Lid van de kerkenraad
2003-09-26
In het vorige nummer van ‘Opbouw’ ging het over teleurstellingen waar ouderlingen soms tegenaan lopen in de ontmoe-ting met andere gemeenteleden.- Jaargang 47
- nummer 19
Deze keer komen we bij een nog veel belangrijker oorzaak van veel ellende: het feit dat je als ambtsdrager automatisch ook deel uitmaakt van een kerkenraad. De problemen concentreren zich op twee punten: de wijze waarop kerkenraden vergaderen en de manier waarop mensen binnen een kerkenraad vaak met elkaar om blijken te gaan.
Waar gaat het over?
Een paar geluiden: Het eerste is van iemand die ouderling is, maar die het liefst weg zou blijven van de vergaderingen, vanwege een al maandenlang slepend conflict binnen zowel de kerkenraad als de gemeente (over relatievormen). De situatie splijt de gemeente, men verwacht van hem een keuze, maar voor hem is het niet zo dat als je ‘a’ kiest, je dan automatisch tegen ‘b’ bent.
Helder en voor velen maar al te herkenbaar is de constatering van een ander: ‘De meeste tijd in de kerkenraad ging zitten in regelzaken en daar ben ik niet goed in’.
Of weer een ander: ‘Er zijn ook nog de kerkenraadsvergaderingen. Ze duren vaak verschrikkelijk lang en de echt belangrijke dingen komen niet eens aan bod.’ Een voorbeeld van dat laatste: Iemand schrijft: ‘Ik kreeg een drietal verslagen van een kerkenraad 'toevallig' onder ogen. Ze gaan bijna helemaal over de verbouw van het kerkgebouw en dat daar geen geld voor is. Er werd tot diep in de nacht vergaderd. Ik kreeg het er bijna benauwd van. Als ik daar in de kerkenraad had gezeten, had ik dan niet ter plekke bedankt? Dat past niet bij mijn manier van werken, maar ik zou me daar toch wel erg wanhopig hebben gevoeld.’ Als je dat leest, dan denk je: hoe zouden die ambtsdragers daar zich voelen?
Of zitten er nu een paar ambtsdragers in de kerkenraad die de volgende keer voor 'de eer' bedanken?
Evaluatie
Waarvoor is een kerkenraad eigenlijk verantwoordelijk? Een hoop narigheid ontstaat doordat wij vanouds geleerd hebben dat de kerkenraad verantwoordelijk is voor alles wat er gebeurt in de kerk. Als dat waar zou zijn, is het een ramp. Maar het is niet waar! We hebben het toch niet voor niks over het priesterschap van álle gelovigen? En we zijn toch Christen, dat wil zeggen (volgens de uitleg van de Catechismus): profeten, priesters en koningen?
Laat daarom verantwoordelijkheden asjeblieft daar waar ze horen!
Communicatie
Nu komen we bij iets dat nog essentiëler is dan het voorgaande. Want op het vlak van (open) communicatie binnen een kerkenraad gaat nog steeds erg veel mis. Een selectie uit de binnengekomen reacties: Een ouderling zegt moe te zijn van de spanning tussen kerkenraad en dominee, maar vooral van de onderhuidse conflicten die nooit werden uitgesproken omdat de lieve vrede bewaard moest worden. ‘Het wordt je kwalijk genomen als je zegt waar het op staat’.
Een ander dacht de kerkenraad als veilige basis te kunnen hebben, maar ervaart nu ‘dat je het nooit goed doet’.
De vrouw van de ex-diaken uit het eerste artikel schrijft: ‘Mijn man vertelde vaak hoe het er aan toeging in de kerkenraad, zo liefdeloos en vol vooroordelen aan de hand van bijbelteksten. Dat vond ik vaak ontluisterend. Hij heeft het diakenschap destijds aanvaard omdat hij het als een roeping van God beschouwde.
Op die manier kon hij zich met raad en daad inzetten voor de gemeente. Misschien was dat naïef.
Want de werkelijkheid was anders.’ Weer een ander noemt met name de jarenlange spanning over traktement van de predikant en de manier waarop deze omgaat met conflicten (‘hij zet voortdurend de hakken in het zand’). ‘Het is alsof de kerkenraad altijd klaar moet staan, maar dat de dominee overal nee op mag zeggen.
Dat moet je eens in het gewone bedrijfsleven proberen’.
Eenzaamheid van de ambtsdrager
Een en ander mondt uit in een diepgevoelde eenzaamheid.
Een vrouw van een ouderling schrijft: ‘Ik hoor en zie mijn man thuis komen van de kerkenraad. Ik zie zijn vermoeide trekken. Ik merk het, als hij zich op een moeilijk bezoek voorbereidt.
Ik bid voor hem, ik bid voor de mensen waar hij naar toe gaat. Hij kan, mag en wil er niet veel over zeggen, maar ik vang signalen op. Ik zie zorgen. Maar ik zie ook blijdschap. Er zijn fijne gesprekken naast de moeizame, er zijn successen qua beleid naast tegenstand. Maar wat ik nooit merk, echt in al die jaren ook nooit gemerkt heb, is dat er wel eens een medekerkenraadslid opbelt en vraagt: hoe gaat het nu met JOU? Kun je het allemaal aan? De kerkenraden waar hij deel van uit heeft gemaakt in zijn leven zijn geen team. Er wordt alleen gewerkt. Er wordt hééél veel vergaderd.
Maar nooit is er tijd om samen de Bijbel te lezen, meer dan een paar verzen bij de opening. Een kort gebed, zo van: Nu moet de Heer Zijn handtekening nog even zetten...
Maar pastoraat aan elkaar??? Nooit van gehoord!’
Gehersenspoeld?
Moet je een ander mens worden, wanneer je in de kerkenraad komt?
Iemand meldde een opmerking, gemaakt ergens op een bijbelkring, over kerkenraadsleden: ‘Het zijn best aardige mensen waar je over het algemeen goed mee kunt praten, totdat ze in de kerkenraad verdwijnen, dan zijn ze niet meer aanspreekbaar. Het lijkt wel of ze gehersenspoeld zijn.’ In dezelfde geest schrijft ook iemand die overspannen is geraakt, mee ook door de kerk. Hij vertelt nog nooit gereageerd te hebben op een artikel in Opbouw; dat hij dat nu wel doet, is o.a. ‘omdat ‘DE KERK’ zo ontzettend veel op zijn geweten heeft’. En hoewel het intussen veel beter met hem gaat, schrijft hij toch: ‘Waar nog wat van is blijven hangen, is boosheid op DE KERK; het instituut kerk, en dan meer nog DE LEER van de kerk, danwel de mensen die die leer zo fanatiek brachten.’ Wat akelig, als mensen de kerk en haar vertegenwoordigers zo hebben ervaren. Als ambtsdragers blijkbaar soms het idee hebben dat ze ‘de ideologie van de zaak’ moeten uitdragen.
Maar zo heeft de Here Jezus het ons toch nooit voorgedaan? Kijk naar de twaalf discipelen: totaal verschillende mensen, allemaal met hun eigen sterke en zwakke kanten. En zó werden ze in dienst genomen, als zichzelf, als de mensen die ze waren. Zó mochten ze de Here dienen.
Jezelf zijn...
Onlangs heb ik een toerusting verzorgd voor pastoraal bezoekers (en ouderlingen) in onze gemeente. Als eerste punt heb ik daar gezegd: ‘Het belangrijkste instrument waarmee je werkt, dat ben je zelf. Dat is niet iets van buitenaf, maar dat is wat jij zélf van de Here hebt meegekregen.
Natuurlijk: je gaat met de Here; je mag erop vertrouwen dat de Heilige Geest met je mee zal gaan en je zal leiden, en je gaat ook met het Woord van God in je hand en in je hart. Woord en Geest, die twee. Maar die nemen gestalte aan in jou. Een unieke gestalte; want jij bent uniek. Jij bent anders dan ieder ander mens. Zo heeft God dat gewild, en zo is dat goed. En daar moet je ’t mee doen. In dié zin bedoel ik het als ik zeg: het belangrijkste instrument waarmee je werkt, dat ben je zelf.
Wees daarom jezelf. Speel geen rol.
Probeer niet je zo te gedragen als je denkt dat anderen dat van jou verwachten.
Dat werkt niet, mensen doorzien dat, je valt ermee door de mand. Wees gewoon jezelf.’