Altijd weer verwonderd dat er iets groeit

2006-05-26
  • Jaargang 50
  • nummer 11
‘Ik ervaar het wekelijkse maken en houden van de preek als inspirerend’, zo gaven 34 van de 47 predikanten uit onze kerken aan. Je kon bij deze vraag naar het geheel van het preekproces (36) meerdere typeringen aankruisen, die iets aangaven van de lust (inspirerend, opbouwend) en de last (eenzaam, vermoeiend, veeleisend) van het preekwerk.

Voor niemand was het alleen maar een last en maar liefst 16 predikanten ervaren dit onderdeel van hun werk op het eerste oog als een onverdeeld genoegen. Twee andere vragen gingen specifiek over de voorbereiding (1) en over het houden (20) van de preek en dat gaf geen ander beeld.
‘Een voorrecht van God’, schreef iemand. En een ander ‘altijd weer verwonderd dat er toch weer iets groeit, zelfs soms op een bodem die ik als onvruchtbaar ervaar’.

En de hoorder?
Al was er ook een emeritus predikant die verzuchtte dat het in de voorbije tijden niet altijd meeviel: ‘De vraag was elke week weer: kom ik op tijd klaar met mijn twee preken of wordt het weer, zoals vaak, nachtwerk’.
Ook in 2006 zullen er wel zijn die de kleine uurtjes nodig hebben. Maar desondanks geeft het werk aan de zondagse dienst(en) de predikanten - althans degenen die de enquête instuurden! - veel voldoening. Als het beluisteren van die preken op zondag voor de hoorders net zo inspirerend en opbouwend is, ziet het er goed uit voor onze kerken. Alleen is dat een vraag die predikanten niet of nauwelijks kunnen beantwoorden. Dat weet u als wekelijkse kerkganger verreweg het beste.

Vrije tekstkeus
Hoe gaat dat nu in zijn werk, dat hele proces van een preek maken en houden? Het begint met de keuze van tekst of thema, een knoop die door de meeste predikanten al op de maandag of dinsdag wordt doorgehakt. Als het gaat om de tekst voor de morgendienst zijn de meeste NGK-predikanten gehecht aan hun vrijheid en kiezen wekelijks hun tekst. Slechts een enkeling volgt een leesrooster, zoals dat in bijvoorbeeld de PKN gebruikelijk is en zeven predikanten maken voor zichzelf een rooster voor langere tijd om zo meer eenheid in de diensten te brengen.
Eenderde van de predikanten legt zich af en toe vast op een serie over een bijbelboek of thema, al wordt dat nooit een maandenlang project. Kleine boekjes als Jona, Ruth en Esther zijn daarbij geliefd, maar opvallend vaak (4x) werd het boek Openbaring genoemd.

Grondtekst
Na de keuze van de tekst volgt een fase van noeste vlijt. Vrijwel alle predikanten slaan de grondtekst van het Oude (Hebreeuws) en Nieuwe Testament (Grieks) open.
Wel een aardig punt om vast te houden bij de lezing van deel 2, waar het gaat over de grotere aandacht voor de hoorder en zijn leefwereld. Verder wordt er bij de studie gebruik gemaakt van bijbelse woordenboeken (om bepaalde kernwoorden nader te bestuderen) en commentaren op het betreffende bijbelboek.
Ongeveer een kwart van de predikanten gaat het internet op of benut programma’s zoals de Online Bible. En een enkeling gaf aan zich te verdiepen in joodse commentaren en rabbijnse literatuur of leest wel eens een preek van een ander over dezelfde tekst.

Kern van de boodschap?
Zonder gebed en overweging gaat het niet, al is zoiets niet goed in enquête-vragen te vangen.
Op een zeker moment staat de meeste predikanten in hoofdlijn voor ogen wat ze die zondag willen gaan zeggen. Tweederde van de predikers geeft aan dat ze de kern van de boodschap in één zin kunnen weergeven (vraag 13) en weet ook wat ze willen bereiken met hun preek (doelstelling, vraag 14).
Dat is dus echt weer iets voor u, als gemeentelid! Probeer al luisterend naar een zondagse preek eens voor uzelf die samenvattende kernzin te formuleren. Of overweeg wat uw predikant wilde bereiken met zijn dienst.
En dan zou u eens moeten checken bij uw predikant of wat u dacht te horen in de buurt komt van wat hij wilde meegeven in preek en dienst.

Bent u gezien?
Een andere vraag (16) was of de predikant al schrijvend aan zijn preek gemeenteleden voor ogen krijgt.
Ongeveer de helft van de voorgangers overkomt dat vaak of altijd.
Verrassender vond ik dat een even groot aantal rekent met niet-christenen in de dienst. Die zijn er dus blijkbaar met enige regelmaat, want anders is er weinig reden om je daarop in te stellen! En dat niet alleen bij doop-, rouw- en trouwdiensten (daar wordt door alle predikanten wel met de aanwezigheid van niet-gelovigen gerekend), maar ook op een heel gewone zondag. Duidt het op een groeiende missionaire openheid, ook in onze zondagse kerkdiensten?

Uren
U zou, op dit punt aangekomen, eens een poging kunnen doen om te schatten hoeveel uren uw predikant kwijt is met de voorbereiding van zijn dienst (vraag 5). Wel, de middenmoot doet daar zo’n 9-12 uur over met als uitschieter iemand, die meer dan 17 uur aan zijn dienst werkt. Het kiezen van tekst en exegese kost gemiddeld zo’n 4 uur en nadere overweging, gebed en uitwerking van de preek ruim 5 uur (vraag 6). Het zoeken van de liederen neemt doorgaans een uur in beslag en als er een beamer of een ander middel gebruikt wordt tikt de klok nog weer wat verder door.
Wordt de dienst voorbereid met een commissie of gemeenteleden dan betekent dat opnieuw een tijdsinvestering voor de predikant. ‘De voorbereiding neemt meer tijd in beslag dan vroeger’ schreef iemand en dat zal door menig collega herkend worden.

Catechismus?
Naast de preken vanuit een bijbeltekst zijn er de meer thematische (vaak voor de middagdienst).
Driekwart van de predikanten houdt zulke diensten. Soms door (een tijdje) de catechismus te volgen of anders door zelf thema’s te kiezen - niet zelden in overleg met de kerkenraad of een commissie. Het strakke patroon van de wekelijkse catechismusdienst is in de meeste gemeenten niet terug te vinden. Waarschijnlijk zijn de ruildiensten daarbij een geduchte factor, want de gemiddelde predikant leidt maandelijks niet meer dan 60% van de diensten in eigen gemeente. En vaak is dat dan de morgendienst. Mogelijk zijn er ook andere oorzaken van het verval van dit typisch gereformeerde gebruik van de wekelijkse catechismusprediking. Ds. C.T. de Groot zal daarop ingaan in één van de komende nummers van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief