‘De perfecte preek bestaat gewoon niet’

2006-05-26
  • Jaargang 50
  • nummer 11
‘Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus. Jongens en meisjes.’ Met deze standaardformule slaat menig dominee de jongeren bij zijn eerste zin al knock-out. Blijkbaar zijn jongeren het waard apart genoemd te worden. Twee van hen gaan in dialoog over de ‘lange monoloog’.

Bas van der Meiden (19) studeert Management, Economie en Recht en zit al jaren in de NGK van Ede.
Medekerkganger Erik van Vuren (18) doet dit jaar eindexamen VWO en is vastbesloten daarna het leger in te gaan.

Bas: ‘Bij preken denk ik aan een lange monoloog, stilzitten, passief luisteren.’
Erik: ‘De inhoud is vaak prima, maar verder is het saai. Als je de moeite neemt om te luisteren kun je er wel interessante dingen uithalen, maar dan moet je wel de moeite nemen.’
Bas: ‘Ja, maar je bent zo snel afgeleid.
Bovendien zijn de preken vaak niet echt op toon en is de spanningsboog maar heel kort.’
Erik: ‘Ze missen vaak een goede opbouw. Dat je je aandacht er niet bij kunt houden, ligt vooral aan de vorm. De kern is vaak goed, maar daar omheen zit een hoop bladvulling.’
Bas: ‘Als je onze preken vergelijkt met wat ik hoor op meer evangelische festivals, dan wordt alles zo droog verteld. Net alsof ze het zelf niet geloven. Je kunt de preken in vier of vijf zinnen samenvatten en inhoudelijk is dat dan best goed. Maar ik heb niet altijd zin om uit die hele preek die puntjes op te sporen.’ Erik: ‘Waarschijnlijk komt dat ook, doordat dominees zo ontzettend veel weten. Ze vertellen alles wat ze van een onderwerp weten. Dan zit er geen lijn meer in.’

IJzeren vorm
Bas: ‘Als een dominee de aandacht wil vangen, dan moet hij de vertaalschakel naar het dagelijks leven maken en met vernieuwende dingen komen. Niet droog vertellen wat er staat en dat nog eens vier keer in andere woorden herhalen.’
Erik: ‘Of je choqueert de mensen, dat is natuurlijk het leukste. Dat ze prompt de pepermunt uit hun handen laten vallen.’ Bas: ‘Op een festival was er een spreker, naar wie ik wel twee uur kon luisteren. Hij sprak met het publiek, maakte grapjes en liep heen en weer over het podium. Maar een dominee staat daar in zijn pak op de kansel en kan alleen wat handgebaren maken.’
Erik: ‘Ik heb van een preek op zo’n festival meer geleerd dan in al die jaren kerk ervoor. Het moet bij ons wat flexibeler worden. Het zit nu nog allemaal in een ijzeren vorm gegoten, zo dwangmatig. Een dominee moet zelf kunnen bepalen waarover en hoe lang hij preekt. Hij moet ook echt wat te vertellen hebben.’
Bas: ‘Dat is ook voor mij de must van een goede preek: een dominee moet iets te vertellen hebben en kunnen vertellen.’
Erik: ‘Precies. Het loont heel erg als je het woord goed kunt verkondigen. Ze zouden op de opleiding al tegen een slechte preker moeten zeggen: dat wordt niks. Anders gaat zo iemand een zwaar leven tegemoet.’

Omgangstaal
Bas: ‘Als je de boel wilt veranderen zijn er een hoop mensen die het er niet mee eens zijn. Volgens ouderen is het allemaal te werelds, te hip.’
Erik: ‘Maar ze kunnen het niet onderbouwen.Daardoor zitten we nu in een soort patstelling.’
Bas: ‘We kennen elkaar ook helemaal niet. Dan krijg je dat er onderling over elkaar gepraat wordt.’
Erik: ‘Over de jeugd van tegenwoordig en zo…’
Bas: ‘We zouden elkaar beter moeten leren kennen. Het is onvermijdelijk dat je niet zowel jong als oud kunt bereiken. De omgangstaal is gewoon anders. Maar als je elkaar beter kent en weet waarom mensen bepaalde vormen willen, zal het al een stuk beter gaan.’
Erik: ‘Ik denk zelf dat het verschil tussen ongeïnteresseerde of “net beginnende” christenen en geroutineerde christenen groter is. Ik had meer aan de jeugdclub dan aan de preken. Daar word je buitengesloten door de moeilijke onderwerpen. Mensen die er nog niet echt veel van weten, zitten er voor spek en bonen bij.’
Bas: ‘Je doet het ook nooit goed. De perfecte preek bestaat gewoon niet.’
Erik: ‘Toch is het zo dat we allemaal christenen zijn en dus kunnen we allemaal dezelfde dingen horen. Als het op een goede manier wordt uitgelegd, heeft iedereen er wat aan.’
Bas: ‘Ik denk meer dat iedereen een eigen voorkeursmanier heeft. Je moet proberen in één preek zoveel mogelijk mensen aan te spreken, maar ook zorgen voor een goede balans in die 52 preken per jaar. Hier in Ede is de helft van de leden onder de 24, terwijl de balans meer doorslaat naar de veertig. Op dit moment maken de ouderen vooral de dienst uit.’
Erik: ‘Maar ja, het belangrijkste is dat je er uitpikt wat de dominee wil overbrengen. Dat is gewoon een stukje respect naar hem toe.’
Bas: ‘Je moet er maar het beste van maken. Het is uiteindelijk je eigen verantwoordelijkheid wat je er uithaalt.
En je kunt altijd wel wat uit een preek halen.’


Boekentaal
Petri Anne van Dijk, 17, Wezep
‘Een echt goede preek begint heel pakkend. Dat je direct denkt: daar had ik nog nooit aan gedacht. Dán wil je wel verder luisteren.
Ik heb nu nog wel eens dat mijn gedachten afdwalen naar dingen van school en zo. Soms gebruiken dominees ook wel erg moeilijke woorden, echt van die boekentaal. Maar mijn vader is dominee, dus eigenlijk zijn de preken bij ons helemaal geweldig…’

Vragen
Arjon Tieman, 15, Enschede
‘Soms maak ik iets in mijn leven mee en dan gaat het juist in de preek daarover. Dan merk je dat je niet de enige bent die ermee zit. We hadden een tijdje terug een jeugddienst, waarin de dominee ons allerlei dingen vroeg en vervolgens over onze antwoorden preekte. Dat mag wel meer: gewoon dingen aan de gemeente vragen en daarover preken.’


Geraakt
Tim Kool, 18, Schiedam
‘Ik vind de preken altijd heel duidelijk, interessant en voor jongeren toegankelijk. Ze zijn niet simpel, maar ook niet moeilijk.
Regelmatig word ik geraakt. Dan denk ik opeens ‘wow, dit gaat over mij’, terwijl het misschien helemaal niet zo bedoeld is. Een goede preek zegt wat de bijbel zegt, wat Jezus zegt en wat hedendaags is. Iets wat je in je leven kan toepassen.’


Geen zin
Yaelle Berghuis, 17, Eindhoven
‘Vaak zit er wel iets in, maar het is vaak ook saai. En dan vooral hoe het gebracht wordt. Gewoon een stuk lang praten; ik heb niet altijd zin daar de hele tijd naar te luisteren. Dat ligt natuurlijk ook aan mij. Een preek moet je persoonlijk aanspreken, iets waarmee je zit. Het helpt ook al als de dominee in het begin van de preek gelijk de aandacht trekt.’


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief