Wat borderline met je doet

2003-10-10
  • Jaargang 47
  • nummer 20
In de wachtkamer bij de tandarts. Je oog valt op een artikel in de Viva.
Het gaat over borderlines. Je leest een aantal kenmerken en je denkt…: mijn schoonzus heeft dat ook. Geen wonder dat mijn broer het zo moeilijk heeft in zijn huwelijk….
Zo gaat het tegenwoordig vaak met ziektebeelden. Er wordt gegrossierd in diagnoses. Naast laagdrempelige magazines vinden we ook op internet allerlei informatie. Niet alleen de medische diagnoses, ook psychiatrische beelden trekken vaak de aandacht.
Eén van die ziektebeelden is de borderlinestoornis bij volwassenen.

Een goede diagnose kan voor familieleden en bekenden veel verhelderen.
De andere kant is dat die diagnose iemand te veel een etiket op kan plakken. Alle gedrag wordt dan verklaard vanuit de diagnose. Dat gaat ten koste van de uniciteit van een persoon. Je bent niet ‘dé borderline’, je bent in de eerste plaats Francien of Marieke met deze ouders, opgegroeid in dit gezin, in deze omgeving en met jouw eigen levensverhaal.

Sympathiek
Arthur Hegger heeft een boek geschreven over de vraag wat borderline met je doet. Met die vraag komen in het boek twee thema’s duidelijk aan de orde: wat betekent de stoornis voor de cliënt zelf en welke invloed heeft deze op mensen in de omgeving?
Hegger werkt als psycholoog en psychotherapeut bij Eleos, stichting voor gereformeerde geestelijke gezondheidszorg.
Tijdens de Opbouwdag 2003 verzorgde hij een workshop over ‘vergeven’.
Het sympathieke van dit boek is dat het met zoveel warmte is geschreven.
Hegger worstelt zelf met het ‘etiket’ borderline. Het liefste had hij die naam vermeden. ‘Ik merkte echter dat de tekst te stroperig werd als ik steeds omschrijvingen gebruikte. Ter wille van de leesbaarheid ben ik daarom het woord borderline gaan gebruiken.
Neem veel uit dit boek over, maar deze gewoonte niet. Het gaat altijd om een concreet mens met een naam’ (blz. 9).

Interviews
Het boek begint met een reeks vaaggesprekken met mensen: met cliënten zelf en met een moeder van een meisje bij wie de borderlinestoornis is vastgesteld.
Deze interviews werden verzorgd door Chantal Visser in het kader van haar afstudeeropdracht aan de Christelijke Hogeschool in Ede.
Mevrouw Postma werkte als secretaresse, als vertaler en later als manager.
Rond haar 35e jaar kwam ze in de WAO terecht. Uiteindelijk werd bij haar een borderlinestoornis vastgesteld.
Ze vertelt dat contacten vaak mis gaan. Twee mensen zijn in haar leven erg belangrijk: haar tante en haar vriend. Ze klampt zich aan hen vast, maar zij hebben dan de neiging om zich terug te trekken. Het contact met haar (verdere) familie is slecht, mede doordat ze zo fel kan reageren.
De relatie met haar vriend is vaak gespannen. Mevrouw Postma vertelt dat ze erg kan doordrammen, juist het tegenovergestelde wil van wat haar vriend voorstelt. Als ze te heftig uitvalt gaat hij naar zijn eigen huis.
Mevrouw Postma trekt dan de stekker van de telefoon eruit en ze sluit zichzelf dagen op in de slaapkamer. ‘Zo maak ik iedereen ongerust’ vertelt ze.

Geschiedenis
De naam borderline komt uit de psychiatrie uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Men maakte toen onderscheid tussen mensen met een neurotische stoornis (de beleving van de realiteit is goed, maar men kan door verdringing niet goed functioneren) en mensen met een psychotische stoornis (het contact met de werkelijkheid is verstoord).
Er was echter een groep cliënten die niet in deze indeling paste: de ‘grensgevallen’ (borderlines).
Op den duur werd borderline een vergaarbak van allerlei onbegrepen diagnoses. Pas veel later in de vorige eeuw kreeg de term een nieuwe betekenis.

Kenmerken
De diagnose borderlinestoornis wordt veel vaker bij vrouwen dan bij mannen gesteld. Men weet zich geen raad met zichzelf en in de omgang met anderen zijn veel moeilijkheden. Er is sprake van een diepgaand patroon van instabiele relaties en snel wisselende stemmingen. Men stort zich in een contact, maar er is direct weer de angst om verlaten te worden. Andere mensen worden geïdealiseerd óf gekleineerd: iemand is helemaal goed óf erg slecht. Het beeld kan ook zomaar omslaan: van de beste dominee tot iemand die door en door slecht is, van een fantastische kerkelijke gemeente tot een kerk waar niets meer van deugt. Vaak voelen mensen met een borderlinestoornis van binnen een enorme leegte. Het zelfbeeld kan plotseling veranderen: het ene moment kan iemand de hele wereld aan en een uur later kan er niets meer. Er is een prima contact en een kwartier later gooit diezelfde persoon alle woede eruit. Omdat er eigenlijk altijd sprake is van crisis wordt wel gezegd dat instabiliteit het enige is dat bij een borderline stabiel is. Daardoor staan relaties met mensen met een borderlinestoornis altijd onder druk.

Diagnostiek
En…. is die (gefingeerde) schoonzus uit de introductie nu een borderline?
Nee, dat kun je als familielid nooit zo vaststellen. Bovendien valt de diagnose voor een deel samen met andere psychiatrische ziektebeelden, waarbij vooral het hoge verband met depressies opvalt (50%). Het stellen van een diagnose is een complex proces. Ook met de vragenlijst die in dit boekje is opgenomen kun je de diagnose niet stellen. Hooguit zijn er in de uitkomst aanwijzingen te vinden in deze richting.
De uiteindelijke diagnose volgt echter pas na langdurig onderzoek door een professioneel hulpverlener.
Aan de andere kant wil ik hierbij opmerken dat een stoornis niet zo zwart-wit is als een diagnose vaak suggereert. Mensen met een psychiatrisch beeld kennen ook momenten van adequaat reageren, terwijl iemand bij wie niet een bepaald ziektebeeld is vastgesteld in crisissituaties psychisch ongezond kan reageren.

Schuldvraag
In het tweede hoofdstuk komen risicofactoren aan de orde (terecht spreekt Hegger niet van oorzaken). Eén van de factoren kan een verstoorde hechting tussen de ouders en het kind zijn.
Die hypothese leidt te gemakkelijk naar de vraag waar de schuld ligt. ‘Als de vraag of het anders had gekund uitmondt in een tribunaal waarin de schuldvraag beantwoord moet worden, is dat vruchteloos. Het stookt het vuur van de wrok op’ (blz. 76).

Geloof
Het boek biedt veel informatie over de borderlinestoornis. Toch beperken we ons in het kader van ‘Opbouw’ nog tot één hoofdstuk: de invloed van het geloof. Opvallend is ‘dat de relatie met God vaak één van de weinige en stabiele relaties is en daarom zeer waardevol’ (blz. 126). Complex is daarbij dat mensen met een borderlinestoornis er opmerkelijke gedachten op na kunnen houden die niet passen binnen gangbare opvattingen.
Voorbeelden die genoemd worden zijn een visioen dat iemand kreeg over een veldslag in de IJsselvallei en het gebed dat iemand uitsprak met de vraag of God de man met wie ze ruzie heeft dood wil laten vallen.
Dergelijke uitspraken brengen mensen al snel in conflict met de kerk.
Hegger benadert het thema van een andere kant. Hij benadrukt dat mensen ook steun kunnen ervaren aan dergelijke beelden en dat ze zelfs kunnen voorkomen dat iemand zijn woede daadwerkelijk uitleeft omdat het beeld een plaats geeft aan de woede.
Aan mensen met een borderlinestoornis geeft hij in dit verband (o.a.) als tip mee: ‘Je borderlineproblematiek kan meespelen bij een conflict in de gemeente. Besluit daarom niet impulsief om een gemeente te verlaten’ (blz. 132).

Evaluatie
Boeken over psychiatrische stoornissen zijn niet zelden ‘met afstand’ geschreven. In de wijze waarop Hegger schrijft komen mensen met een borderlinestoornis dichtbij en zelfs nabij. Er is sprake van betrokkenheid met daarnaast de nodige distantie.
Terecht heeft het boek ook veel aandacht voor de naastbetrokkenen, waarbij vooral geldt dat ze hun eigen gevoel moeten verwoorden en hun grenzen moeten bewaken.
Opmerkelijk is dat het boek –ondanks de grote hoeveelheid informatie- goed leesbaar is voor mensen die niet gewend zijn om met psychiatrische thema’s om te gaan. Aan de andere kant biedt de inhoud ook voor ‘vakbroeders’ nog voldoende nieuwe informatie om het eens door te nemen. Een literatuurlijst en een lijst met bronnen via internet maakt dit boek zeer compleet.

Naar aanleiding van: Arthur Hegger, Wat borderline met je doet, Boekencentrum Zoetermeer, 2003, 150 bladzijden, E 13,50

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief