Wat beweegt je om te preken?
2006-05-26
Preken is prachtig!- Jaargang 50
- nummer 11
Ds. Dick Lagewaard, Veenendaal
Waarom preek ik, jaar in jaar uit? Het antwoord is eenvoudig. Martyn Lloyd-Jones zei: ‘Voor mij is het werk van de prediking de hoogste en de mooiste en de meest glorieuze roeping waartoe iemand kan worden geroepen’.
Het is het mooiste en tegelijk het moeilijkste wat er is. Bij het preken stel ik mezelf drie vragen.
Wat moet de gemeente weten, tot welke verandering roept deze tekst op en verlaat de gemeente de dienst met meer hoop dan waarmee ze kwam? De overdracht van kennis en inzicht is nodig, maar is niet alles. Als iemand mij na de dienst bedankt voor ‘het onderricht’ dan vraag ik me af: ‘was dat dan alles?’ Kennis is nodig, maar is gericht op verandering. Die verandering heeft maar één doel: meer gaan lijken op het beeld van de Vader, Jezus Christus.
Werkplaats
De gemeente is tijdens de prediking de werkplaats van de Heilige Geest. Die Geest wil mensen aansporen tot de weg van kruis naar opstanding, van zonde naar vergeving, van lijden naar hoop en genezing. Een goede preek is in dit proces als een pijl van God die het hart raakt. Preken is (op z’n kortst) bevrijdend nieuws voor zondaren. Maar die bevrijding wil voor een deel al in mensenlevens ervaren worden! De weg daarnaar toe moet worden gewezen, maar moet ook worden bewandeld. In de dagelijkse praktijk, met collega’s, op school, met broeders en zuster. Een preek die niet aanzet tot de verandering (dagelijkse bekering) bevat wellicht 100% waarheden, maar is meer een voordracht geweest dan verkondiging. Mogelijk hartverwarmend en tot nadenken stemmend, maar niet richtinggevend voor handen en voeten.
God is hier aanwezig
Het nieuwe leven waar het om gaat kan niet zonder het kruis van Christus. Preken begint en eindigt bij het de weg banen voor de Here Jezus. Dat Hij Zelf door de rijen gaat en niemand overslaat. Dat is mijn gebed. Dat Hij, door de werking van de Heilige Geest, aan iedere aanwezige vraagt: ‘heb je nog wat voor Me te doen, mag Ik jou een dienst bewijzen, mag Ik je voeten wassen?’ Maar daarna ook: ‘Volg Mij’. En: ‘Ontvang de schatten en gaven die in Jezus liggen opgetast.’ Mijn gebed is dat mensen in aanbidding gaan zeggen: ‘Werkelijk, God is in uw midden’ (1 Korintiërs 14:25).
Waarom zou ik mijn leven lang blijven preken? Vanwege twee beloften van God. Allereerst heeft Hij beloofd dat zijn Woord niet tevergeefs uitgesproken en bediend wordt. Jesaja 55:11 zegt: ‘het keert niet vruchteloos naar mij terug’. Ik ben een bedelaar die aan andere bedelaars mag vertellen waar brood te vinden is. Brood dat voedt en sterkt tot het (eeuwige) leven. Waarom blijf ik preken? Omdat ik verlang naar een grotere vervulling van de belofte van de Meester Zelf in Johannes 7:38: ‘”Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Om hierin te mogen blijven groeien en bloeien, dat is waar ik naar verlang.
Liefde delen vanuit Gods Woord
Ds. Gerard Vrooland, Sliedrecht
Wat motiveert mij om te preken?
Antwoord: Liefde. Ik kan het niet anders zeggen. U denkt misschien, dat dit voor de hand ligt. Het gaat natuurlijk om liefde tot God en zijn Woord. Ja, dat is waar, maar preken is de gemeente ontmoeten rondom Gods Woord. Gemeente ontmoeten… tot de gemeente. Liefde tot al die mensen die allemaal zo verschillend zijn. Liefde, dat klinkt simpel, maar het vertegenwoordigt een complexe veelkleurigheid. In elke liefde ligt kracht om door te gaan, maar ook kwetsbaarheid. Dus ook momenten dat je gekwetst wordt in je liefde.
Gemeenteliefde
Je wilt alles geven voor de gemeente die je liefhebt, maar je wilt ook hun liefde ontvangen. Hun liefde voor mij is voeding om door te gaan. Zoals dat hoort in het lichaam van Christus. De leden horen elkaar te voeden. Ik de gemeente en de gemeente mij. Samen liefde delen vanuit Gods Woord. Als te veel mensen problemen met mij hebben, dan ga ik tegen de kansel opzien en ben ik blij als ik veel ruilingen heb. Dan zoek ik voeding op andere plaatsen. Maar als we het heel goed hebben en we genieten samen van Gods Woord, dan vind ik een ruiling veel minder prettig. Dan wil ik het liefst in mijn eigen gemeente zijn. Als ik dan terug kom van een ruiling dan vraag ik aan mijn vrouw hoe het in de eigen gemeente was. Als het goed was ben ik blij. Als de gastpredikant niet boeiend was, erger ik me dat ik geruild heb. Maar als het niet goed zit tussen de gemeente en mij, dan moet ik oppassen om niet te reageren vanuit mijn gekwetste liefde als ik hoor dat mijn gemeente heel erg genoot van een gastpredikant.
Krachtenspel
Als ik merk dat ik blijf steken in gekwetste liefde, dan weet ik dat ik me helemaal moet richten op het geheim van Gods werk en het besef dat er geesten en krachten bezig zijn die ik niet kan overzien. Waar de Heilige Geest werkt ontstaat ruimte en openheid, waar boze machten werken wordt het benauwd. Ik herinner me dat ik een foutje maakte bij een kanselafkondiging, waardoor de mededeling twee keer werd voorgelezen.
Iemand met boosheid in zijn hart zei: ‘Dat heeft hij weer lekker voorbereid!’ Iemand met liefde in zijn hart zei: ‘Dat is mooi, want nu kreeg het twee keer aandacht.’ Met die krachten en tegenkrachten heb je te maken op de kansel. Rondom Gods Woord kan een geestelijke strijd worden gevoerd. Als dat gebeurt, moet je heel erg oppassen dat je niet meegesleept wordt in verkeerde reacties. Boze machten rondom de kansel willen heel graag het hart van de predikant binnen glippen. Zeker als zijn liefde gekwetst is. Die arme Mozes merkte dat ook toen hij weer te maken kreeg met het gemopper van zijn volk. Hij werd kwaad en zondigde (Numeri 20:10-12). Predikanten zijn kleine mensjes die vatbaar zijn voor aanvallen van de Boze. Ik merk dat bij mezelf en ik weet dat alleen Gods Geest kan zorgen voor de openheid die nodig is om Gods Woord te ontvangen. God Zelf moet het doen. God zij geprezen dat Hij kleine mensen wil gebruiken. En God zij dank dat Hij mij in zo’n fijne gemeente als Sliedrecht doet werken.
Oefenen in het luisteren
Ds. Henk de Jong, Zeist
Toen mijn vriend ds. Henk Smit nog leefde en ik het voorrecht had van tijd tot tijd onder zijn gehoor te zijn, viel het me op dat hij als lied vóór de preek nogal eens enige coupletten uit gezang 326 liet zingen: ‘Een rijke schat van wijsheid schonk God ons in zijn Woord. Hebt moed, gij die op reis zijt, want daarmee kunt gij voort…’ Zijn preek was daarmee in volkomen harmonie. Ds. Smit was niet moeilijk, hij was eenvoudig maar diep. Een zeer bezonnen Schriftstudie lag aan zijn verkondiging ten grondslag. De fijnheden van de tekst waren bij hem veilig en tegelijk bracht hij je bij de diepte van het geschrevene. Ik heb altijd geprobeerd er een voorbeeld aan te nemen. En het is waar: de Here God biedt ons in zijn Woord die rijke schat. Dat maakt het werk van de verkondiging tot een vreugde. Wat zou ik gelukkig zijn als van mij gezegd kon worden wat over de profetische knecht des Heren geschreven staat: ‘De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen…’ (Jesaja 50:4).
Luisterkunst
Ik ben wel eens bang dat de prediking zoals ik die versta op een vooronderstelling berust die vandaag in een rap tempo bezig is weg te vallen. Dat ze uitgaat van een zekere kennis van het Woord die begint te ontbreken of sterk tanende is. Ik bedoel helemaal niet dat de gemeente uit hele of halve theologen zou moeten bestaan. Met deze karikatuur wordt maar al te gemakkelijk elke geloofskennis verdacht en bespottelijk gemaakt. Wat ik bedoel is dit: voor een behoorlijk rendement van de kerkgang is een goede catechetische kennis van Gods Woord vereist. Het Woord komt van verre, in tijd en in ruimte. Dat vraagt om enige scholing en oefening in het luisteren. Men moet zich daarvoor moeite willen getroosten. Want in de geestelijke economie geldt het woord van de Meester: ‘Wie heeft die zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben, maar wie niet heeft, ook wat hij heeft zal hem ontnomen worden’ (Matteüs 25:29).
Mensen bij het Woord brengen
Natuurlijk moet ik oppassen dat ik niet in een vruchteloze nostalgie verval. Natuurlijk moet ik bedenken dat in het moderne leven over de hele linie de breedte de overhand over de diepte genomen heeft - om het begrip oppervlakkigheid zo vriendelijk mogelijk te omschrijven. Natuurlijk heeft ook aan de preekstijl van voorheen veel ontbroken. Maar toch zeg ik tegen mijn jongere collega’s dat het de moeite loont om behalve het Woord bij de mensen ook de mensen bij het Woord te brengen. Bij het eerste is de mens het uitgangspunt en kan het gemakkelijk gebeuren dat het Woord op mensenmaat gesneden wordt. Bij het tweede kan duidelijker worden dat het Woord voorop staat en dat wij in de kerk ónder het Woord zijn, als voorganger en als gemeente.