Boeiend boek over evangelische liturgie
2009-09-25
Er is genoeg te doen op het grensvlak van gereformeerd en evangelisch. Dan denk ik niet alleen aan de zomerse conferentieweken van New Wine en Reveil, waar het percentage Nederlands Gereformeerden onder de deelnemers wel weer aanzienlijk zal zijn geweest, maar ook aan de evangelische impulsen, die in eigen zondagse diensten niet ongewoon meer zijn. Want Nederlands Gereformeerde diensten behoren misschien wel tot de meest evangelisch getinte onder de gereformeerde kerkdiensten in ons land. - Jaargang 53
- nummer 19
Aardig om tegen die achtergrond het boeiende boek over evangelische liturgie en muziek te lezen van de hand van dr. Evert van de Poll - een baptist, die op zijn beurt weer opvallend veel feeling met katholiek en gereformeerd heeft. Ik ervoer zodoende het lezen van Samen in de naam van Jezus als een gesprek over het tuinhekje met een kerkelijke buurman.
Bijbelse achtergrond
Een sterke kant vond ik de bijbelse achtergrond, waar Van de Poll op verschillende momenten in zijn boek mee komt. Dat begint al als hij kiest voor ‘samenkomst’ als typering van de zondagse ontmoeting van de gemeente. In zijn overweging komt hij met ontwikkelingsgang in bijbels perspectief van woorden als ‘dienst’, ‘liturgie’ en ‘samenkomst’, maar ook lofprijzing en aanbidding. Maar hij kiest voor ‘samenkomst’, vanwege ‘het diepe besef dat God de mens zoekt en de mens wil ontmoeten’.
Zo ook in het tweede hoofdstuk, waar Van de Poll aandacht geeft aan de liturgie in de eerste gemeente en vandaar doorsteekt naar de Oudtestamentische tempeldienst. De samenkomsten van de gemeente in het Nieuwe Testament zijn vergeleken met de Oudtestamentische tijd zoveel minder bepaald door regels en concrete aanwijzingen, juist ook als het gaat om lied, muziek en instrumenten. ‘Laat alles ordelijk gebeuren zodat de hele gemeenschap wordt opgebouwd’, dat is het wel zo ongeveer en de vormgeving is secundair. Maar met een aangename nuchterheid en openheid zie je Van de Poll vervolgens zijn winst doen met dat wat aangereikt wordt vanuit het Oude Testament. Opvallend vond ik hoe hij de Psalmen in hun diversiteit als richtsnoer neemt voor de lofprijzing van de christelijke gemeente.
De wortels van de evangelischen
De evangelische samenkomsten zijn kerkhistorisch natuurlijk ook niet uit de lucht komen vallen. Want de evangelischen behoren tot de protestantse tak van de christelijke kerk, en die achtergrond zie je ook terug in de diensten. Dit is bijvoorbeeld merkbaar als het gaat om de bijbelse verkondiging, de avondmaalsviering en de gemeentezang, waarin evangelischen veel meer verwant zijn aan de gereformeerden dan aan de katholieken. Tegelijk is bij baptistische stromingen de vormgeving van de dienst van meet af aan veel vrijer en het ambtelijk karakter veel minder sterk geweest dan in een doorsnee gereformeerde dienst.
Een belangrijke invloed – vooral op het punt van de gemeentezang en de liedcultuur – ging uit van de missionaire opwekkingssamenkomsten van de 18e eeuw en daarna, waar uitbundig gezongen werd, met liederen van grote directheid en volkse eenvoud. Het blok ‘lofprijzing’ onder leiding van een zangleider, dat doorgaans de eerste helft van een evangelische dienst vult, heeft daar mee zijn wortels.
Daarbij komen dan nog de veranderingen gedurende de laatste decennia, met grotere nadruk op lofprijzing, veel nieuw repertoire (opwekkings- en worshipliederen) en een eigentijdse begeleiding. De gemeentezang in veel evangelische gemeenten werd de laatste kwart eeuw ook charismatischer van karakter – zo schrijft Van de Poll – waarbij in een reeks van liederen toegewerkt wordt naar een climax in de aanbidding. Apart genoeg spelen daarbij beelden van de tempel met zijn voorhof, heilige, en heilige der heilige, een grote rol (in de sfeer van: Ik kom uw heiligdom binnen, Opwekking 192).
Kameel
Van de Poll geeft evangelisch en gereformeerd Nederland in zijn boek veel mee ter overdenking. Stevig vond ik zijn kanttekeningen bij de gebruikelijke tweedeling van de evangelische samenkomst in lofprijzing/aanbidding en verkondiging. In het eerste deel van de dienst wordt soms zo sterk naar een climax toegewerkt, zo signaleert Van de Poll, dat dat ten koste gaat van de verkondiging. Hij taxeert dat als de verlieskant aan het feit dat de éénbultige dromedaris zich ontwikkelde tot een kameel met zijn twee hoogtes.
Een ander punt is – en Van de Poll heeft het dan nog steeds over een dienst van evangelische snit – dat de preekstoel of lessenaar zijn centrale plaats op het podium heeft afgestaan aan het instrumentarium van de musici. Is dat alleen visueel, of zegt het meer? En als het gaat om de gemeentezang vraagt Van de Poll zich af of er niet meer meegedeind dan meegezongen wordt met liederen, die vaak te ingewikkeld zijn voor gemeentezang. Hoe lang duurt het tot, bij zo’n toegenomen inbreng van de musici, de ‘dienst’ in ‘optreden’, de ‘begeleiding’ in ‘voorgaan’ en de ‘gemeente’ in ‘publiek’ is veranderd? Aardige vragen en niet alleen richting de evangelischen.
Van de Poll heeft veel oog voor de waarde van de kerkelijke traditie. Zo wijst hij op de opbouwende kanten van het kerkelijk jaar, leesroosters, een uitgeschreven gebed (‘de Heilige Geest kan je ook in de voorbereiding leiden’) en pleit voor meer aandacht voor symboliek, zonder dat hij zich vastlegt op deze of gene vorm. Van de Poll is ook niet bang voor wat experiment in de dienst en wat hem betreft zou – om iets gereformeerds te noemen – het standaard ‘votum en groet’ ook veel vrijer en gevarieerder kunnen.
Prikkelend
Verder kom je door het boek heen veel prikkelende gedachten tegen, zoals: ‘Er zal in toenemende mate behoefte zijn aan regelmatige gemeentesamenkomsten op andere tijdstippen, om te voorkomen dat mensen die geen vrije zondag hebben, buiten de dynamiek van het gemeenteleven blijven’. Of, in het kader van missionaire diensten en de vraag hoe bijzonder diensten moeten zijn voor buitenstaanders: ‘Wat de ander interesseert, is misschien juist wel wat we gewoonlijk met elkaar beleven wanneer we samenkomen. Week in, week uit.’ Richtinggevend in discussies rond liturgie en gemeentezang vond ik de kernzin: ‘Het liturgisch speelveld heeft ook een middelpunt: de Persoon en het werk van Christus’.
Zo zijn er in dit boek nog veel meer waardevolle gedachten over gemeentezang en kerkmuziek te vinden. Wie wat te maken heeft met de zondagse liturgie in bezinning of begeleiding kan zijn winst doen met dit boek van een geestverwant, die kerkelijk net aan de andere kant van de grens tussen gereformeerd en evangelisch het Koninkrijk zoekt.
Poll, Evert W. van de (2009), Samen in de naam van Jezus. Boekencentrum Zoetermeer, 248 p. € 21,50.
Freddy Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.