Opschrift

2006-05-12
  • Jaargang 50
  • nummer 10
Een beetje beduusd was hij er wel van, de Christelijke Gereformeerde ouderling D. Koole uit Den Haag. Een artikel van zijn hand in De Wekker van medio januari over echtscheiding riep zoveel reacties op, dat hij vele uren aan de telefoon doorbracht, luisterend naar mensen met alle mogelijke huwelijksproblemen. In De Wekker van 31 maart geeft hij een aantal dingen door hem in die gesprekken zijn opgevallen:

Allereerst dat de huwelijksnood in de kerken generaal gesproken niet kleiner lijkt te zijn dan in de seculiere verbanden van de samenleving. Toen ik enkele weken geleden een jubilerende ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag (lid van de CGK) () de vraag stelde: “Gelooft u dat een geloofsovertuiging in huwelijken een stabiliserende factor vormt?”, gaf hij het volgende antwoord: “Dat geloof ik niet zonder meer. In kerkelijk bevestigde huwelijken blijkt bij optredende stoornis de geloofsovertuiging niet zelden slechts een dun vernislaagje te zijn. Vanwege kerkelijke sancties en de sociale controle binnen kerkgemeenschappen worden echtscheidingen nog wel eens vertraagd doorgezet maar ook daarin neemt men het tegenwoordig overigens steeds gemakkelijker. Dat is althans mijn indruk”. Aldus de () jubilaris. De tweede indruk die ik aan de reacties en uit de gesprekken overhield, was dat veel gevallen van ernstige stoornis in huwelijken bij de predikant en andere ambtsdragers niet bekend zijn. Ik heb daarnaar in vrijwel alle gevallen gevraagd waarop ik dikwijls een ontkennend antwoord kreeg. Gevraagd naar de reden hiervan bleek dat allereerst verlegenheid te zijn om ermee voor de dag te komen, in enkele gevallen omdat er ook sprake was van huiselijk geweld, terwijl het gezin tot nu toe naar buiten en in het kerkelijk circuit een ordentelijke indruk maakte. In een enkel geval sprak men uit niet voldoende kundigheid te zien bij pastores en andere ambtsdragers om adequaat met huwelijksproblemen om te gaan, afgezien nog van mogelijke schending van het ambtsgeheim. Het laatste bleek bij sommigen zeer zwaarwegend te zijn. Ook met het inroepen van professionele hulp van buiten lijkt lang te worden gewacht.
In twee gevallen verzocht men mij de plaatselijke predikant in te lichten, van wie er een reageerde alsof hij het in Keulen hoorde donderen...

Na deze schokkende waarnemingenik heb geen reden te veronderstellen dat ze alleen in de CGK voorkomenprobeert Koole ook bouwstenen aan te dragen voor ambtsdragers om mee aan de slag te gaan als zij geconfronteerd worden met huwelijksproblemen. Zo helder als het eerste deel van zijn artikel was, zo tastend klinkt het vervolg:

Voor de ambtsdragers die met huwelijksconflicten te maken krijgen is grote behoedzaamheid om méér dan één reden een belangrijke voorwaarde.
In een vroeger of wat later stadium erbij geroepen, mag en moet hij het tot zijn roeping rekenen oorzaken van de verstoorde huwelijksverhouding op te sporen, verwijten zo mogelijk op juistheid en gerechtvaardigdheid te toetsen, achtergronden te analyseren en vanuit het Evangelie en zijn eigen gezonde inzicht, indien mogelijk remedies tot verbetering aan de hand te doen.
Bij dit alles past de ambtsdrager echter wel een zekere terughoudendheid.
In zulke situaties treedt men namelijk over de drempel van discretie, de intimiteit van het leven van de ander binnen. Dat vraagt om een zekere afstandelijke opstelling. () Overigens bespringt de ambtsdrager, die voor huwelijksconflicten wordt geplaatst, niet zelden een gevoel van onmacht. De destructie kan soms al zo diep ingevreten zijn, dat de beste pogingen om de huwelijkspartners vanuit de noties van het Evangelie weer naar elkaar toe te buigen, geen soelaas meer lijken te kunnen bieden. Het is verdrietig soms te moeten constateren dat de kracht van het Evangelie daartoe niet meer toereikend lijkt te zijn. Dat gevoel van onmacht kan ook verband houden met een gevoel van onvermogen om op de conflictsituatie op adequate wijze in te spelen.
Waar liggen de werkelijke oorzaken van de gestoorde verhouding? Welke invalshoeken moeten voor het gesprek daarover worden gekozen? In welke uitspraken van de Schrift moet daarbij het uitgangspunt worden gekozen?
Tot welke grens mag de ambtsdrager gaan in zijn pogingen om een tot in de grond verstoorde huwelijksrelatie bij elkaar te houden en waar houden zijn bemoeienissen op en beginnen die van de arts of psychiater? Wat dit laatste betreft zal elke ambtsdrager erop bedacht moeten zijn dat er bij huwelijksmoeilijkheden medische/psychische indicaties kunnen zijn, die met stichtelijke verwijzing naar de bijbel niet op te lossen zijn, maar waarvoor aandacht vanuit andere disciplines nodig is.

Ik denk dat je als ambtsdrager niet altijd zo terughoudend hoeft te zijn als Koole wil. De door hem bepleite afstandelijkheid kon juist wel eens een oorzaak zijn van veel verborgen leed en eenzaamheid. Wij zijn vaak wel erg bang om de privacy van de ander te schenden. Durf elkaar maar werkelijk te ontmoeten, ook op zulke pijnlijke terreinen, voor het aangezicht van de Almachtige.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief