En God beschikte een worm?

2006-06-09
  • Jaargang 50
  • nummer 12
Vragen rond het ontstaan van de wereld en in het bijzonder van de mens blijven velen interesseren.
Na het boek Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? onder redactie van Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg, hebben deze schrijvers opnieuw een boek gepubliceerd. Met de titel En God beschikte een worm proberen negentien verschillende auteurs duidelijk te maken dat de gang van zaken in de natuur niet een kwestie is van puur materiële processen, maar dat de Schepper op een of ander manier daarbij betrokken is bij zijn schepping. Kan dit boek behulpzaam zijn bij de zoektocht naar een christelijke levensbeschouwing waarin het mogelijk is het huidige wereldbeeld te integreren in de bijbelse boodschap van schepping, zondeval en verlossing?

Wonderen
De meest boeiende bijdrage van dit boek vind ik het artikel Een wereld vol wonderen van Jan van Bemmel (p. 315 e.v.). Vol verwondering schrijft hij over de vleugels van vlinders, de snelle wendbaarheid van fruitvliegen, de ingewikkelde communicatie van bijen en de bloedsomloop van een foetus. Deze voorbeelden leveren in zijn ogen vele aanwijzingen voor ontwerp, vanwege de vele prachtige regelsystemen en de complexe informatieverwerking.
Hij schat de kans (p. 333) 'dat de besproken communicatie- en informatieprocessen – gezien hun hoge mate van complexiteit – “zomaar” in een lang proces van mutaties en selectie zijn ontstaan, verwaarloosbaar klein. Vraag het maar eens ontwerpers van moderne communicatiesystemen.' Ik deel zijn overtuiging dat zulke ingewikkelde processen niet uitsluitend door toevallige en willekeurige gebeurtenissen ontstaan kunnen zijn.

Toevalsproduct of bedoeld?
In feite is dat de hamvraag waarover bijna alle auteurs van het boek wel iets schrijven. Is het ontstaan van het universum en van het leven op aarde de uitkomst is van een willekeurig, doelloos en puur materialistisch proces dat de mens niet in gedachten had? Een boeiende vraag die echter door weinig schrijvers verbonden wordt met de bijbelse boodschap over schepping, zondeval en genade. Met name Gijsbert van den Brink probeert wel die link te leggen.
Accepteren dat de wereld en leven op aarde erg oud zijn, is nog niet zo moeilijk. Anders wordt het wanneer we ons realiseren dat een hoge ouderdom onvermijdelijk betekent dat de dood in de natuur lang heerste lang voordat de mens op het toneel kwam. Van den Brink veronderstelt dat de dood er inderdaad altijd al was, maar na de zondeval van karakter veranderde. Temeer omdat de dood in de bijbel een gelaagd begrip is met een lichamelijk aspect en ook een geestelijke dimensie, namelijk het gescheiden zijn van God. Hij denkt dat de strijd om het bestaan en de dood pas na de zondeval door mens en dier als leed ervaren zijn. Wat mij betreft, een nogal vreemde gedachte.
De grootste problemen komen echter in beeld als het gaat om de schepping van de mens. Wanneer we een evolutionair schema hanteren, dan is de mens toch een nakomeling van mensapen?
Wanneer moet je dan van de eerste mensen spreken die naar het beeld van God geschapen zijn en die voor de zondeval in harmonie met hun Schepper leefden? Of wijst de beschrijving van de zondeval niet op een historische gebeurtenis maar uitsluitend op een existentiële breuk met God in het leven van ieder mens? Met vreugde constateer ik dat Van den Brink zich distantieert van de moderne theologie, waarin men Genesis 3 reduceert tot een voorbeeldverhaal. Een historische interpretatie van de zondeval betekent echter dat God iets bijzonders heeft gedaan bij het ontstaan van de mens.

Special creation
De schepping van de mens is voor Van de Brink dan ook een speciale daad van God geweest en niet een geleidelijke ontwikkeling van mensaap via hominide (mensachtige) tot mens. Hij verwijst naar de Theory of Special Creation (p. 77). Maar hoe moeten we ons dat voorstellen? Was er sprake van een ingreep van God in het evolutieproces waarbij hij uit het ‘stof’ van een hominde in één stap een mens maakte? 1 Had dat dan betrekking op de hele mens of alleen op zijn geest? Elders in het boek wordt door Everard de Jong verdedigd dat het lichaam van de mens geëvolueerd is, maar dat de ziel door God geschapen is (p.228). 2 Het is een katholieke visie die uitgaat van een dualistisch kijk op de mens. Deze opvatting kan ik niet delen, omdat de bijbel er duidelijk op wijst dat God de mens in zijn totaliteit (geest, ziel en lichaam) geschapen heeft naar zijn beeld. Dat laatste betekent voor Van den Brink ook dat God de mens vanaf het allereerste begin heeft toegerust met een moreel bewustzijn. Zou dit morele besef het resultaat geweest zijn van een evolutionaire ontwikkeling, dan was het kwaad niet een zondige keus, maar een onvolkomenheid van de evolutie. In dat geval blijft er alleen een ethiek gebaseerd op toevallige afspraken (p. 231).
Uit het voorgaande blijkt hoe moeilijk het is om een volledig evolutionaire achtergrond van de mens te verenigen met het hart van de bijbelse boodschap. De Theory of Special Creation voor de mens ligt natuurlijk heel dicht bij – wat men noemt – het oude-aarde creationisme. Daarin wordt de hoge ouderdom van het heelal aanvaardt in combinatie met de aparte schepping van de basistypen van levende wezens. Uiteindelijk draait het in deze discussie om de vraag: geloven wij dat alles wat bestaat puur het product is van natuurlijke processen of is daarin ook ruimte voor het handelen van de Schepper?

Interactie
Een naturalistische georiënteerde wetenschapper zal dat laatste stellig ontkennen, omdat er dan een onvoorspelbaar – niet-natuurlijk – element in het onderzoek komt. Ik schrijf het met opzet zo, want in de gangbare evolutietheorie wordt veelal ‘toeval’ als dé creatieve factor gezien. Maar men spreekt toch juist dan van toeval wanneer het gaat om onvoorspelbare factoren? Stel dat niet willekeurige omstandigheden, maar een knipoog van de Schepper een ontwikkelingsproces in de richting van de gewervelde dieren stuurde, hoe kunnen we onderscheiden wat er werkelijk gebeurde?
Nu lijkt het erop dat ik Gods scheppende hand alleen in die incidentele acties wil zien. Niets is minder waar.
God belijden als onze Schepper betekent niet dat Hij af en toe, maar voortdurend betrokken is bij en werkzaam is in zijn schepping. Piet Wesseling werkt deze visie een beetje verder uit op grond van de Reformatorische Wijsbegeerte (p.340 e.v.). 3 Deze bijdrage vind ik met name interessant omdat de auteur de lezer op eenvoudige wijze bekend maakt met de chaostheorie. Juist deze theorie heeft duidelijk gemaakt dat voorspelbaarheid van natuurlijke processen niet zo vanzelfsprekend is. Zelfs een mechanisch systeem als de rotatie van planeten rond de zon blijkt op de lange termijn niet voorspelbaar te zijn. 4 Mijn denken over Gods scheppende werk gaat steeds meer in deze richting.
God is de Ontwerper van de ordening in de natuur. De natuurwetten die wij ontdekken zijn slechts een afschaduwing van die ordening, vol van zijn wijsheid. God werkte en werkt nog steeds scheppend door de wetmatigheden in de natuur. Niet alleen dat. Hij is de Ontwerper en Maker van de magnifieke bouwstenen waaruit ons universum bestaat.
Bovendien bestuurt Hij mijns inziens ook de omstandigheden in de natuur zodat bijvoorbeeld de aarde planten voortbracht (Genesis 1:10-12). God sprak en de aarde deed wat Hij gebood. Dit laatste omschrijf ik liever als interactie dan als interventie of ingrijpen. 5 De HEER oefent zijn invloed op de natuur en in de geschiedenis meestal uit zonder dat wij het opmerken. Wie met gelovige ogen kijkt ziet zijn hand, wie een naturalistische bril heeft opgezet, ziet alleen toeval.
Daarmee sluit ik mij aan bij Gerard Nienhuis die stelt dat zowel ‘ontwerp’ als ‘toeval’ grotendeels levensbeschouwelijke en geen wetenschappelijke begrippen zijn. Het woord ‘toeval’ wordt volgens hem vooral gebruikt in de betekenis van het onbedoelde, terwijl ‘ontwerp’ verwijst naar bedoeling (p. 275).

Tenslotte
Het boek En God beschikte een worm bevat een aantal lezenswaardige artikelen. Wat mij betreft had het wel de helft dunner kunnen zijn. Bovendien constateer ik een gebrek aan samenhang wat de leesbaarheid vermindert.
De hot items zijn slechts summier uitgewerkt. Hier en daar was het voor mij behulpzaam bij het zoeken naar een christelijke levensbeschouwing. Een levensbeschouwing waarin het huidige wereldbeeld op minder gespannen voet staat met de bijbelse boodschap, dan bij een creationistische benadering het geval is.

Cees Dekker, e.a.; En God beschikte een worm; Uitg. Ten Have, Kampen; 405 blz.; € 24,90.

1 Stof schrijf ik hier tussen aanhalingstekens om te verwijzen naar Genesis 2:7, waar staat dat de HEER de mens maakte uit het stof van de aardbodem.
2 Deze schrijver denkt m.i. vanuit een thomistische filosofie met een nogal dualistische kijk op de mens.
3 Vergelijk hiervoor ook de artikelen van Uko Zylstra in Beweging, jaargang 69, 2005 nr. 3 en 4.
4 Men spreekt dan over een voorspelbaarheidshorizon (p. 347).
5 Zie voor meer details Opbouw jaargang 43, nummer 17, 19 september 2005, p.14-15.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief