Praat er maar liever niet over... ...het is niet veilig genoeg
2003-08-29
In de laatste Opbouw stond in ‘Oplocatie’ een fragment uit een plaatselijk kerkblad met als titel: ‘Praat er maar liever niet over’. De uitspraak riep bij mij veel herkenning op. In mijn praktijk als therapeut kom ik deze uitspraak vaak tegen. De ‘redenen’ die genoemd worden in dit stuk zijn ook herkenbaar: je bent er zelf nog niet uit of je bent bang om afhankelijk te zijn van het begrip van anderen, je zoekt naar verhoring van je gebed en God lijkt niet te antwoorden. Begrijpelijk en herkenbaar: het moet immers veilig zijn, veilig bij mensen en veilig bij God.- Jaargang 47
- nummer 17
Ook als gemeentelid zie ik voorbeelden om me heen waarbij mensen terugschrikken om dingen toe te vertrouwen aan andere gemeenteleden of aan de predikant/ouderling. Toch vraag ik me dan altijd af of we dit dan zo ook moeten accepteren als gemeente van Christus.
Moeten we niet aan de ‘andere kant beginnen’, namelijk dat als we voor God mogen zijn wie we zijn, we dat ook aan elkaar mogen laten zien.
Inclusief onze vragen en bijna niet onder woorden te brengen moeiten.
Een paar voorbeelden
Op de warmste dag van het jaar, vorige week, kreeg ik het weer eens extra warm. Ik was in gesprek met iemand die een meelevend lid was geweest in een evangelische gemeente. Na een jeugd vol mishandeling en angst had ze daar warmte en geborgenheid gevonden, samen met haar man en kinderen. Ze voelde zich gekend door God en mensen. Een groot keerpunt in haar leven! Maar toen de verdieping kwam in de onderlinge relaties, toen bleek dat haar oude pijn moeilijk te verdragen was voor de gemeenteleden en sloeg de vervreemding toe. Al jaren gaan ze niet meer naar de kerk. Ze mist het erg en kan ook niet meer bidden, want zou God ook zo zijn? Ik kreeg het warm in dat gesprek, warm van schaamte.
Maar het werd nog warmer die dag: een vrouw die al jaren een moeizaam huwelijk heeft omdat haar man een erfelijke psychische afwijking heeft, belde. Haar kinderen en zijzelf leden erg onder het grillige gedrag van hun man en vader. Gelukkig had de gemeente een pastoraal team. Een vrouw uit dit team bezocht haar regelmatig. Ze was een luisterend oor, leefde mee en gaf af en toe advies.
Als het niet meer ging en de vrouw even van zich af moest praten of ‘een break’ moest hebben, dan kwam ze en ving even de kinderen op en luisterde naar het verhaal.
Na een moeizaam hulpverleningsproces met veel dreigementen doort de echtgenoot, besloot de vrouw te stoppen met haar huwelijk. De pastorale werkster bleef haar begeleiden en de kerkenraad werd op de hoogte gesteld… Toen kwamen de problemen, want echtscheiding kon niet.
De vrouw zou onder de tucht komen. Haar man die nooit naar de kerk ging, kwam nu wel in de kerk en liet volgens de kerkenraad een stuk bekering zien. De medewerkster met het warme hart kreeg het te warm onder haar voeten en vertrok. De afstemming met de kerkenraad was niet voldoende geweest en nu er knopen doorgehakt werden leek de kerkenraad te kiezen voor waarheden uit de Bijbel over echtscheiding. De bevoegdheden van het team werden hen uit handen genomen.
Het team stond met lege handen, blijkbaar was een warm hart niet genoeg.
Aan het einde van die dag sprak ik een ouderling uit een reformatorische kerk.
Zijn vrouw en hij hadden een verdrietig proces van afscheid nemen meegemaakt van de vader van de vrouw: deze had haar misbruikt en ontkende dit. Er was aangedrongen op vergeving, een extra mijl gaan en hun eigen zondigheid was hen ook geschetst. Dus ja, mochten ze wel afstand nemen van hun ouders?
Mochten ze wel kiezen voor veiligheid en ruimte voor henzelf en hun dochtertje?
De ouderling verzuchtte dat er meer professionaliteit in ‘wereldse’ organisaties is dan in de kerkelijke gemeenschap.
Ik kreeg het weer warm.
Zouden we professioneler moeten zijn? Zou het daaraan liggen?
Of zouden we elkaar moeten bezien met een warm hart, elkaar uitnodigend de lasten van ons leven te delen?
Maar ja, daar kreeg je weer een andere last van: last van het oordeel van de ander.
