Preken die raken

2006-05-26
  • Jaargang 50
  • nummer 11
Helemaal kind van God: Romeinen 8

Nog een beetje verdoofd, net als anderen om me heen, schuifelde ik de zaal uit. De zaal van de ‘Zendingskapel’ in de Gerard Scholtensstraat in Rotterdam. Het was een uur of negen op een zondagmorgen in 1952.
Professor Holwerda had het Woord van Romeinen 8 bediend. Bediend. Anders kan ik het niet zeggen. Hij had ons woorden doorgegeven waarvan hij zelf de reikwijdte alleen maar kon vermoeden. Zonder stemverheffing en vertoon maar onmiskenbaar reikhalzend had hij ons meegenomen in zijn hunkering naar de komende bevrijding.

Barensnood, verdriet, zuchten, vermoeidheid om de nutteloosheid en vruchteloosheid van de dingen, hunkering om eindelijk helemaal kinderen van God te zijn – dat was er nu, maar de toekomst, die beloofde verlossing, een nieuwe geboorte, vrijheid.

Ik kan nooit meer Romeinen 8 lezen zonder dat dat uur, langzamerhand vaag, maar toch - in gedachten komt.
Dat uur waarin het gordijn even weggeschoven werd, toen dingen aangeduid werden waar nog geen woorden voor bestaan.

Verzadigd met zijn goddelijk beeld zouden we worden. Verrukkelijk moest dat zijn!

Ik realiseer me nu dat Holwerda kort daarna overleed – zou hij iets van de vrijheid geproefd hebben, zou hij vanuit de verte al iets van God gezien hebben?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief