‘We krijgen nu weer iedere week geestelijk voedsel’
2006-05-26
Overkomers die jarenlang lid waren van andere kerken luisteren met die luisterervaring naar preken in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Welke verschillen vallen hen op? Wat waarderen ze in de Nederlands Gereformeerde prediking en wat missen zij? Kun je spreken van typisch Nederlands Gereformeerde preken? Jelle ten Napel interviewde overkomers uit de gereformeerde kerken (synodaal) in Emmeloord en de Oud Gereformeerde Kerk van Urk.- Jaargang 50
- nummer 11
‘Voor diverse predikanten is de Heere Jezus niet de Verlosser van zonde en schuld en de Redder, maar het goede voorbeeld dat gevolgd moet worden’, zo verwoordt Dorothée Klaver-van Oeveren (45) de situatie als ze terugkijkt op de tijd in de Gereformeerde Kerken (synodaal). Zes jaar geleden maakte de familie Klaver uit Emmeloord de overstap naar de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ze maakten deze keuze omdat men binnen het landelijk verband een steeds verdergaande tendens van vrijzinnigheid signaleerde. Het was een keuze die weloverwogen ging, omdat een deel van de eigen gemeente nog wel behoudend was.
Predikantsdochter
Van huis uit was ze het heel anders gewend. Zij groeide op in een gereformeerde pastorie en kreeg van haar ouders een klassiek gereformeerde opvoeding. Dorotheé Klaver-van Oeveren is schrijfster en gaat in haar leven nog steeds in het spoor van haar vader. Ze vertelt dat hij als 82-jarige nog steeds iedere week in een PKN-gemeente preekt. Zijn intentie is om een schriftuurlijk geluid te laten horen op de kansel als tegenwicht tegen preken die soms doen denken aan de theologie van de bekende Nico ter Linden. Ter Linden herschrijft de bijbel op zijn eigen manier waarbij hij het uitgangspunt huldigt dat de bijbelverhalen wel waar zijn, maar in feite toch niet echt gebeurd zijn. Zo is de opstanding op de paasmorgen geen historisch feit, maar herrees de Heere Jezus slechts in de gedachtenwereld van zijn discipelen. ‘De Nederlands Gereformeerde Kerk houdt zich daarentegen vast aan het evangelie. Vanaf de kansel horen wij ’s zondags in grote lijnen dezelfde soort preken als twintig jaar geleden in de Gereformeerde Kerken (synodaal) het geval was. Zonde, verzoening, genade en dankbaarheid namen daar destijds een centrale plaats in. In de Nederlands Gereformeerde preken gaat het bovendien over de bevinding en dan met name over het persoonlijk beleven van het geloof. De realiteit en bediening van het genadeverbond heeft in de Woordverkondiging in de Nederlands Gereformeerde Kerken een dominerende plaats’, zo is haar wekelijkse ervaring.
Zorgen
Wat zij als positief ervaart in haar nieuwe omgeving is de inbreng van gemeenteleden bij de samenstelling van de liturgie voor de kerkdiensten. Toch heeft Dorothée Klaver-van Oeveren ook zorgen over bepaalde ontwikkelingen binnen haar nieuwe kerkverband. Die zorgen staan o.a. in verband met het toelaten van kinderen aan het Heilig Avondmaal: ‘Ik vind dat dit afleidt van de kern van het evangelie. Je moet weten dat het gaat om voldoening door verzoening door het bloed van Golgotha’. Het bewaren van het echt gereformeerde is volgens haar de opdracht. Dat is niet gemakkelijk en eist daarom de volle inzet.
Kruisraketten en het Kruis
Voor Klaas en Koos van Steinvoorn (beiden 71) is het eveneens zes jaar geleden dat zij in Emmeloord de overstap maakten naar de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ook zij waren jarenlang lid van de Gereformeerde Kerken (synodaal). Beiden hebben de bloeitijd van de Gereformeerde Kerk nog beleefd toen het een bolwerk van rechtzinnigheid was. Als lid van de JV en MV gingen ze naar de befaamde toogdagen. Na de jaren zestig van de vorige eeuw ging er een andere wind waaien in de Gereformeerde Kerken. ‘Langzaam maar zeker werden stappen gezet in de richting van de vrijzinnigheid. Daar hebben wij ons fel tegen verzet’, zegt Klaas van Steinvoorn. Als voorzitter van het Confessioneel Gereformeerd Beraad streed hij in de voorste linie om het tij te keren. De protesten hielpen niets. ‘Op gemeenteavonden werd meer over het weren van kruisraketten dan over de betekenis van het Kruis gesproken’. Moegestreden hakte het echtpaar tenslotte de knoop door en werd Nederlands Gereformeerd. Het echtpaar zag ook mensen vertrekken naar evangelische -of baptistengemeenten. Maar ze hebben geen spijt van de keuze die zij samen met anderen maakten voor de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Integendeel, want ze zeggen als uit één mond dat ze er achteraf zelfs spijt van hebben dat zij deze overstap niet eerder gemaakt hebben. ‘We krijgen nu weer iedere week geestelijk voedsel’, zo vatten zij het samen.
Zonder omwegen
Wat is het nu het verschil dat ze horen? Beiden geven ze aan dat het verschil duidelijk tot uiting komt in de Schriftverkondiging. ‘We horen het evangelie nu zonder omwegen. En niet dat Jezus een goed Mens was om na te volgen. Of dat de Islamieten medebroeders en zusters zijn en Allah dezelfde God is als de God van de Christenen. Daardoor kregen we geen geestelijk voedsel meer en ons geloofsleven leed een kwijnend bestaan. Gelukkig veranderde dat onder de preken van dominee Biewenga die eigentijds en schriftuurlijk het evangelie bracht. Ook zijn opvolger, dominee Roose, geeft ons veel mee om over na te denken. Hij gaat diep in op de eigen verantwoordelijkheid van de leden van de kerk’. Ook zij lopen aan tegen het feit van kinderen aan het Heilig Avondmaal. ‘Maar inmiddels zijn we over dit bezwaar heengestapt’, zegt Klaas van Steinvoorn.
Ultra rechts
Hoe is het als iemand die afkomstig is uit de ultra rechts gereformeerde hoek Nederlands Gereformeerde preken hoort? ‘Om het heel zwart-wit te stellen: een Oud Gereformeerde dominee preekt dat het menselijk gezien bijna onmogelijk is om zalig te worden. Terwijl het bij sommige Nederlands Gereformeerde predikanten bijna niet mogelijk is om verloren te gaan. Zij leren dat het Verbond de stolp is waar een lid in feite niet onderuit kan komen’.
Aan het woord is Meindert de Boer (32), afkomstig uit de Oud Gereformeerde Kerk van Urk. Daar kerkte hij tot zijn achttiende jaar zonder belijdenis van het geloof te doen.
Via de Gereformeerde Gemeente kwam hij anderhalf jaar later door zijn huwelijk uit bij de Nederlands Gereformeerd Kerk te Urk. Twee jaar bezocht hij de catechisatie-lessen van dominee J.J. van Es waarna hij belijdenis deed van zijn geloof. Dit betekende dat voor hem dat de toegang tot het Heilig Avondmaal ontsloten werd.
Mogelijk dat dit voor sommige lezers een volmaakt overbodige mededeling is. Maar dat is het bepaald niet in de rechtervleugel van verschillende reformatorische kerken. In een Nederlands Gereformeerde Kerk ligt de deelname aan de tafel des Heeren in het verlengde van het doen van belijdenis, maar voor Meindert was het een hele stap. Hij was gepokt en gemazeld in een omgeving waar het Heilig Avondmaal voor een enkeling was weggelegd. ‘Eén keer per jaar een avondmaalsviering met vijf deelnemers in een grote gemeente van rond de duizend leden. Dat was al heel wat’.
Een rode draad
Hoewel er naar de ervaring van Meindert geen twee dominees gelijk zijn, is er toch een lijn te schetsen in de preken. ‘Dominee J.J. van Es leerde ons de rode heilshistorische draad in de bijbel te ontdekken. Beginnend bij Genesis 3 (de zogenaamde moederbelofte) verklaarde hij dat de toezegging van het heil toen al ingezet is.
Deze toezegging mondde uit in de komst van Christus. De oprichting van het verbond met Abraham en z’n zaad is van een niet te onderschatten betekenis voor de kerk van de oude en nieuwe bedeling. Niet in de eerste plaats de zaligheid van een enkeling, maar de brede bedeling van het Genadeverbond. Dat is de blijde, voluit bijbelse boodschap die dominee Van Es ons met klem verkondigde tijdens de catechisatie en op de preekstoel’.
Gemis
Zijn er ook dingen die hij minder waardeerd in de Nederlands Gereformeerde Kerken? Bij sommige jonge predikanten en studenten mist Meindert de Boer soms de verwondering en dankbaarheid voor de verlossing die Christus heeft aangebracht. Daarvoor betaalde hij met Zijn bloed, de hoogste prijs die er bestond. De Vader gaf zijn Zoon voor mensen die Hem aan de kant gezet hadden. Nu hij zelf vader is, verwondert hij zich daar nog meer over: ‘Als je de Heere leert kennen als je Redder, Die dat voor je over gehad heeft, wil je graag je kennis over Hem vermeerderen en zul je Hem van harte liefhebben. Daarom wekt het bij mij verwondering dat er kerkleden zijn die zeggen gered te zijn door de Heiland en maar één keer per zondag naar de kerk gaan en verenigingsbezoek overbodig vinden’.