De GKSA kent van oudsher zendingsdebutanten. Echter de verantwoordelijkheid voor en de organisatie van zendingswerk ligt bij de plaatselijke gemeenten. Zo hebben de zendingscommissies van de Dopperkerken van Vryheid en van Newcastle gezamenlijk het werk in Scheepersnek opgepakt, vanouds een boerenplaats waar gewerkt werd onder de werkers van die plaats en van naburige plaatsen. Dit gebied ligt net buiten het Nqutudistrict. Den Haag participeert in dit werk.

Het werkterrein
Kenmerk van de gebieden waar zending bedreven wordt vanuit onze kerken is dat het gebieden zijn die ‘achter de horizon’ liggen.
Het zijn de zogenaamde voormalige thuislanden, gebieden waar van oudsher Zulu’s wonen, ver buiten de stedelijke gebieden. In de tijd van de apartheid werd aan de ontwikkeling van deze gebieden weinig of niets gedaan.
De ontwikkeling van de infrastructuur is pas na de afschaffing van de apartheid ter hand genomen. Onderwijs voor deze bevolkingsgroep had niet de zorg van de regering, evenals de economische ontwikkeling van deze gebieden.
Zo had men in de begintijd van de zending te maken met mensen die veelal analfabeet waren. Voor werk was en is men aangewezen op de grote steden die op meer dan 400 km afstand van het Nqutudistrict liggen. Het gevolg is dat de mannen voor langere tijd van huis zijn. Vaak hebben deze mannen in de stad ook een gezin dat onderhouden moet worden.

Organisatie en opleiding
Bij de voortgang van het zendingswerk ontstond de behoefte aan inheemse helpers voor de zendingspredikant.
Bekwame broeders werden ingeschakeld om te helpen als preekhulp om de ontstane preekplekken te kunnen voorzien van een voorganger voor de zondagse eredienst.
Daarnaast ontstond de behoefte aan eigen gekleurde predikanten.
Broeders die zich geroepen wisten voor predikant kwamen in dienst van de zendende kerk in Nederland als evangelist en begonnen met de opleiding tot predikant.
Het ambt van evangelist is niet bekend in de kerkorde van de GKSA; evangelisten in opleiding zijn tevens ouderling en als zodanig ambtsdrager in de gereformeerde kerkjes.
De predikantenopleiding wordt wel een ‘in dienst’ opleiding genoemd: de zendingspredikanten geven zelf de lessen aan de evangelisten die in het zendingsgebied werken. Voordeel is dat de evangelisten tijdens hun studie werkzaam blijven in het district en dat het niveau van de opleiding aangepast is aan de vermogens van de mensen in het district.
De zendingspredikanten geven zelf de lessen aan de evangelisten in het zendingsgebied..
Het niveau van de opleiding is aangepast aan de mensen in het district. De lessen worden gegeven in het Zulu.
Bovenstaande situatie heeft een moeilijkheid in zich. De GKSA erkent de ‘in dienst’ opleiding eigenlijk niet. De GKSA kent haar eigen theologische faculteit in Potchefstroom, maar deze is te hoog gegrepen voor de mannen uit het district, die daarvoor een te geringe vooropleiding hebben gehad. Tot voor enkele jaren kende men de gekleurde opleiding in Hammanskraal; deze is echter opgeheven. Een eventuele mogelijkheid is de Bijbelschool van Mukanyo in KwaNdebele. Een nadeel daarvan is dat de mannen dan enkele jaren uit het district zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief