De scheppingsorde en de liefdewet
2003-10-10
Alles, maar dan ook alles, rust in Gods Schepping, ook de liefdewet en de toepassing ervan. Oók de ontsluiting van cultuur en samenleving en de ontwikkeling van kennis en inzicht. Oók de ervaringen met God en het vastleggen ervan in de Schriften. En ook het vrouwelijke en het mannelijke, die pas in hun elkaar aanvullende gerichtheid een compleet geheel opleveren.- Jaargang 47
- nummer 20
Het rapport van de adviescommissie aangaande de toelating van vrouwen tot alle ambten getuigt van wijsheid en inzicht. Het artikel in Opbouw (29-08-03) van Sander Klos wekte bij mij dan ook intense vreugde. Uit alles blijkt dat de samenstellers hebben nagedacht en gesproken vanuit een eerbiedig opzien naar onze Schepper-Vader en een respectvol omzien naar al hun broeders en zusters. Blij ben ik ook met het uit te brengen advies aan onze Landelijke Vergadering. Wanneer ik dan toch een kritische opmerking maak en een aanvullende gedachte aanreik, is dat vanuit de gezindheid die ook het artikel en het rapport kenmerkt.
In het artikel (en in het commissierapport) wordt de suggestie gewekt dat scheppingsorde en liefdewet iets tegengestelds bevatten. Een kort citaat: ‘De door God geschapen orde kan niet normatief worden genoemd, zoals bijvoorbeeld de Tien Geboden en het dubbelgebod van de liefde normatief zijn. Zij (de commissie, MtA) meent, dat een beroep op de schepping de discussie niet kan beslissen.’ Nu ga ik even niet in op de te onderscheiden begrippen 'scheppingsorde of -wet' en 'norm'. Wel is duidelijk dat met die 'door God geschapen orde' wordt gedoeld op de door (o.a.) de apostel Paulus genoemde rangorde met betrekking tot de relatie tussen de man en zíjn vrouw. Met opzet benadruk ik dat woordje ‘zijn’. De bedoelde rangorde is immers alleen geldig in het, in de schepping gefundeerde, huwelijksverband. Dat Paulus de voor het huwelijk bedoelde, en in schepping gegronde, rangorde kennelijk een bredere invulling geeft, zal z'n beweegredenen dus moeten hebben gehad in de actuele cultureelmaatschappelijke situatie. Al weer heel wat jaren geleden mocht ik daarvoor in Opbouw aandacht vragen.
Zo'n soort onderbouwing zou de motivatie van de commissie wat helderder hebben gemaakt.
Scheppingsstructuur en liefdewet zijn helemaal geen tegengestelden. Het zou dan ook een absurde zaak zijn als zich op grond van zo’n uiteenplaatsen van scheppingsordening en liefdewet twee partijen zouden vormen. Onze Schepper is de God die Liefde is! Hij is onze Schepper-Váder - zo spreek ik graag over Hem - en Hij drukt zich in liefdevolle betrokkenheid uit (je kunt ook zeggen: Hij identificeert zich) in zijn schepping. Voor mij heeft het woord van dezelfde apostel Paulus (maar ook van de schrijvers van de Hebreeënbrief en het evangelie naar Johannes) dat God in Christus de kosmos heeft geschapen een steeds diepere betekenis gekregen. Het laat me zien hoe Hij zijn schepping is toegewend en hoe wezenlijk Hijzelf daarin present is en hoezeer daarom alles met Hem én met elkaar in relatie staat. Dat in Christus, daar zit alles vanaf de aanvang in, zelfs de (mogelijkheid tot) Verlossing. Ook de Bestemming en dus de 'ontsluiting' van cultuur en wetenschap en maatschappelijke ontwikkeling, in vorm en verantwoordelijkheid (differentiatie). Dat alles in de bewegingsrichting naar die Bestemming.
Onze Schepper-Vader stuwt alles 'in Christus' naar zijn Toekomst. Dat moet je niet kleinmenselijk willen vertragen door een eng formalisme of een benauwd bijbelgebruik. We hebben ons als gereformeerden al te lang klemgezet in een soort tekstencultuur.
Teksten hebben altijd hun eigen cultureel-historische context, maar ze worden vaak zomaar door heersende opvattingen in een andere tijd en samenhang geannexeerd. De Schriften worden pas 'in Christus' transparant.
Tenslotte nog dit: Naar de wijsheid van onze Schepper-Vader wordt bestaan en voortbestaan van alles wat leeft gekenmerkt door de gezamenlijke gerichtheid van het mannelijke en het vrouwelijke op compleetheid. Het ene kan gewoon niet zonder het andere.
Niemand moet dat intenser hebben begrepen dan Adam, die uitgerekend datgene wat hém compleet maakte, zíjn complement, miste. Wij mensen hebben die wederzijdse gerichtheid vaak verengd tot bijna louter iets lichamelijks of zelfs platgeslagen tot seks.
In werkelijkheid is het een grandioos scheppingsprincipe, dat in de wijsheid van het Scheppingsontwerp, in het 'in Christus', rust. Er zijn voorbeelden te over van verbeterde maatschappelijke verhoudingen nadat een al te mannelijke dominantie werd doorbroken. En wat zou het een zegen zijn als dat in de wereld van de Islam en in, bijvoorbeeld, de Afrikaanse machomaatschappij gebeurde.
Ook de christelijke Gemeente, de Bruid van Christus, mag zich in heilig samenspel met haar Heer en Bruidegom, afstemmen op die scheppingswijsheid, om zo vorm te geven aan een wezenlijke heelheid (= compleetheid).