Een zendingsvereniging

2003-11-21
  • Jaargang 47
  • nummer 23
In Opbouw 18 werd bericht over een voorstel voor de Landelijke Vergadering van volgend jaar – een voorstel om het zendingswerk dat vanuit onze kerken gedaan wordt onder één centraal orgaan te plaatsen.
Dit komt niet zomaar uit het niets: reorganisatie van de zending zit ‘in de lucht’. Op zaterdag 29 november wordt een zendingsvereniging binnen onze kerken opgericht.
Een vrij unieke verschijning, maar aan de kerkelijke structuren wellicht toch niet zo vreemd als het op het eerste gezicht lijkt. Maar het verdient wel enige toelichting. Hoe het was, hoe het kwam en hoe het wordt.

Drie kerken, één zendingsgebied
In het verleden is door de kerken van Bunschoten-spakenburg, Den Haag (voorheen Haarlem) en Leerdam in het Nqutu-district in KwaZulu Natal in Zuid-Afrika zendingswerk begonnen.
Binnen het Nqutu-district had elke kerk een afzonderlijk werkgebied. De zendelingen zijn met een grote mate van zelfstandigheid aan het werk gegaan en ieder werd ondersteund door zijn eigen zendende kerk.
Doordat het zendingswerk in Zuid-Afrika werd gezegend, zijn vele gemeentes en preekplaatsen ontstaan, die echter samen één kerk in Nqutu vormden met één kerkenraad, opgenomen in het verband van Die Gereformeerde Kerke in Suid Afrika (de zgn. Dopperkerken).
In Nederland waren de drie zendende kerken zelfstandig in het bepalen en uitvoeren van hun beleid. Iedere zendende kerk had haar eigen kring van steunbiedende kerken waarmee werd samengewerkt, in het bijzonder voor het vergaren van financiële middelen om de zending te kunnen bekostigen.
De drie zendende kerken hadden in eerste instantie onderling weinig contact, zodat er weinig tot geen afstemming plaatsvond over beleid ten aanzien van het zendingswerk en de financiën en ook voor wat betreft de contacten met de kerk in Nqutu.

Gegroeide samenwerking
Inmiddels werken de drie zendende kerken nu al weer verschillende jaren samen. Formeel hebben ze elk nog steeds hun eigen gebied binnen het Nqutu-district, maar zoals gezegd, de gemeentes die er zijn ontstaan vormen één kerk. Dat laatste is in twee opzichten iets om rekening mee te houden.
Het is namelijk geen ‘maagdelijk zendingsgebied’ meer, maar er is nu een kerk die een in principe volwaardige zusterrelatie met de kerken in Nederland onderhoudt. Die ene kerk heeft al een aantal jaren geleden aangedrongen op één adres in Nederland, omdat de communicatie vanuit drie verschillende zendende kerken niet bevredigend was. Bovendien stelt een geïnstitueerde kerk andere eisen aan de zending dan er voorheen werden gesteld. Het wordt daarom belangrijk om de zending te richten op bijvoorbeeld ondersteuning, en dan voor het gehele gebied, in plaats van de basiszending die in een gebiedsmatige aanpak van het begin paste. De gebiedsindeling vanuit Nederland verliest daarom op verschillende vlakken zijn betekenis.
De gegroeide samenwerking in Nederland bestaat uit een ‘Commissie van Overleg’ van de drie zendende kerken, kortweg CVO-3, waarin de zendingscommissies of –moderamina samenkomen.
Van overleg is het inmiddels besturen geworden, al mist dit nu nog een formele grond. Bovendien willen de zendende kerken de zogenaamde ‘Steunbiedende Kerken’, de kring van kerken om ieder van hen heen die het werk mede mogelijk maken, duidelijker bij het werk betrekken. De verenigingsvorm bleek na onderzoek daarvoor prima geschikt.

Een kerkelijke vereniging
De opgezette verenigingsstructuur sluit zo goed mogelijk aan bij wat in het kerkelijke gebruikelijk is en we noemen het daarom gerust een kerkelijke vereniging. Een paar elementen:
• De leden zijn de kerken. Zij spreken uiteraard via vertegenwoordigers, maar ieder lid, dus iedere kerk, heeft één stem. Net als op een Regiovergadering, waar elke kerk ongeacht haar grootte via vertegenwoordigers één stem heeft.
• De leden, de kerken dus, gaan wel financieel bijdragen naar gelang hun ledental. Een omslagstelsel gebaseerd op leden, zoals dat ook bij onze afdrachten aan het landelijke verband doorgaans het geval is.
• De kerken die lid zijn bepalen samen het beleid van de vereniging. Er is een bestuur dat het beleid voorbereidt en uitvoert, maar via de ledenvergaderingen moet goedkeuring aan de plannen worden gegeven en daar moet ook achteraf verantwoording over worden afgelegd. Zo doen we dat in kerkelijk verband ook via Regiovergadering en LV als er commissies aan het werk gaan.
Nu zijn er natuurlijk ook wel verschillen, want een kerkelijke vergadering houdt op te bestaan nadat zij gesloten is, maar het verenigingsbestuur blijft gewoon besturen. Maar is dat echt anders? Waar een permanent bestuur nodig is, benoemen we in kerkelijk verband een commissie die dat tussen de vergaderingen waarneemt en die functie heeft in de vereniging het bestuur.

