De kerstnacht van Jande
2003-12-19
'Kun je deze nog maken, Jande?' Met twijfel in haar stem gooit Ilse haar oude sportschoenen op de toonbank.- Jaargang 47
- nummer 25
Het is nog voor schooltijd.
Eigenlijk is de werkplaats van Jande nog niet open. Maar ze moet het weten. Jande bekijkt de schoenen. Hij zucht: 'Die hebben hun beste tijd gehad. Je hoeft toch niet meer te voet-ballen? Het is toch winter.' 'Morgen hebben we een zaaltoernooi.
Voor het veld heb ik pas nieuwe.
Nog een paar nieuwe sportschoenen kan niet. Als jij ze niet kunt maken, kan ik niet meedoen. Jij bent mijn enige hoop.' Jande schiet in de lach om zoveel overgave. 'Nooit gedacht dat ik mijn buurmeisje nog eens zou kunnen redden.
Ik zal mijn best doen, hoor!' 'Ik wist wel dat je me niet in de steek zou laten.' Met een sprongetje van blijdschap, verlaat Ilse de werkplaats.
Jande kijkt haar na. Hij kent Ilses liefde voor voetballen. Als ze op het pleintje voor de kerk speelt, is ze menige jongen te vlug af. Hij zal echt zijn best doen. Zijn gezicht krijgt een andere trek. Hij moet denken aan zijn eigen zus. Hoe lang is hij al weer in dit land? Zeven jaar!
Zijn vader en moeder hadden erop gestaan dat hij zou vertrekken. 'Hier is geen toekomst voor je!' zeiden ze.
Al-leen maar oorlog. Als je daaraan niet meedoet, wordt dat je dood.' Ze hadden hem al hun spaargeld gegeven voor de reis. Toen was hij gegaan. Hij wilde werken, vooruit komen. In de hoofdstad was hij begonnen als schoenmaker en sleutelmaker.
Toevallig eigenlijk. De baas van zo'n bedrijfje hielp in zijn vrije tijd vluchtelingen. Op een dag had hij juist iemand nodig. Jande wilde maar al te graag. Geweldig zoals die man hem had gehol-pen. En nu had hij in dit stadje een eigen werkplaats. Zoiets hadden ze hier eerst niet.
Jande gaat naar buiten. Zoals iedere morgen veegt hij het trottoir voor zijn werkplaats schoon. Net als de andere winkeliers aan het kerkplein. De koster, Ilses vader, doet meestal ook mee.
'Morgen, Jande. Fris hè? Het wordt winter, jongen. Er zou best eens sneeuw kunnen komen. Kun je er een beetje tegen.' Het is de koster die meestal een praatje begint.
Maar voor Jande kan antwoorden, roept de drogist die ook aan het vegen is: 'Moeten we soms ook al voor warmte zorgen?' Jande knijpt in de steel van zijn bezem.
Dit slaat nergens op. Hij kijkt de andere kant op. Hij probeert door te vegen.
Zoiets heeft hij van iemand uit de buurt nog nooit eerder gehoord.
De koster houdt op met vegen.
Ingehouden loopt hij naar de drogist.
'Hoe hebben we het nu, buurman. Dit zijn we niet gewend.' 'Dat zou wel kunnen', zegt de drogist kort. 'Maar er komen te veel van die donkere types. Allemaal moeten ze een huis, eten en wat niet al.' 'We mogen blij zijn dat Jande hier is komen wonen en onze schoenen en sleutels maakt.' 'Nnnn, ja,' zegt de drogist zuinig, 'er zijn uitzonderingen. Maar we draaien met z'n allen op voor de kosten van die buitenlanders.' 'Wat!' roept de koster. 'We hebben een huis. Elke dag volop eten. Je zou eens wat dieper moeten nadenken voor je wat zegt!' Jande hoort het allemaal aan.
Machteloos voelt hij zich. Stil gaat hij naar binnen.
De koster komt even later bij hem.
'Het is niet voor jou bedoeld, Jande.
Ik snap het wel... Vroeger was hij nooit zo... Ik weet niet wat hij heeft.
Hij wordt ouder... Hij zal het wel druk hebben. Er zijn altijd van die mensen, die vóór Kerst nog van alles moeten.' De koster praat onzeker. Hij voelt wel dat zijn woorden moei-lijk te geloven zijn.
Jande knikt wat mistroostig. Hij weet allang, dat er mensen zijn, die zo denken.
Of het nu voor hem bedoeld is of andere donkere mensen, maakt hem niet uit. Voor hem blijft het even erg.
Hij gaat op een krukje zitten.
'Kun je de schoenen van Ilse nog maken?' begint de koster een ander onderwerp.
'Ik denk het wel', antwoordt Jande.
'Als je wilt, kun je ze vanavond wel even langs brengen', zegt de koster.
Jande aarzelt. De reden waarom de koster hem uitnodigt, vindt hij eigenlijk niet zo prettig. Hij wil er gewoon bij horen. Een buurman zijn zoals ieder ander. Iemand, die gewoon zijn werk doet.
'Ik kom wel even', zegt hij als hij bedenkt dat de koster het goed bedoelt.
Tegen een uur of acht brengt Jande Ilses schoenen. 'Klasse!' zegt ze als ze de schoenen aantrekt. 'Dat zal morgen wel lukken.' 'Aan de schoenen zal het in elk geval niet liggen', voegt haar moeder er nog aan toe. Jande voelt dat ze nog meer wil zeggen, maar dat ze dat toch maar nalaat om niet te overdrijven.
Ze weet ook van vanmorgen, denkt Jande. Hij heeft moeite om iets op de complimenten te zeggen. De koster, anders nooit om woorden verlegen, zoekt tevergeefs iets om over te praten. Ze zijn allemaal blij als de koffie klaar is.
Dan wordt er gebeld. Een jonge vrouw komt binnen. 'Ik ben Yvon, de dominee', stelt ze zichzelf aan Jande voor.
'Ik wil graag nog even kijken hoe de kerk is versierd. Als het kan tenminste', zegt ze tegen de koster.
'Vast wel', antwoordt deze. 'Jande heeft de kerk ook nog nooit van binnen gezien.' 'Moet je kijken Jande', zegt de koster en hij houdt een grote ouderwetse sleutel omhoog. 'Zo'n sleutel heb jij vast nog nooit eerder in handen gehad.' Jande bekijkt hem. Hij voelt zich meteen op zijn gemak. Dit is het gebied waar hij zich thuis voelt. Zulke grote sleutels heeft hij wel gemaakt. 'Zo'n sleutelblad heb ik nog nooit eerder gezien', zegt hij.'Eigenlijk sta je er nooit bij stil dat een sleutel zo belangrijk is', zegt Yvon.
Samen gaan ze naar de kerk.
Prachtig zoals die eruit ziet. Een grote versierde kerstboom staat voorin. Op een grote tafel staan kerststukjes. Aan de wanden hangen tekeningen van de kinderen van de kinderkerk. In twee prachtige kruiken zullen nog bloemen komen. En verspreid door de kerk staan kaarsen.
'Kom je in de kerstnacht ook, Jande?' vraagt Yvon. Jande weet niet wat hij zeggen moet. Hij denkt aan zijn eigen land waar uren-lang kerstfeest werd gevierd met muziek en spel.
Hier is alles zo anders. Maar hij denkt vooral aan zijn ervaring van die morgen.
Deze mensen willen vrienden zijn.
Maar verder? Hoort hij er echt bij?
De koster voelt waar Jande aan denkt.
Zonder een naam te noemen, vertelt hij wat er is gebeurd. Yvon zucht: 'Het kan anders! Ik zou het erg fijn vinden als je komt!'
Kerstavond. Jande zit alleen thuis.
Hij heeft het druk gehad. Maar alle schoenen en sleutels zijn gemaakt.
Veel mensen hebben hem 'prettige kerstdagen' gewenst. Nu zit hij alleen.
Hij denkt aan thuis. Hij denkt aan de vraag van Yvon. Zou hij vannacht toch gaan? Maar stel je voor dat daar in de kerk ook… Hij schudt zijn hoofd. Het zou voor hem geen feest zijn.
Daar wordt gebeld, luid en wild. Wie kan daar nog zo laat zijn? Het is al elf uur.
'Jande, Jande je moet ons helpen. De sleutel is stuk. Gebroken. De mensen van het koor en van de muziek zijn er al. We kunnen de kerk niet in.' Ilse staat voor hem met twee stukken sleutel in de hand.
