Van EO tot VPRO en VARA, het gaat om vakmanschap

2006-06-09
  • Jaargang 50
  • nummer 12
Christenen zitten in de kerk. Maar ook in tal van andere organisaties. Wat is hun rol? Kortom: hoe zijn ze het ‘zout van de aarde’?

De serie ‘Het zout der aarde’ gaat over Nederlands Gereformeerden, die op plekken zitten waar je ze niet direct verwacht. Zo werkt de Nederlands Gereformeerde ‘popprofessor’ Leo Blokhuis, bekend van programma’s als De Wereld draait door en de Popquiz a Gogo ook voor VARA en VPRO. Nu heeft de ontzuiling hard doorgezet en kraait de haan bij de VARA niet meer zo hard als vroeger, maar het is toch even wat anders dan de EO. ‘Ik ben een groot voorstander van vakmanschap. Het gaat niet om de clubwaar je werkt.’

Blokhuis, voorzitter van de kerkenraad van de NGK Loosdrecht, wil ‘dat christelijke’ niet zo aan ‘z’n kont hebben hangen’. ‘In alle programma’s waar ik de laatste tijd ben geïnterviewd, is het geloof één van de centrale vragen. Ik heb daar niet zo’n probleem mee als het uit onverdachte hoek komt, zoals een Frits Spits. Maar ik heb al een paar keer nee gezegd tegen het programma van Andries Knevel. Want ik heb het idee dat wij het ten diepste eens zijn, maar dat hij bepaalde dingen graag van mij wil horen. Zo van “kijk eens, we hebben er weer een. Bekend om dit en dat, maar
ondertussen is hij wel christen.” Als een soort role model.’

Goede recensies
Blokhuis wilde eigenlijk naar de kunstacademie, maar dat vonden zijn ouders ‘niet zo’n strak plan’. Hij ging de grafische hoek in, volgde de School voor de Journalistiek in Amersfoort en liep stage bij de EO. ‘Ik deed radio bij Pim van der Hoff. Daarna bleef ik hangen en werkte voor onder meer Ronduit, teletekst en Tijdsein.’ Hij rolde allengs meer de muziek in. ‘Met Tom Herlaar maakte ik voor de EO Muziekmotief, een uur per week op Radio 3. De muziekkeus was middle of the road, de Carpenters, dat soort werk. Maar in de loop der jaren schoof dat op naar bands wat meer links van het midden, zoals R.E.M. en naar singer/songwriters. Ik lette er wel op, dat het tekstueel door de beugel kon en het gitaargeweld binnen de perken bleef. Toen ik in bladen als Oor en Nieuwe Revue goede recensies kreeg, werd het programma gestopt. Ik weet niet of dat wat met die recensies te maken had. Daarna heb ik nog een paar keer de muziek verzorgd voor het EO-programma Vrouwzijn, maar mijn muziekkeuze en ikzelf pasten niet bij dat programma.’

Relaxte christen
Hij stapte over van de EO naar de VARA, waar hij als freelancer betrokken raakte bij popfestivals als Pinkpop en Lowlands en met Jan Douwe Kroeske de Twee Meter Sessies maakte. ‘Hilversum is klein en je hebt een beperkte groep pluggers en wat daar omheen zit. Via dat circuit ben ik bij de VARA terechtgekomen. Ik heb ook nooit zo principieel gewerkt voor de EO; ik wilde gewoon mooie muziek laten horen. Ik vind een christelijke omroep ook niet zo nodig. Het werkt onnodig stigmatiserend; bij alles wat je doet word je het eerst op het christelijke karakter van de organisatie aangesproken, terwijl het over je vakmanschap hoort te gaan. Een organisatie kan niet christelijk zijn. Ik ben voor het BBC-model, dat ruimte biedt voor bepaalde christelijke programma’s, maar waarvoor je geen christelijke organisatie nodig hebt. ‘Voor een persoon ligt dat anders. Ik liep pas bij de VPRO binnen en viel midden in een gesprek, waarin één van de praters zei: “Relaxte christenen? Die bestaan niet!” ‘Hij kende mij niet, maar een van de anderen wees toen naar mij: “Dat is een relaxte christen.” Zulke stigma’s heb je, maar ik voel me er niet ongemakkelijk bij. ‘Ik denk niet zo in zuilen en in christenen en niet-christenen. En als ik dat wel moet doen, dan voel ik me het best thuis aan de linkerkant. Als PvdA’ers na de gemeenteraadsverkiezingen zeggen, dat ze graag samenwerken met de ChristenUnie, dan begrijp ik dat wel. De ChristenUnie is een linkse partij. Ik heb getwijfeld of ik erop moest stemmen, maar ik kies dan toch Groen Links.’

Muziek beleven
Voor Blokhuis bestaat muziek uit kunst en uit beleving. ‘Als kunstvorm is muziek een persoonlijk statement en de beleving is een functie. Die beleving zit bijvoorbeeld in de geestelijke liederen in een kerkdienst. In die omgeving speelt mijn eigen muziekvoorkeur eigenlijk geen rol. Ik ga dan mee in de beleving. Dat is ook een misverstand in de muziekindustrie, die praisemuziek uit de “beleving” naar een “ander hoofdstuk” tilt. ‘Wat ik zoek in muziek, is oorspronkelijkheid en kunstzinnigheid. Mijn uitdaging is het vinden van goede, integere muziek. En inderdaad, er zit spanning tussen “kunst” en de “muziekindustrie”. Op zich is die industrie niet verwerpelijk en je kunt nu eenmaal niet om een stuk commercie heen. Maar het wordt anders, als ze kijken wat wel en niet werkt, een bepaalde mix maken van muziek en stem en dan in feite bepalen: dit gaan de mensen vreten. Daar zit trouwens geen groot, kwaadaardig plan achter. Dat dit soort gekunstelde muziek breed opgepakt wordt is eerder een gebrek aan oorspronkelijkheid bij radiostations.’ De toekomst is volgens hem radio via internet, zoals KX Radio van Rob Stenders (Kxradio.nl). ‘Ik vul één uur per week op dat station en kan kiezen wat ik wil; Bach kan er zo tussendoor.
Ik denk dat de playlists, gebaseerd op een format per station, gaan verdwijnen. Nu kiezen dj’s niet zelf hun muziek. Zij kunnen zich dus alleen onderscheiden met grappen en flauwe belspelletjes. Da’s een beetje de ziekte van de radio. Een dj met een goeie muziekkeus is veel leuker.’

Zelf spelen
‘Ik ben geen gefrustreerde muzikant, wat veel dj’s wel zijn. Ik heb een tijdje basgitaar gespeeld in een band en ik kan de bekende Youth for Christ-liedjes spelen. Om zelf teksten te schrijven ligt de lat erg hoog, want ik zal altijd denken dat een andere artiest of tekstschrijver dat al eens veel beter heeft gedaan.’ Hij wijst om zich heen op zijn werkzolder, waar voldoende cd-schijfjes liggen om de meerderheid van de NGK’ers risicoloos naar een zonsverduistering te laten kijken. ‘Bij de verhuizing heb ik ze geteld: 8000. Geen flauw idee hoeveel het er nu zijn.’ Op zijn bureau ligt een stapeltje van een stuk of dertig cd’s; de oogst van een week ‘pluggen’. ‘Ik ben wel selectief in het aanbod van pluggers. Niets ten
nadele van hem, maar het nieuwe album van Jan Smit pak ik niet aan.’

SOS en Solo
En wat vindt hij dan goede muziek? ‘Toen ik veertien, vijftien was, SOS van Abba. Eind jaren zeventig werd dat meer de symphorock en muzikanten als Barclay James Harvest. Singer/songwriters als James Taylor en Jackson Brown zijn me dierbaar en ik heb altijd harmonie gezocht – thuis klonken de koralen uit de Matthäus Passion van Bach. In de pop kom je dan terecht bij de Beach Boys en Crosby, Stills & Nash. ‘Nu let ik er steeds meer op, of iets wel of niet goed is gedaan. En dan zie je dus goede hiphop, goede hardrock en goede pop. Maar in de auto luister ik naar kleine, mooi gezongen nummers. De groep Solo, bijvoorbeeld. Maar Bløf weer niet.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief