De slimme catechisant
2003-10-24
'Als God van tevoren alles bepaalt, doet het er dan nog toe hoe ik leef?' Ik herinner me menig catechese-uur waarin 'slimme catechisanten' dit soort vragen stelden. Meestal liep het erop uit dat ze zelf enthousiast oplossingen begonnen te zoeken voor het probleem. Tot mijn verbazing zag ik dan in kort bestek alle hoofd- en dwaalwegen van de theologiegeschiedenis voorbijkomen. Ik kon de namen van de ketters en kerkvaders erbij invullen. Net als de humor ligt blijkbaar ook de theologie 'op straat'. Maar in hoeverre hielp deze rationele zoektocht ons nu verder in ons geloof?- Jaargang 47
- nummer 21
Dr. Bert Loonstra neemt in zijn laatste boek 'God schrijft geschiedenis' de vragen van de 'slimme catechisant' volstrekt serieus en denkt ze tot het einde door.
Aan zijn boek stel ik dezelfde vraag als aan mijn eigen catechese-uur: in hoeverre helpt het ons geloof?
God goed?
Ik begin met een voorbeeld waarbij dat m.i. zonder meer het geval is. Aan de orde is de vraag in hoeverre God goed is. De tegenwerping is dat God in de bijbel naar voren komt als afschrikwekkend en onberekenbaar.
Denk aan het verhaal dat God Mozes - naar het lijkt volkomen onverwachts - wil doden (Exodus 4) of aan het verhaal van Uzza in 2 Samuël 6, die stante pede door God wordt gedood als hij de ark voor vallen wil behoeden. (Vgl. ook Exodus 19:17-25 en Numeri 16). Veder beveelt God in de bijbel gruwelijke dingen. Bijvoorbeeld de totale uitroeiing van menselijke gemeenschappen, van oud tot jong (Numeri 31; Deuteronomium 7). Zo'n God kun je toch niet goed noemen?
Wel goed, niet goedig
Loonstra begint met het bijbelse getuigenis aangaande de goedheid van God zoals die uitkomt in de wil van God om de wereld te behouden door Jezus Christus. En in antwoord op de genoemde voorbeelden zegt hij dan: 'God is wel goed, maar niet "goedig".
Hij is niet afschrikwekkend, maar wel ontzagwekkend. Hij is niet onberekenbaar, maar wel ongrijpbaar.' (p.61) Hij gaat de genoemde teksten na, en concludeert dat in alle gevallen dit huiveringwekkende en ongrijpbare aspect van God wel reëel is, maar toch niet het laatste woord heeft.
Doorslaggevend in elk van deze verhalen is dat God binnen de gegeven omstandigheden kiest voor de voortgang van zijn heil.
Voor wat betreft de gruwelijke dingen die God beveelt wijst Loonstra op de cultuurhistorische vooronderstellingen uit de bijbelse tijd. In bijbelse tijden dacht men minder individualistisch dan nu. Het hoofd van een volksgemeenschap vormde één geheel met zijn familie en nageslacht. Gaat het hoofd van een gemeenschap in de fout, dan heeft dat directe gevolgen voor allen die bij hem horen. In dit denkklimaat wordt het uitroeien van baby's niet als moreel verwerpelijk ervaren, maar als onvermijdelijk gevolg van de fout van de hoofdpersoon.
Bij dit cultuurhistorisch normbesef sluit God zich aan. Loonstra voegt daar overigens nog een belangrijke les aan toe. Door de confrontatie met zulke bijbelgedeelten leren wij dat ook óns normbesef cultuurhistorisch gevormd is en dat dit niet de hoogste norm kan zijn waaraan wij God onderwerpen.
Determinisme
Met dit laatste voorstel zitten we midden in de kernvragen omtrent de aard en het wezen van God. Hoe is het mogelijk dat de eeuwige God, die 'in alles werkt naar de raad van zijn wil' zo cultuur-volgend kan zijn? Deze vraag laat zich verdiepen. Want een cultuur ontstaat niet automatisch, maar als gevolg van menselijke keuzen. Is het denkbaar, dat de God, die alles van tevoren bepaalt, zo de menselijke keuzen volgt?
Het antwoord is: Ja, dat is denkbaar, want ook menselijke keuzen en de invloed van menselijke culturen zijn opgenomen in Gods plan.
Maar de volgende vraag brandt ons dan al op de lippen: moet ik me dan voorstellen dat God van tevoren al weet wat ik zal kiezen? Dat ligt dan blijkbaar al vast en dus heb ik uiteindelijk ‘geen keus’. Hier doemt het spook van het determinisme op. De leer, die zegt dat alles wat op aarde gebeurt al vastligt en dat menselijke keuzevrijheid een illusie is. Dat is het spook dat ook al door de slimme catechisant werd ontwaard.
De Schrijver en zijn verhaal
Het is op dit punt dat Loonstra ons te hulp komt met een beeld. Stel je God voor als de Schrijver van een verhaal.
Het verhaal dat Hij schrijft is de geschiedenis van de mensheid. Maar een verhaal schrijven is een complex en wonderlijk gebeuren. Je raakt namelijk als schrijver zelf verwikkeld in je verhaal. Hoever dat gaat bleek laatst in een televisie-interview met J.K. Rowley, de schrijfster van de Harry Potterboeken. Zij vertelde dat ze dagen lang van de kaart was geweest toen in haar verhaal een van de hoofdpersonen overleed. Haar man begreep er niets van en zei: 'Dan verander je dat toch?' Maar zij antwoordde dat hij er niets van begreep en dat je als verhalenschrijver niet zomaar kunt doen wat je wilt.
En dat is ook zo. Wie zijn eigen verhaal serieus neemt, kan er niet zomaar ineens een heel andere draai aan geven. De personages die je bedenkt krijgen al schrijvend een eigen karakter, waaraan je niet voorbij kunt gaan.
Ze ontvangen een eigen ruimte om te handelen, die ze op allerlei wijze kunnen invullen. Het worden ‘levende figuren’, die de schrijver in zijn verbeelding al voor zich ziet, compleet met de dingen ze doen en zouden kúnnen doen. Ook de gebeurtenissen die je in je verhaal al beschreven hébt, bepalen het vervolg van het verhaal.
Daaraan kun je niet zomaar voorbijgaan zonder het hele verhaal onderuit te halen.
In gesprek
Verder krijgt de schrijver al schrijvend een bepaalde verhouding met zijn personages. Net zoals het verhaal emotioneel later iets met de lezer zal gaan doen, doet het tijdens het schrijven al iets met de schrijver zelf. Al schrijvend wordt hij beïnvloed door zijn eigen personages. Hij kan er zelfs een emotionele band mee krijgen. En dat werkt weer door in de manier waarop hij aan het verhaal een vervolg geeft. Zo raak je als schrijver betrokken in je eigen verhaal. Je raakt er als het ware in verwikkeld. Je bent als schrijver constant in gesprek met je verhaal. Al dialogiserend groeit het verhaal onder je schrijvershanden.
Schrijver en Hoofdpersoon
Zo schrijft God geschiedenis. Hij is Heer, de 'Schrijver' van de geschiedenis en als zodanig bepaalt Hij alles. Zonder de schrijver zijn de personages niets.
Hij houdt ook de regie. Als Schrijver zorgt God ervoor dat het verhaal van de geschiedenis voortgang heeft en tot een goed einde komt. Maar tegelijk is God verwikkeld in zijn verhaal.
Hij is in dialoog met de mensen, raakt ook emotioneel op hen betrokken en laat zich als zodanig door hen beïnvloeden.
Daar stemt Hij dan zijn eigen optreden op af.
Loonstra brengt het als volgt op formule: God is tegelijk Schrijver van de geschiedenis en Hoofdpersoon van de geschiedenis.
Gedachten van vrede
Een intrigerend beeld. Ik heb me afgevraagd of ik het kon verbinden met een schriftgedeelte. Ik moest denken aan Jeremia 29:11, waar God tegen de ballingen in Babel zegt: 'Want ik weet welke gedachten ik over u koester, gedachten van vrede en niet van onheil' Daar heb je het plan van God de Schrijver.
Maar direct daarop volgen de verzen 12 en 13 met de woorden: 'Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN, en in uw lot een keer brengen;' Daar heb je de dialoog van God als Hoofdpersoon (bidden-antwoorden, zoeken-vinden). Door deze dialoog heen worden Gods plannen van vrede werkelijkheid. In deze dialoog doet het antwoord van de mens er werkelijk toe. Er staat immers: '…wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart…' Met andere woorden: wie niet vraagt krijgt geen antwoord, wie niet zoekt, zal niet vinden.
Antwoord aan de catechisant
Vanuit dit beeld ontvangt de catechisant een antwoord op zijn vraag.
Onze keuzevrijheid is de keuzevrijheid van een personage in het verhaal dat God schrijft. We weten dat God de auteur is, die in zijn gedachten een ‘plot’ heeft. Maar daar weet je als personage niet zo gek veel van, dan alleen dat Hij "gedachten van vrede"
over ons koestert en dat het dus goed afloopt.
Op deze wijze ontvangen we de mogelijkheid ervaringen van menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid een plaats te geven en te verbinden met het geloof in de eeuwige God die in alles werkt naar zijn plan. Hetzelfde geldt van de ervaring van de cultuurverwevenheid van Gods omgang met de mensen. Niet onbelangrijk, want zonder dit inzicht is bijvoorbeeld een bijbels verantwoorde christelijke ethiek niet mogelijk.
Rationeel of reëel?
Alle aandacht is tot dusver gegaan naar het antwoord aan de catechisant.
Maar valt er ook iets te zeggen over de vraag van de catechisant?
Komt hij voort uit het reëel geleefde geloof, of is het slechts een logischverstandelijk probleem dat wordt opgeroepen door de (gereformeerde) theologie zelf?
Die bezinning mis ik eigenlijk in dit boek. De vragen waarop in dit boek een antwoord wordt gezocht, worden mij te weinig geplaatst in de reële eigentijdse geloofscontext.
Sommige partijen maakten op mij toch de indruk van louter rationele exercities, waarvan ik me afvroeg: wil ik dit allemaal wel uitpluizen?
De uitkomst van mijn catechisantensessie was eigenlijk nooit een direct antwoord op de vraag. Het liep meestal uit op een soort belijdenis. In deze trant: ‘Ook al kan ik niet precies uitleggen hoe Gods plan en mijn verantwoordelijkheid te rijmen zijn, toch blijf ik geloven dat God een plan heeft en dat Hij zijn raad volvoert en dat mijn behoud niet afhangt van mij maar van Hem’. Met andere woorden het geleefde geloof kan heel goed leven met open plekken en paradoxen in de verantwoording van dat geloof. Dat moet een mens nu juist leren Inderdaad: onbeantwoorde rationele vragen kunnen gaan functioneren als ‘zwerfvuil’ en zo je geloof ondermijnen (vergelijk p. 231).
Maar toch vraag ik: is in dit boek (en in de theologische school waarvan het deel uit maakt) de redelijke verantwoording toch niet te veel een geïsoleerd rationele zaak? Is het in deze postmoderne tijden niet te modern?
‘Slimme catechisanten’ die zitten met dit soort vragen worden steeds zeldzamer, zo is tenminste mijn indruk.
| Doorslaggevend in elk van deze verhalen is dat God binnen de gegeven omstandigheden kiest voor de voortgang van zijn heil. |