Gemeenschap zijn
Ik ga even terug naar de ‘redenen’ die genoemd werden in het stukje ‘praat er maar liever niet over’. Die redenen zijn goed te begrijpen.
Je schaamt je, je denkt dat je de enige bent, dat je God kwijt bent. De anderen uit je gemeente lijken dit niet te hebben. Zij maken dit niet mee, hebben contact met God en hebben wellicht niet die fouten gemaakt die jij hebt gemaakt. Het is niet veilig genoeg. Dus je zit er alleen mee…..in jouw woestijn.
Begrijpelijk dat je je niet kwetsbaar opstelt want je kunt gekwetst worden.
Hoe halen we nu deze woestijn binnen de gemeente?
Hoe zorgen we dat mensen die het moeilijk hebben niet het gevoel van ‘te zondig/te ongelovig’ hebben (en als zondebok de woestijn in worden gestuurd?).
Want je kunt wel het gevoel hebben dat je een probleem hebt, maar misschien ligt er wel een probleem in de gemeenschap… zij kunnen het niet met je dragen….
Hoe zit dat met die tekst uit 1 Corinthe 12 dat ‘als één lid lijdt alle leden mee lijden’?
We weten dat Christus in ieder geval mee lijdt, want het is Zijn lichaam. Waarom nemen wij dan onder elkaar genoegen met minder? En hoe zit dat met alle leden van de gemeente? Zijn ze nu onderdeel van het Lichaam omdat het hen goed gaat of omdat ze Christus nodig hebben?
M.a.w. zijn we lid van de gemeente omdat we een goed contact met God hebben en het ons uiterlijk niet moeilijk valt om ons te gedragen zoals het behoort, of omdat we God zo nodig hebben in de woestijnen van ons leven?
Wordt het ons te warm onder de voeten in het zicht van andermans moeiten (en wellicht onze eigen lasten) of wordt ons hart warm daarbij….
omdat we Zijn warme hart kennen.
En ja, ik geef toe….bij sommige problemen denk je ‘dit is niet menselijk meer’, je bent ontzet en verstomd. Je voelt wellicht verachting en bent bang voor besmetting of dat je er zelf niet tegen kunt. Het gaat je te ver en het is niet meer te begrijpen voor je (Jes. 52: 14 en 53: 2+3) Maar dat was toch het leven van Jezus? Zijn lijden was bijna niet te verdragen voor Hem en zeker niet voor Zijn omstanders en volgelingen.
Ze liepen erbij weg.
‘Praat er maar liever niet over’ is dat jou probleem of dat van de gemeenschap?
Een warm hart in veiligheid
In het voorbeeld van het pastorale team werd het team de ‘dupe’ van onduidelijke afspraken met de kerkenraad.
Het leek dat het warme hart uitgespeeld werd tegen waarden en normen.
Het warme hart verloor het –zo leek het- van de schok in de zekerheden omtrent Gods wil. In de psychodynamiek is het een wet van Meden en Perzen dat, als er iets tegen een systeem ingaat, het systeem die- of datgene uitstoot.
Dat is altijd een gevaar om een persoonlijk probleem van iemand alleen als persoonlijk probleem te zien (en niet ook dat van de gemeenschap). Je kunt dus gekwetst raken…
Moeten we dat dan maar zo accepteren als wet van Meden en Perzen, of kunnen we met een warm hart bezig zijn met elkaar? Kunnen we ook vanuit een warm hart leven met Gods waarden over ons leven?
Ja dat kan! Ik waag me aan een (beperkt)aantal aanbevelingen hiertoe. Ik denk dat we meer veiligheid krijgen als individu en als gemeenschap als we:
• doordrongen raken van Gods onvoorwaardelijke liefde voor ons persoonlijk, ook in ons lijden, (dit dient via prediking en omgang met elkaar duidelijk te zijn)
• een stuk eerlijkheid vragen van ieder gemeentelid, maar ook van de predikant en de ouderlingen begrijpen dat God een ieder persoonlijk vormt en kneedt om tot Zijn beeld te komen en daarin met iedereen een andere weg gaat
• als gemeenschap duidelijk hebben waar we voor staan met onze waarden en normen omtrent de liefde voor elkaar (maar ook omtrent Gods heilzame waarden over ons leven)
• als kerkenraad duidelijk hebben hoe relaties ingevuld dienen te worden als er spanningen zijn omtrent lijden en Bijbelse waarden.
Praat er maar liever wel over, want dan kom je (hopelijk) in contact met een warm hart, zodat je Gods hart weer kunt gaan voelen.
Alie van Dalen is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Nunspeet, heeft een eigen praktijk als therapeut en is daarnaast docent/ supervisor aan de afdeling Godsdienst Pastoraal Werk van de Christelijke Hogeschool te Ede