Zending in Nederland (2)

2003-09-12
  • Jaargang 47
  • nummer 18
De vorige keer schetste dr S. Paas in zijn artikel in Theologia Reformata het beeld van wat hij noemt: ‘de seculiere mens’. We eindigden toen met de vraag: Hoe bereik je nu zulke seculiere mensen? Paas:

Het lijkt me moeilijk deze mensen te benaderen met een klassieke boodschap van zonde als het doen van overtredingen en verzoening als vergeving van dingen die je verkeerd hebt gedaan.
Zeg maar het klassieke evangelisatorische drietrapsgesprek. Daarbij probeer je eerst mensen te overtuigen dat ze zondig zijn. Dat lukt meestal nog wel. Althans, mensen willen best erkennen dat ze niet volmaakt zijn. Wie is dat wel? Maar de tweede stap is al moeilijker, want je wilt dat mensen zich er ook heel beroerd onder voelen, dat ze er last van hebben. En dat is al veel moeilijker. De meeste mensen vandaag de dag hebben niet zo’n diepgeworteld schuldbesef. De derde stap (en daar wil je nu zo graag uitkomen!), valt dan meestal helemaal in het water: je wilt Christus en Zijn verzoening verkondigen.
Maar waarom een oplossing aanbieden als mensen geen probleem ervaren?
We moeten constateren dat juist de steeds groter wordende groepen met een seculiere levensvisie in Nederland slecht bereikt worden. Dus: jongeren, stedelingen en hoger opgeleiden. En eigenlijk geldt ook binnen de kerk dat steeds minder mensen nog echt geraakt worden door een boodschap van vergeving van schuld. Ik vind dat een groot punt van zorg. Wij zullen als christenen moeten leren de taal te spreken van deze groepen. Eén van de elementen daarin is het leren nadenken over kruis en verzoening op een manier die past bij deze groep.
Traditionele en seculiere mensen kun je onderscheiden naar de manier waarop zij zien dat zij het Evangelie nodig hebben.
Mensen uit traditionele culturen reageren goed op een presentatie van het Evangelie die hen aanspreekt op moreel tekort. Zonde weerhoudt je ervan om zo goed te zijn als je zou moeten zijn en daarom verbreekt het de relatie met God (of met het hoogste doel in je leven, wat dat dan ook maar is).
Mensen die meer ‘seculier’ of ‘postmodern’ in elkaar zitten hebben slechts een vaag of geen besef van God en hebben nauwelijks besef van morele absolute grenzen. Zij reageren beter op een presentatie die zegt: ‘Zonde weerhoudt je ervan om zo vrij te zijn als je zou moeten zijn voor je geluk. Het maakt je tot slaaf en ontmenselijkt je’.
Een sterkere nadruk dus op bevrijding van slavernij in plaats van op vergeving van schuld en tegelijk waakzaamheid, want deze bevrijding is nooit oppervlakkig.
Onze onvrijheid is een schuldige en opstandige onvrijheid.
Beide benaderingen zijn bijbels. () Ik denk dat mensen ook vandaag bereikt moeten worden met een boodschap van schuld en verzoening. Maar we zullen op een andere manier moeten spreken over schuld en op een andere manier over verzoening. () De vraag aan mensen moet niet zijn: wat heb je allemaal verkeerd gedaan? Maar: wat drijft je leven? Wat beweegt je?
Bij traditionele mensen is dit vaak de goedkeuring van anderen of van zichzelf.
Zij willen aan de normen voldoen.
Hun typische zonden zijn: hoogmoed (wanneer zij aan de normen voldoen die zij zichzelf stellen en zien dat anderen dat niet kunnen) of moedeloosheid en twijfel (wanneer zij zien dat zij niet aan hun normen kunnen voldoen). Wij zullen tegen hen moeten zeggen: maar je zult nóóit aan de norm kunnen voldoen als God niet centraal staat in je leven. Een ordelijk en hoogstaand (‘fatsoenlijk’) leven is hun afgod. Daaraan meten zij zichzelf en anderen af. () Zulke mensen zullen boos worden als iemand dat ideaal bedreigt. Zij zullen zich superieur voelen als zij erin slagen aan hun ideaal te voldoen. Zij voelen zich minderwaardig als het niet lukt. Zij worden somber en terneergeslagen als zij steeds opnieuw falen. Zij voelen zich verongelijkt wanneer anderen bevoordeeld worden die het minder verdienen dan zij, de werkers van het eerste uur.
Zij oordelen anderen voortdurend, want dat hebben zij nodig om zich boven anderen te kunnen verheffen. Immers hun doel is: beter zijn dan anderen. () Bij seculiere mensen is hun afgod vaak vrijheid of zelfontplooiing. Zij vertonen dezelfde verschijnselen als iemand dat ideaal in de weg staat. Boosheid, terneergeslagenheid, ongevoeligheid, verdriet.
Wij zullen hun moeten vertellen dat je niet echt vrij bent, tenzij God op de eerste plaats staat in je leven. Je kunt zo gemakkelijk een slaaf worden van je streven naar vrijheid en ongebondenheid.
Je kunt zo op zoek gaan naar jezelf dat je jezelf voorbijloopt.
Christus heeft ons vrijgemaakt. Pas als we Hem in ons leven op de eerste plaats hebben, zullen we ervaren dat andere dingen minder belangrijk worden.
Ze hebben ons niet meer te pakken.
Je kunt je dan ook binden en geven aan anderen, uit vrije wil, omdat je een hoger doel hebt. Dat is ontspannend en in die ontspanning ligt ware vrijheid. () Zonder Christus zijn mensen slaven. Van plichtsgevoel, van ouderlijke goedkeuring, van christelijk prestige, van macht, van vrijheidsdrang. Slaven van hun afgoden. En die afgoden zullen hen uiteindelijk vernietigen. Christus kwam om ons vrij te kopen. Wij ervaren zelf aan den lijve wat het kost om te vechten tegen de afgoden. Het is een dagelijks proces van bekering. Daarom staan wij niet boven mensen, maar naast hen. () Wil je vrij zijn? Wij ook! Christus geeft vrijheid, meer dan wij kunnen dromen.
Vrijheid van slavernij, van onrust, hoogmoed, gejaagdheid. Hij geeft vrede, rust en vreugde. Hij geeft ons de ruimte om onze mogelijkheden te verkennen en te gebruiken, zonder erdoor te worden beheerst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief