Een verlies voor altijd

2009-09-25
  • Jaargang 53
  • nummer 19
In De Reformatie van 11 juli schreef Menno Veldsema (docent godsdienst aan het Greijdanus College in Zwolle) over een onderwerp waarover ik nog niet vaak iets gelezen had: kinderen die in hun jeugd een ouder verliezen aan de dood. Zijn verhaal is denk ik voor velen herkenbaar; voor mij in elk geval wel:

Het overlijden van een ouder is erg ingrijpend. Eerst leef je in een gewoon gezin met twee ouders, maar dat verandert opeens. Er komt en blijft een lege plek. De overledene blijft na zijn dood altijd hetzelfde, verandert nooit meer, terwijl het gezin wel verandert. Maar ook de omgeving verandert, wordt een omgeving waar de overledene geen plaats meer in heeft, hoe graag het achtergebleven gezin dat ook zou willen. ()

Waarom wordt er niet meer over een overleden ouder gepraat? Wat is er mooier dan andere mensen vertellen hoe je vader of moeder was? Dat er niet meer met elkaar over het verlies gesproken wordt, heeft te maken met het intense karakter van dit verdriet. Dit diepe verdriet heeft weer te maken met het definitieve karakter van de dood, met het feit dat na een overlijden letterlijk alles anders wordt. Een kind ziet dat de overgebleven ouder erg verdrietig is, de ouder ziet dat het kind erg verdrietig is. Om elkaar te sparen, wordt er vervolgens niet meer gesproken over het verdriet. Dit is verklaarbaar, maar niet goed. Het is belangrijk dat kinderen hun emoties thuis kunnen uiten. Dit patroon dat na het overlijden wordt ingezet, moet doorbroken worden. Als dit patroon niet doorbroken wordt, zal het gezin uit verschillende individuen gaan bestaan omdat ieder gezinslid het trauma op zijn eigen manier verwerkt. Er is dan onderling geen emotioneel gesprek meer mogelijk. Als ik kijk naar het gezin waar ik in ben opgegroeid (ik verloor op vierjarige leeftijd mijn vader), zie ik dat wij elkaar niets te vertellen hebben. We zijn als los zand omdat we het verdriet om het overlijden van onze vader elk op onze eigen manier hebben moeten verwerken. ()

Vaak schieten jongeren in de rol van verzorger om de overgebleven ouder te ontzien. Een dergelijke jongere lijkt sterk, maar is dat niet! Deze kinderen doen zich sterker voor dan ze zijn. Dit gedrag komt vooral voor bij kinderen die al wat ouder zijn, kinderen waar de overgebleven ouder op kan steunen. Kinderen die deze verantwoordelijkheid krijgen of zich zelf verantwoordelijk voelen, ontwikkelen zich vervolgens niet als gewone pubers, die los moeten komen van hun ouders. Zij zullen zich op latere leeftijd nog los moeten maken van thuis. Binnen het gezin veranderen deze kinderen van kind naar surrogaatouder, iets dat door de andere kinderen meestal niet geaccepteerd wordt.

In de literatuur las ik, en tijdens de gesprekken die ik met verschillende (half)wezen heb gehouden werd dit bevestigd, dat de overgebleven ouder superbelangrijk wordt voor het kind. Deze ouder wordt als het ware zowel vader als moeder. De kinderen zijn doodsbang dat hun overgebleven ouder hen ook ‘in de steek’ zal laten. Als deze ouder ziek is, zijn de kinderen overbezorgd omdat zij als kind al mee hebben gemaakt wat veel mensen pas meemaken als ze ouder zijn. De overgebleven ouder wordt veel gespaard door de kinderen, de kinderen zullen hun best doen om deze ouder niet tot last te zijn.

Het binden aan andere mensen is het aangaan van contact met andere mensen. Ik heb gemerkt dat als een van de ouders jong sterft, de vreugde van het liefhebben voorgoed verbonden raakt met de pijn van het verlies. Liefde en verlies zijn niet langer gescheiden, zijn geen verschillende dingen meer. Het kind leert dat liefhebben gelijk staat aan verliezen. De meeste mensen leren tijdens het ouder worden de volgende belangrijke levensles: er is geen begin zonder eind, er is geen liefde zonder verlies van liefde. De meeste mensen leren die lessen als ze oud genoeg zijn om deze les in het perspectief te zien van een volledig leven. Als een kind deze les echter op vroege leeftijd leert, wordt de subjectieve houding tegenover relaties er voorgoed door gekleurd. Als dit kind volwassen wordt, zal het een manier moeten vinden om relaties op te bouwen. Mensen die vroeg in hun leven een ouder hebben verloren, hebben vaak moeite om een relatie met een ander aan te gaan! Ze moeten een manier zien te vinden om het probleem van de intimiteit op te lossen.

In het vervolg van het artikel gaat Veldsema in op de vraag hoe pastoraal te zorgen voor kinderen die een ouder verliezen. Dat laat ik hier nu rusten.
Eén aanvulling nog op zijn verhaal. Naast de dingen die hij noemt, heb ik (mijn vader overleed toen ik twaalf was) veel later, toen mijn eigen kinderen ouder werden dan twaalf jaar, het ontbreken van een rolmodel als moeilijk ervaren: hoe moet je vader zijn van opgroeiende kinderen, als je niet weet hoe je eigen aardse vader dat deed of zou hebben gedaan?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief