Kleine bekertjes bij Avondmaal door griep

2009-09-25
  • Jaargang 53
  • nummer 19
Bijna vier op de tien Nederlands Gereformeerde Kerken vieren deze of volgende maand het Avondmaal met een klein bekertje wijn voor elke Avondmaalsganger. Dat blijkt uit een enquête die Opbouw de afgelopen twee weken hield. Voor de meeste kerken is de Mexicaanse griep de directe aanleiding. Ruim de helft van de kerken houdt vooralsnog vast aan een of meer gemeenschappelijke Avondmaalsbekers. De enquête had een hoge respons: 81 van de 91 Nederlands Gereformeerde kerken deden eraan mee.

De meerderheid van de kerken (52%) heeft besloten om in elk geval voorlopig de traditionele viering met een of meer gemeenschappelijke bekers te handhaven. De meeste kerken baseren dat besluit op hun inschatting van de risico’s en de totnogtoe milde gevolgen. Soms hebben ze daarvoor deskundigen in of buiten de eigen gemeente geraadpleegd. De gemeente van Zaandam signaleert ‘dat de Mexicaanse griep slechts een van de vele besmettingsbronnen is die ons bedreigen als we Avondmaal vieren’. Andere kerken benadrukken dat het afschaffen van de gemeenschappelijke Avondmaalsbeker(s) maar een kleine risicobeperking oplevert. Volgens hen schuilt het besmettingsgevaar net zo goed in het schudden van handen, het doorgeven van de collectezak, het afdrogen van handen aan toilethanddoeken en het – ‘met zijn allen op een kluitje’ - koffiedrinken na de dienst. ‘Wil je consequent zijn, dan zou je de kerk moeten sluiten’, reageren verschillende scriba’s. In Amersfoort-Zuid hebben ze op de moderamenvergadering dan ook hartelijk gelachen om de ‘overbezorgde suggesties’ om het Avondmaal op een andere manier te vieren.

Extra maatregelen
Sommige kerken noemen de discussie over maatregelen tegen de griepbesmetting een ‘hype’ of zelfs een ‘hetze’. Andere kerken vinden het afstappen van de gemeenschappelijke beker ‘getuigen van weinig vertrouwen in onze Almachtige God’. Een van de scriba’s vraagt zich af, of de Avondmaalsvierders in de hongerwinter zich ook druk hebben gemaakt om de overdracht van ‘enge ziekten’.
Diverse kerken hebben de handhaving van de gemeenschappelijke beker(s) gepaard laten gaan met extra maatregelen. In Bunschoten-Spakenburg gaan per tafel meer bekers (tien) rond dan voorheen (zes). In Haarlemmermeer OZ wordt de beker vaker schoongemaakt en in Amsterdam-Centrum krijgen de Avondmaalsgangers een doekje waarmee de rand van de beker kan worden afgeveegd. In Schiedam is een echtpaar dat moeite had met het drinken uit een beker waaruit ook anderen drinken, in de gelegenheid gesteld om als eerste gebruik te maken van brood en beker. In sommige kerken (Enschede, Houten, Maastricht) wordt de kerkgangers die ondanks alle geruststellingen toch bang zijn voor besmetting uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden om de beker te laten passeren of om de beker wel aan te pakken, maar er niet uit te drinken. Met als toelichting: ‘Ook dan kun je datgene waar het in het Avondmaal om gaat in gedachten meebeleven’. En: ‘Ook zonder het slokje wijn heb je Avondmaal gevierd’.
Sommige kerken die voorlopig vasthouden aan de gemeenschappelijke beker(s) hebben al wel kleine bekertjes aangeschaft voor het geval de griep toch uitgroeit tot een pandemie.

Kleine bekertjes
Een grote minderheid (38%) van de kerken - van Assen en Alkmaar tot Zeist en beide Zwolse gemeenten - heeft ervoor gekozen om elke Avondmaalsganger een eigen bekertje wijn te geven. Vaak zeggen ze te betwijfelen, of dat wel echt nodig is en of het veel effect heeft. Ze noemen onzekerheid of angst bij gemeenteleden (vooral uit de risicogroepen) als reden om toch voor deze vorm te kiezen. ‘Het gaat ook om het gevoel’, zegt een van woordvoerders. Culemborg benadrukt: ‘Dat we het zo te doen was niet vanwege de ernst van de griep, maar omdat het niet zo mag zijn dat een gemeentelid (bijvoorbeeld uit een kwetsbare groep) de beker voorbij laat gaan vanwege besmettingsgevaar’. In Amsterdam-Tuinsteden-Zuid-West heeft de kerkenraad ondanks het hype-gevoel toch voor kleine bekertjes gekozen ‘omdat er door verschillende gemeenteleden om “maatregelen” werd gevraagd’. In Krommenie vindt men ‘de hele commotie zwaar overdreven’, maar is toch ter wille van enkele verontruste gemeenteleden met een slechte gezondheid ‘voor deze ene keer’ gekozen voor kleine bekertjes.
Sommige gemeenten combineren het overgaan op kleine bekertjes met de overgang van de viering aan tafel naar het doorgeven van brood en wijn door de rijen (Barendrecht) of naar een lopende viering (Nijverdal). Apeldoorn meldt dat de deelnemers aan de lopende viering het brood ontvangen uit de hand van de predikant en even verder op het podium een bekertje wijn krijgen van een ouderling met een dienblad met kleine bekertjes. ‘Op de terugweg kan men het lege bekertje deponeren op een daarvoor bestemde tafel (dus niet in een prullenbak)’.
In ’s-Gravenhage-Centrum, Rijsbergen, Wageningen en Zoetermeer worden al langere tijd, los van de Mexicaanse griep, kleine Avondmaalsbekertjes gebruikt. Soms gebeurt dat vanuit hygiënische overwegingen: in Wageningen ter wille van gemeenteleden met smetvrees, voor wie een gemeenschappelijke beker deelname aan het Avondmaal blokkeert; in de Haagse Havenkerk vanwege de gevarieerde herkomst van de kerkgangers, inclusief (ex-)verslaafden en mensen ‘waarvan niet bekend is wat ze onder de leden hebben’.

Variant
Leerdam biedt de kerkgangers de keus tussen drinken uit een gemeenschappelijke beker én uit kleine bekertjes. Doorn heeft een bijzondere variant: ‘De gemeenteleden mochten een stukje brood pakken van een schaal die de predikant voorhield en vervolgens doopte men het brood in de wijn die door een ouderling in een beker aangeboden werd’.
Een handvol kerken (7%) heeft nog geen beslissing genomen over de wijze van Avondmaalsviering. Slechts één kerk gaf aan dat de kerkenraad het er nog niet over heeft gehad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief