De middagdienst

2003-10-10
  • Jaargang 47
  • nummer 20
Ook in orthodoxe kerken staat in onze tijd de middagdienst onder druk. Geen wonder dus dat er steeds vaker over gesproken en geschreven wordt. In de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in Zuidhorn wijdde men er onlangs een gemeente-avond aan. Dr J. Smelik (musicoloog/hymnoloog) sprak daar over de invulling van de tweede kerkdienst, gezien in het licht van de geschiedenis.
In de middagdienst gaat het vaak over de Catechismus; Smelik keerde dat om: hij schreef een ‘Kleine Catechismus over de middagdienst’. Ik neem via De Reformatie een aantal van zijn vragen en antwoorden over:

Vraag 1: Waar komt de catechismusdienst vandaan?
Antwoord: De catechismusdienst zoals wij die kennen, is een Nederlands-Duitse uitvinding. In de Nederlandse vluchtelingengemeente te Londen (±1550) werd tijdens de tweede dienst op zondag catechisatie gegeven. Deze dienst kende twee toespraken/preken: een preek over een bijbelgedeelte en een preek over een catechismusgedeelte.
De Kerkorde van de Palts (Duitsland) bepaalde dat elke zondagmiddag een gedeelte uit de Heidelbergse Catechismus behandeld moest worden. Via Petrus Datheen, die in Frankental in de Palts werkzaam geweest is, kwam de catechismusdienst in Nederland terecht.

Vraag 2: De catechismusdienst komt dus niet bij Calvijn vandaan?
Antwoord: Nee. Calvijn kende geen kerkdiensten waarin hij uit een catechismus preekte. Op zondag vond wel een massale catechisatie plaats voor niet-belijdende kerkleden. ()

Vraag 3: Maar Calvijn kende toch wel meer diensten op een zondag?
Antwoord: Jazeker, maar de catechisatie stond daar los van. Calvijn maakte bovendien onderscheid tussen de zondagmorgendienst en andere diensten op zondag. De zondagmorgendienst was een dienst van Woord, gebed en sacrament. Deze morgendienst stond bij Calvijn in het teken van verbondenheid met de heilige, algemene en apostolische kerk. Bepalingen en uitspraken van Calvijn over de kerkdienst hebben allemaal betrekking op de zondagmorgendienst. ()

Vraag 4: Momenteel zie je vooral in de middagdienst dat het aantal kerkgangers terugloopt. Is dat typerend voor onze tijd of zijn er meer tijden geweest waarin men geconfronteerd werd met een laag bezoekersaantal van de middagdienst?
Antwoord: De woorden ‘er is niets nieuws onder de zon’ van Prediker gelden ook ten aanzien van zorgen over het bezoeken van de tweede kerkdienst op zondag. Het eerste voorschrift om catechismusdiensten te houden werd in 1573 uitgevaardigd door de Particuliere Synode van Noord-Holland. De praktijk van de catechismusdienst verspreidde zich snel, maar met name op het platteland verliep de invoering erg moeilijk. () Op de grote Dordtse synode (1618/1619) bleek dat het in grote delen van het land zeer droevig gesteld was met de middagdienst. Predikanten verzuimden catechismuspreken te houden wegens gebrek aan belangstelling. Het gebeurde dat op zondagmiddag alleen de predikant en zijn gezin de moeite hadden genomen om ter kerke te gaan. () In de tweede helft van de zeventiende eeuw was de praktijk van de catechismusdienst algemeen verspreid in de Nederlanden.

Vraag 5: Is het houden van leerdiensten een gebod of een keuze?
Antwoord: Een gemeentebrede leerdienst was in de zestiende en zeventiende eeuw een verantwoorde keuze. Want de reformatoren hadden te maken met een middeleeuwse erfenis, namelijk een schrikbarend groot gebrek aan bijbelkennis bij de kerkgangers (‘leken’).
De kerk leeft nu in een andere tijd en context. Daarmee is niet gezegd dat we tevreden kunnen zijn met het hedendaagse kennisniveau (). Maar wel dat zowel de kerkgemeenschap als ook onze visie op leerprocessen de eeuwen door ingrijpend veranderd zijn. In de zestiende en zeventiende eeuw waren de meeste kerkdienstbezoekers geen lid van de gereformeerde kerk. Ze hadden geen belijdenis gedaan en behoorden tot de groep mensen die men de ‘liefhebbers van de gereformeerde godsdienst’ noemde.
In een tijd waarin slechts een kleine minderheid van de kerkgangers tot de belijdende leden behoorde, was het een logische keuze om ‘s middags een gemeentebrede leerdienst te houden.
Temeer omdat men toen ook nog geen doordeweekse catechisatie en allerlei bijbelstudieverenigingen kende.
In onze tijd zijn er andere inzichten op het gebied van overdracht van kennis dan vier eeuwen geleden. We kunnen gebruik maken van gegevens en visies die in de afgelopen eeuwen binnen de menswetenschappen gemeengoed zijn geworden. Gezien dit alles is het goed wanneer we ons regelmatig afvragen of de leerdienst, zoals we die nu kennen en houden, nog even goed functioneert voor de opbouw van Christus’ gemeente als van oorsprong de bedoeling was.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief