Doopmenu naar keuze (slot)
2006-05-12
Mijn artikelen onder de kop ‘Doopmenu naar keuze’, hebben een aantal Opbouw-lezers tot het schrijven van een reactie aangezet. Twee daarvan zijn ook in Opbouw verschenen. Eén van ds. G. van Keulen uit Wezep, die een lans breekt voor de gereformeerde leer over de kinderdoop, zoals die door de Reformatoren al onder woorden is gebracht in hun strijd tegen de wederdopers. De andere reactie is van mevrouw Mariëtte Brouwer. Zij komt als Nederlands Gereformeerde op voor het baptistische gedachtegoed, dat is de weg die de bijbel volgens haar duidelijk wijst.- Jaargang 50
- nummer 10
Beide reacties vind ik, als ik het zo zeggen mag, nogal geharnast. Ds. Van Keulen ziet mij al met één been in het baptisme staan en mevrouw Brouwer schrijft alsof ik het baptisme als een dwaalleer heb weggezet. Geen van beide is het geval. Ik hoopte, dat het min of meer open einde van mijn artikelen anderen zou aanzetten tot mee- en verder denken. Nu moet ik me verdedigen tegen standpunten die ik niet inneem. Ik ben niet bijna baptist geworden. De kinderdoop en de gereformeerde traditie daarover is me zeer lief. Alleen ga ik niet zover, dat ik het baptisme als een te bestrijden dwaalleer beschouw. Het moet toch mogelijk zijn het één te omarmen zonder het andere te vuur en te zwaard te bestrijden. Waar ik dus niet uit ben, is of beide dooppraktijken binnen één gemeente een plek zouden moeten hebben.
Vooroordelen
Wat ik heb willen laten zien, is dat er tussen kinder- en volwassendopers nogal wat vooroordelen (hebben) bestaan. Mevrouw Brouwer kent er enkele. Zo meent ze dat in de reformatorische traditie de doop als redmiddel wordt beschouwd, terwijl dat toch het bloed van Christus is. Ik zal niet ontkennen, dat de gereformeerde leer vatbaar is voor die ontsporing. Ik heb de neiging tot verbondsautomatisme als zwakte gekenschetst. Maar het is niet zo, dat de gereformeerde traditie dit automatisme leert. We laten ons graag tot de orde roepen op dat punt.
Mevrouw Brouwer vraagt zich af hoe ouders plaatsvervangend ‘ja’ kunnen zeggen op de vragen naar geloof en leven die bij de doop van hun kinderen worden gesteld. Wel, dat is iets heel normaals. Ik heb voor mijn minderjarige kinderen heel wat formulieren moeten ondertekenen als garantie.
Bijvoorbeeld bij het openen van een eigen bankrekening, het aanvragen van studiefinanciering, enz. Zo worden de kinderen gedoopt op het geloof van de ouders, die voor hun kinderlijke geloof verantwoordelijk zijn en dat laten merken door hun jawoord. Mevrouw Brouwer beroept zich steeds op de bijbel. Ik vind dat baptisten bij het bijbellezen meer de culturele context in rekening zouden kunnen brengen, bijvoorbeeld bij het verstaan van de ‘huisteksten’. Het leven in het Oosten is leven in de gemeenschap van de familie onder leiding van de pater familias. Het is dan toch niet heel raar om te veronderstellen dat als iemand met zijn hele ‘huis’ wordt gedoopt, daar ook de kinderen in begrepen zijn. Het is geen bewijs. Maar harde bewijzen zijn er op dit punt niet zoveel. Ik zou van mevrouw Brouwer en ook ds. Van Keulen wat meer openheid willen vragen, een stukje mee oplopen. Dat wil nog niet zeggen, dat je je eigen standpunt dan meteen moet opgeven. Maar de klem gaat er van af. En mijn punt is, dat de doopdiscussie niet over een halszaak gaat.
De vragen die dan overblijven zijn nog lastig genoeg.