Met een vol hoofd in de stilte

2003-08-29
  • Jaargang 47
  • nummer 17
Voor mij ligt een half afgebrand kaarsje. Victor van Heusden gaf het mij in de kapel. ‘Elly jij bent een licht in de wereld’, zei hij en gaf mij het brandende kaarsje. Ik denk terug aan dat moment en aan het hele weekend in de Spil.

Met een in de haast ingepakte tas, mijn hoofd nog vol van een drukke week op het werk stapte ik vrijdagavond bij Albert in de auto. Even later reden we met z’n achten richting Giessenburg. Kees, Sarien, Mies, Martine, Heidi, Wil en wij. Allemaal het boekje van Henri Nouwen ‘Een parel in Gods ogen’ ergens in onze tassen gestopt. Het was een mooi boek. We hadden er samen eerder al uitgebreid over gesproken. Dit weekend zouden we er verder over doorpraten. Wat stond me te wachten? Ik wist het niet!

Peinzen en schrijven
Toen we aankwamen in de keuken stond Victor ons al op te wachten. We installeerden ons, kregen koffie en Victor begon meteen.
We zagen een interview met Henri Nouwen en kregen daarna een papier met de belangrijkste punten uit het eerste deel van het boek.
Victor had daar indringende vragen bij bedacht. Ik moest erover nadenken of ik wel eens uitgedaagd was tot iets wat ik mezelf eigenlijk niet zag doen. Hij vroeg mij te bedenken of ik me gekend voelde door anderen en door God. Ik zat op de bank. Probeerde een antwoord te formuleren op deze
vragen. Van alles kwam in me boven. Ik schreef wat dingen op. Ik zag ook de anderen peinzen en schrijven

Schoenen uit
Daarna gingen we naar de kapel. Aan de buitenkant leek het een eenvoudig schuurtje maar wel met mooie glas in loodramen.
Binnen klonk rustige muziek van Taizé. Ik deed mijn schoenen uit liep naar binnen knielde op het houten bankje en keek naar de spullen die voorin de kapel stonden. Een kruis, een Christuskaars, een aardewerken avondmaalsstel en een menora. Het opvallendste vond ik een schilderij van een jongen die met een hand wordt vastgehouden en met de andere hand voorzichtig de wereld wordt ingeduwd. We zongen, lazen een gedeelte uit de bijbel en baden. Het was er heel stil. Toch zat mijn hoofd nog vol. Ik probeerde me te concentreren maar het lukte niet zo goed.

Bewuster met God
De volgende ochtend om half negen zaten we weer samen in de kapel.
Misschien kwam het omdat alles niet meer zo nieuw was, of omdat ik wat langer had kunnen nadenken over de vragen van de vorige dag maar ik ervoer dit stil zijn voor God als heel bijzonder. Als de dag zo start beleef je zo’n dag ook bewuster met God.
Terug in huis kregen we een tweede blad met vragen.
Ik moest mijn levensweg voorstellen als een trein die door een landschap rijdt.
Bedenken waar er stops waren die belangrijk waren voor mijn leven met God. Ik was ontroerd door de verhalen die we elkaar vertelden.
Samen dachten we na over hoe we onszelf konden geven aan een ander. Een belangrijk thema uit het boek en het leven van Henri Nouwen.
Na een wandeling terug op de Spil bespraken we het laatste deel van het boek.
Wat heb je te geven? Het bleek dat we dat makkelijker van een ander konden vertellen dan van onszelf.
We vertelden elkaar wat we vonden dat de ander gaf. Gek eigenlijk dat we dat niet vaker doen. Het deed iedereen echt goed te horen wat de ander voor moois in hem of haar zag.
Voor de laatste keer gingen we naar de kapel. Ik verheugde me erop. Merkte dat het me ontzettend goed deed om zo even stil te worden. We noemden namen van mensen die we bij God wilden brengen..
Alleen een naam, God kent hem of haar en weet wat hij/zij nodig heeft. We kregen de kaars van Victor en de woorden om een licht te zijn in de wereld. Om dat te kunnen moet je je wel laten opladen bij God. Zo’n stille plek is daarvoor een hele goede manier. Als we afscheid nemen en naar huis rijden komen er voorzichtig plannetjes op.
Zouden wij in Lelystad of misschien zelfs in het Anker ook niet zo’n stilteplek kunnen maken?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief