Hoe maak ik mijn preek?
2006-05-26
Nee, ik ga geen college homiletiek (preekkunde) geven. Dat laat ik graag aan de professionele opleiding tot predikant over. Ik wil alleen een paar opmerkingen maken over dingen, die ik in de loop van zo'n vijftig jaar al duidelijker ben gaan zien en ervaren als noodzakelijke regels voor het maken van een goede preek.- Jaargang 50
- nummer 11
Ik bedoel een preek, die een doorsnee kerkganger goed noemt. Een preek, die het woord van God duidelijk doorgeeft en waarnaar geluisterd wordt, door oud en jong. Misschien kan ik daarmee een collega van dienst zijn.
Luisteren
In de eerste plaats heb ik mij steeds erin geoefend bewust tot de Heilige Schrift te naderen als het eigen woord van God. Natuurlijk, zal iemand zeggen. Maar zo natuurlijk en vanzelfsprekend is dat heus niet. Een dominee is een zondig mens en zal, ook in zijn werk, zich zo ook moeten leren kennen. Je kunt zo licht, als je vakkundig bezig bent, het voornaamste vergeten en te veel vertrouwen op je kennis en kunde. Zeker, het is absolute vereiste je vakkennis en je in je studie verworven bekwaamheid goed te gebruiken. Zonder zelf de tekst uit de grondtaal te vertalen met behulp van grammatica en woordenboeken en zonder zelf geduldig en minutieus te exegetiseren en jezelf daarbij te controleren met behulp van commentaren gaat het niet. Wat ben ik dankbaar in Kampen vroeger geleerd te hebben zelfstandig werk te leveren en geen dingen maar over te schrijven. Maar het voornaamste heb ik daarbij nog niet genoemd. Als je zo op je studeerkamer serieus bezig bent, vergeet dan nooit daarbij onafgebroken, nederig en bewust te luisteren. Luister wat de Here in zijn eigen woord in de tékst de gemeente zeggen wil. Ja, want je bent als dominee Gods intermediair op zijn weg van zijn openbaringen van eeuwen geleden náár zijn gemeente vandaag. Dat is je roeping en die mag je nooit vergeten (Lucas 24:47; Romeinen 10:14-18).
Toen en nu
Ik moet daarover nog iets meer zeggen geloof ik. Bij geen enkele tekst mag je vergeten, dat God zich heeft geopenbaard in de loop van een lange geschiedenis. Anders gezegd: elke tekst in oud of nieuw testament, in historisch, dichterlijk of profetisch boek, in evangelie of brief is gedateerd.
Dat wil zeggen: God heeft zich eerst geopenbaard aan de mensen van toen, in hun situatie, met hun geloof of ongeloof, met hun zonden of hun gehoorzaamheid. En Gods bedoeling met zijn woord van toen, voor de mensen van toen, moet je helder voor de geest komen te staan. En als dat zo is, dan ga je wat ontdekken, namelijk: hoe actueel dat woord is in later tijd. In het nieuwe testament bijvoorbeeld vanuit het oude testament. En ook voor vandaag! En God heeft zijn woord van toen ook bedoeld voor later. Hij die de eeuwen overziet wist in het oude testament, wat zijn gemeente in het nieuwe testament voor boodschap nodig heeft. Dat wil zeggen: Gods woord is profetie (Jesaja 55:10-11; Jesaja 40:8; Matteüs 5:17-18). En kijk, dat moet de gemeente vandaag in jouw preek ook meebeleven en meevoelen. Dan weet zij zich ook ‘aangesproken’, erbij betrokken.
Aanspreken
Dit brengt mij tot een tweede gegeven. De preek moet ‘aanspraak’ zijn. Een preek mág geen betoog zijn over waarheden en normen in het algemeen. Een betoog op de preekstoel gaat over de hoofden heen. Niemand voelt zich aangesproken of erbij betrokken. Het is een vrijblijvend woord, dat misschien voor sommige hoorders interessant is, maar dat geen geloof en geen bekering vraagt en ook niet bewerkt (Lucas 24:27). God heeft altijd mensen ‘aangesproken’. Hij had een boodschap aan hen, waarop hij antwoord vroeg, antwoord van geloof en bekering. En daarom moet je als Gods intermediair, als boodschapper van God de mensen ‘aanspreken’: u, jij. Zo sprak God tot Abraham en Israël, tot David en het volk in ballingschap. En zo spreekt God in dat woord van toen tot zijn gemeente vandaag. En als de gemeente dat voelt, dat God zelf ze aanspreekt dan is er geen gelegenheid voor slaap of verveling.
Klare taal
O ja, daar hoort natuurlijk wel bij, dat het woord in jouw preek dúidelijk gebracht wordt. In eenvoudig, verstaanbaar Nederlands. Geen vreemde woorden! Die dienen alleen maar tot streling van de prediker in zijn ijdelheid en leidt de aandacht van het woord af. Maar in duidelijke woorden en korte zinnen. En vooral in bewustlogisch opgebouwde aanspraak. Ik oefen mij mijn leven lang daarin en blijf dat nastreven. Ik meen, dat het nodig is de preek zorgvuldig op te schrijven en je ook aan de geschreven tekst te houden. De gemeente moet namelijk heel precies begrijpen wat je bedoelt. Als je serieus deze dingen in rekening brengt en nastreeft en daar voortdurend mee bezig bent, dan kan het niet anders: dan wordt er geluisterd, door oud en door jong. Dan is het niet nodig de aandacht te trekken, Met welke maniertjes dan ook. Want dan voelt, ook de jeugd, zich aangesproken en erbij betrokken door God zelf. En op de plaats, waar ook de jongeren ‘thuis’ horen, namelijk: in de samenkomst van de gemeente. Daar wil de Here ook zijn jeugd ontmoeten en nergens anders!
Gebed
Ja, zult u zeggen, dat is allemaal ideaal, maar nu de werkelijkheid. Dat kun je ook niet altijd. Nu, dat brengt mij bij de laatste opmerking en naar ik meen, de voornaamste. Vergeet het gebed niet! Want: als je zonder te bidden, zonder intens te bidden, dat is ook: als je zonder het besef van je eigen onvermogen een tekst zoekt, die gaat vertalen en exegetiseren, nee, dan kom je er niet aan toe God zelf te horen spreken. Maar als je preekwerk van het begin tot het eind gedragen en begeleid wordt door je aanhoudend gebed (antwoord 116 Heidelbergse Catechismus), dan zul je Gods hulp ondervinden; dan gaat de Schrift voor je open... en straks voor de gemeente. Wat heb ik dat vaak gebeden, in mijn nood, waarin ik een preek klaar moest hebben en het niet wist en niet zag en niet kon: ‘Here, ik moet aanstaande zondag aan Uw gemeente Uw woord verkondigen en U weet: ik kan het niet, zie het niet en weet het niet. U moet het doen! Wilt u mij gebruiken?’ En wat heb ik het vaak ervaren: ‘een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel’. (Jakobus 5:16, Statenvertaling).