Over regelingen jeugdwerk en kerkelijke onderzoeken
2003-10-10
Als het aan de commissie Jeugdwerk van de Landelijke Vergadering ligt, wordt de stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk zodanig omgevormd, dat de verantwoordelijkheid voor financiering en organisatie bij de LV (de kerken) komt te liggen.- Jaargang 47
- nummer 20
Ook moeten kerkelijke examens in alle regio’s gelijk zijn en in de regionale onderzoekscommissies moeten niet alleen predikanten zitten. Dat is zowel belangrijk voor de kerken als voor de kandidaten, vindt de regio Utrecht. ‘Er moet een beschrijving komen van het traject van theologische opleiding en studiebegeleiding en, via de diverse kerkelijke examens, naar preekconsent en beroepbaarstelling.’ Het NG-Jeugdwerk
De commissie moest onderzoeken hoe het jeugdwerk door de kerken kan worden voortgezet en wel zodanig, dat de kerken zowel inhoudelijk als financieel verantwoordelijk zijn. Het loslaten van de stichtingsvorm van het NGJ bleek geen oplossing, omdat jeugdwerker André Maliepaard aan een rechtspersoon verbonden moet zijn. De LV is geen rechtspersoon.
De jeugdwerker in plaats daarvan aan een bepaalde gemeente verbinden heeft ook zo zijn nadelen. Dat betekent allereerst een ‘fors financieel risico voor die gemeente en als de jeugdwerker ook landelijk actief moet zijn, kunnen spanningen ontstaan met de wensen en belangen van ‘zijn’ gemeente’.
Ook zou de werkgever, een gemeente, geen zeggenschap hebben over de werknemer. De commissie die dat wel heeft is weer geen werkgever.
‘Alle betrokkenen verkeren eigenlijk doorlopend in een spagaat’, meent de commissie.
Daarom stelt zij voor de statuten van de stichting NGJ fors te wijzigen en te zorgen dat de LV de leden van het stichtingsbestuur benoemt. Dat bestuur moet bovendien worden uitgebreid met deskundigen op financieel en beleidsmatig gebied en is verantwoording schuldig aan de LV. Tevens moet de LV besluiten tot landelijke financiering van het NGJ door een vast bedrag per ziel te heffen.
De commissie voegt eraan toe, dat het NGJ nauw samenwerkt met de Christelijke Gereformeerde Jongeren Organisatie.
Maliepaard werkt twee dagen per week voor het NGJ en is sinds 1 juli ook parttime verbonden aan de CGJO. (SK) Overigens raakt de CGJO door de jongste rijksbezuinigingen 87.000 euro subsidie kwijt. In totaal werd circa anderhalf miljoen euro gekort op kerkelijke jeugd- en welzijnsorganisaties, waarbij het SOW-jeugdwerk met ruim 500.000 en de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond met 355.000 euro de zwaarste klappen opliepen. De Driehoek (GKV) moet circa 300.000 euro inleveren.
De kerkelijke examens
De regio Utrecht doelt met het voorstel tot stroomlijnen van de kerkelijke examens op het onderzoek voor het verlenen van preekconsent, het toelatingsonderzoek om beroepbaar te worden gesteld en tenslotte het afsluitend onderzoek om na een aangenomen beroep te kunnen worden bevestigd.
Op die onderzoeken zou een commissie van de regio zich moeten voorbereiden. Het moet ook geen herhaling worden van de theologisch-academische onderzoeken tijdens de opleiding, maar zich tevens richten op de praktijk van het kerkelijk leven. Per onderzoek moet worden vastgesteld, welke onderdelen of examenvakken daar thuishoren. En: ‘De regio’s moeten ernaar streven voor een deel van de examinatoren anderen dan predikanten te benoemen.’ Bovendien zou het goed zijn kerkelijke onderzoeken beter te spreiden, omdat nu veel werk terechtkomt op de schouders van regio’s waar veel kandidaten wonen.
Verder moet er een beroepsprocedure komen voor afgewezen kandidaten.
‘Bij voorkeur een permanente commissie met bindende bevoegdheden.’ Tenslotte moet voor predikanten die uit andere kerken overkomen een aangepaste, voor alle regio’s gelijke regeling van onderzoek en eventuele beroepbaarstelling worden ontworpen.
Bij dat laatste sluit de regio van het Zuiden zich aan en zij verwijst naar de procedures die de GKV en de CGK daarvoor gebruiken.