Zendeling en zendende kerk
De positie van de zendeling en de zendende kerk verdient nog wel bijzondere aandacht. Het is de bedoeling dat de vereniging straks de zendeling in dienst gaat nemen. Dat kan echter niet zomaar. Als kerken hebben we afgesproken dat een predikant (en dat is een zendeling immers) altijd verbonden is aan een gemeente (artikel 8 AKS). Ook als een predikant een bijzondere taak heeft, blijft hij verbonden aan zijn gemeente; de verdere regeling hiervan moet wel de goedkeuring van de regiovergadering krijgen (art. 11 AKS). We kennen deze regelingen voor de studiebegeleiders van de TSB, de krijgsmachtspredikanten en wellicht ook nog voor anderen.
Iets dergelijks zal de vereniging willen en moeten gaan regelen voor de zendelingen.
Zij komen dan in dienst van de vereniging, maar blijven voor hun ambtelijke bestaan verbonden aan hun zendende kerk. Om die reden krijgen de zendende kerken in de vereniging één bijzonder recht, namelijk om een bindende voordracht voor één bestuurslid te doen. Iedere zendende kerk in principe voor één bestuurslid, maar samen altijd minder dan de helft van het aantal bestuursleden. Op die manier kan de zendende kerk het best rechtstreeks op de hoogte blijven van het wel en wee van haar predikant, en als er problemen opdoemen is de zendende kerk, via haar vertegenwoordiger in het bestuur, er vanaf het begin ook bij betrokken. Maar laten we hopen dat dat niet nodig zal zijn. Verder zal de vereniging de mogelijkheid hebben om ook anderen in dienst te nemen.
We denken dan aan het praktische opbouwwerk in Nqutu (organisatie, financiën) waarvoor we waarschijnlijk iemand in dienst zullen nemen, zodra er een geschikte persoon gevonden is.

De 'echte' kerkelijke weg
Nu denkt u wellicht: ‘Ja maar, de “echte kerkelijke weg” is toch via de regiovergadering en de landelijke vergadering, en dan benoemen we samen een commissie die de zending gaat aansturen.
Zo doen we dat toch?’ De kerk van Kampen, met wie wij uitgebreid over de plannen hebben overlegd, geeft hieraan bijvoorbeeld de voorkeur. Er ligt daarom een voorstel van de kerk van Hattem voor de komende Landelijke Vergadering (2004 in Lelystad) om die weg te gaan onderzoeken. De gang der dingen is dan dat er een onderzoekscommissie komt, die gaat aan de volgende LV rapporteren, en niet vóór 2007 hebben we dan zo’n landelijke commissie, als de LV dan al positief beslist. De zending in Nqutu kan echter niet zolang wachten. Met name de kerk van Nqutu zelf heeft aangedrongen op één instantie in Nederland om zich op te kunnen richten, in plaats van die drie kerken. En ook de CVO-3 zelf ziet het als een logische en noodzakelijke stap om de samenwerking nu een formeel kader te geven. Het geeft de mogelijkheid van krachtenbundeling en versterking door professionalisering van het werk vanuit Nederland.
Het voorstel van Hattem heeft, als het overgenomen wordt, trouwens nog wel wat voeten in aarde. Als we als Nederlands Gereformeerde Kerken één commissie voor de zending verantwoordelijk maken, dan zou het logisch zijn dat alle zendingswerk hier onder komt te vallen. Dan gaat het niet alleen om Nqutu, maar ook om het Richmond gebied (de zending van Kampen) en de zending van Wormer, en ook om werk op Soemba, in Spanje, in India en wellicht nog op andere plaatsen. En wie zijn werk niet overdraagt, wordt in landelijk verband toch geacht bij te dragen, zo mogen we verwachten. Hoe zal dat gaan? Nu ja, dat zal dan die commissie van de komende LV moeten gaan uitzoeken.

Geen doel op zich
Maar natuurlijk is onze vereniging geen doel op zich, maar een middel om nu binnenkort de zending in Nqutu vanuit Nederland beter te organiseren.
Zij heeft ook geen bredere pretentie en zal dan ook Nederlands Gereformeerde Zendingsvereniging Nqutu gaan heten. Maar uitbreiding van het werkgebied is zeker mogelijk, als bijvoorbeeld ander zendingswerk zich hierbij aan zou willen sluiten. Een naamswijziging is zo gebeurd.
En verder neemt de vereniging in haar statuten op dat als er inderdaad één landelijk orgaan in onze kerken komt, de vereniging hierin zal kunnen opgaan.
Het is dus beslist niet zo dat we er afwijzend tegenover staan. Maar we kunnen er voor de Nqutu-zending niet meer op wachten.

Dit artikel is ingezonden namens de CVO-3

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief