Van broekriem naar Dankdag
2003-11-07
Het mes gaat erin. Nederland moet de broekriem aanhalen want we zitten in een stevige economische dip.- Jaargang 47
- nummer 22
En achter de nog steeds welvarende materiële voorgevel van Nederland gaan probleemwijken, etnische spanningen, eenzaamheid en een gebrek aan levensvervulling schuil. Wat staat ons te doen? Natuurlijk, we kunnen gaan demonstreren op het Malieveld of de Dam. Maar dan blijven we zelf buiten schot. Terwijl de problemen niet alleen op het bordje van ‘de regering’ of ‘de economie’ kunnen worden geschoven. Wij zijn zelf ook deel van het probleem. Door ons denken.
Ons doen. Ons laten. Ons spreken.
Die broekriem confronteert ons met de noodzaak om eens in de spiegel te kijken. Wie zijn we eigenlijk en hoe gedragen we ons?
In de week van Dankdag kan het geen kwaad, eens in de volgende 'spiegel van waarden' te kijken.
Verwondering - over al wat leeft. En dan pas aan het werk om er ons voordeel mee te doen. Kennis is macht, maar verwondering is leven. Waar verwondering ontbreekt, zijn opvoeding en onderwijs al bij voorbaat mislukt.
Rust - in onze gestresste en hypermobiele samenleving. We hoeven niet overal altijd te kunnen komen om gelukkig te zijn. Als we selectiever met onze mobiliteit omgaan, hebben we extra asfalt en groeiend vliegverkeer vast niet nodig. En: we moeten de natuurlijke ruimte in ons kleine landje niet volbouwen.
Gemeenschapszin - dus niet langs elkaar heen leven.
Verantwoordelijkheid voor elkaar in wijk, kerk en clubs heeft meer effect op veiligheid dan meer blauw op straat.
Vertrouwen - niet op wetenschap, techniek en geld alsof die alle problemen kunnen oplossen, maar op de Schepper die al wat bestaat gemaakt heeft en de aarde aan ons beheer heeft toevertrouwd.
Respect – niet alleen voor mensen, maar ook voor de bodem waarop ons voedsel groeit, voor de eigen aard en het welzijn van dieren, en voor de boeren die daar hun werk van maken. Ook als ons dat als consument wat kost.
Zorgen en delen - met onze armere medemens en met de komende generaties.
Aan egoïsme en materialisme gaan we kapot. Ook de toegenomen natuurrampen samenhangend met klimaatsverandering (door menselijke consumptie- en productiepatronen) maken ons dit duidelijk. We zullen ons moeten instellen op een samenleving waarin de materiële welvaart niet verder groeit - wat helemaal niet ten koste hoeft te gaan van het welzijn en een toename daarvan.
Duurzaamheid - in plaats van verspilling.
Een daadkrachtige nationale inspanning is nodig van overheid, bedrijven en burgerorganisaties nodig om Nederland duurzamer te maken.
Toegegeven, niet alles wat hier staat is helemaal gericht op het persoonlijk leven. Toch heb ik aan deze zeven waarden m’n handen meer dan vol.
Net als – hoop ik dan maar - Wouter van Dieren (IMSA), Henk Jochemsen (Lindeboom Instituut), Bas Plaisier (SOW-kerken), Jan Pronk (oud-minister VROM), Wim Rietkerk (l’Abri) en Doekle Terpstra (CNV), die intussen toch allemaal hun adhesie aan deze 'spiegel van waarden' gaven.
Als we nou eens in deze spiegel zouden willen kijken. In een moment van persoonlijke bezinning, bijvoorbeeld.
Of samen met anderen, in uw gemeente of parochie, wijk- of bijbelkring of wat voor kring dan ook. Zou dat misschien kunnen uitgroeien tot een verschil dat de wereld verandert?
Peter Siebe, bestuurslid Christelijk Ecologisch Netwerk (CEN), een samenwerkingsverband van achttien organisaties dat zich inzet voor ecologische duurzaamheid. De spiegel van waarden werd onlangs aan alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer gestuurd.