'Vader en moeder zijn thuis om de mensen te ontvangen. Papa kon de sleutel nog net uit het slot krijgen.
Jande, je moet ons helpen!' Zonder een moment te aarzelen doet Jande het grote licht aan in zijn werkplaats.
Hij bekijkt de stukken sleutel nauwkeurig. Het moet direct goed.
'Je staat er nooit bij stil dat een sleutel zo belangrijk is', hoort hij Yvon nog zeggen.
'Kun je een nieuwe maken, Jande’, vraagt Ilse vol spanning. 'Jande, je bent onze enige hoop!' 'Al weer?' vraagt Jande. En ondanks de spanning schieten ze beiden in de lach. 'Zeg maar dat de sleutel over twintig minuten klaar is.'
Na twintig minuten gaat Jande naar de kerk. Hij heeft snel en precies gewerkt.
In het huis van de koster en voor de deur van de kerk staan de mensen van het koor en van de muziek.
Yvon staat bij hen. Een grote groep mensen, die naar de kerstnacht-dienst wil, staat ook bij de gesloten deur.
Vol verwachting kijken ze Jande aan.
Die geeft de sleutel aan de koster.
Stel je voor, denkt Ilse, dat hij niet past. Ze ziet hoe haar vader de sleutel in het slot steekt. Nu moet hij hem omdraaien. Iedereen kijkt toe.
'Het lukt!' roept ze als de deur opengaat.
Er gaat een zacht gejuich op.
De mensen lachen ontspannen. Ze bedanken Jande. Maar Ilse geeft hem een dikke zoen pardoes op zijn gezicht.
En zonder te vragen, trekt ze hem met de stroom mensen de kerk in. Op het achterste bankje bij de lichtknopjes zoekt ze haar plaats.
Vanavond moet zij voor het licht zorgen.
En dankzij Jande kan alles doorgaan!
Jande moet het allemaal even verwerken.
Wat gebeurt er veel in een paar dagen.
'Heb je gewonnen?' vraagt hij nog.
Ilse knikt: 'Super! Maar dit hè. Dit was nog veel spannender!' Jande leunt achterover. Het koor gaat zingen. De muziek speelt. De kerk is bijna vol. De koster en zijn vrouw brengen extra stoelen. Er komen nog enkele mensen binnen.
Nog even en dan begint de dienst.
Even verderop zoekt nog een oudere man een plaatsje. Jande herkent hem. Zijn blik zoekt de kerstboom.
Daarna gaan zijn ogen naar de preekstoel, naar Yvon. De kaarsen worden aangestoken. In de twee kruiken staan kleurige bloemen. Ze gaan zingen. Kinderen en jongeren voeren een kerstspel op. Dan begint Yvon te vertellen. Ilse heeft de lichten uitgedaan. Alleen de kaarsen branden en het licht op de preekstoel.
Jande is blij dat hij toch in de kerk is. Hij is blij dat hij kon laten zien, dat hij iemand is, die iets betekenen kan. Toch is hij er niet helemaal bij. Zijn gedach-ten dwalen af naar die oudere man wat verderop.
Wat zegt Yvon daar? 'Jozef en Maria horen tot de mensen die door machtigen voortgedreven worden van de ene plaats naar de andere.' Daar weet Jande alles van. Dat heeft hij ook meege-maakt. En zijn familie maakt het nog mee.
'Jozef en Maria horen tot de mensen, die in rijen moeten staan wachten.
Ze horen tot de mensen voor wie geen plaats is.' Dat beeld heeft Jande nog levendig voor zich. Hij heeft het zelf meegemaakt.
Wachtend in de rij. Wachtend op eten. Wach-tend op een plekje om te slapen. Wachtend voor loketten om te mogen blijven in dit land.
'Jozef en Maria en het Kind horen bij hen die geen huis hebben en die aangewezen zijn op de gastvrijheid van anderen. Het Kind is gekomen om lotgenoot te zijn van vluchtelingen en asielzoekers. Van mensen op zoek naar vrede. Hoe zullen wij Hem deze nacht ontvangen? Als een vreemdeling? Of als één van ons?' Jandes mond valt open van verbazing.
Zo heeft hij het kerst-verhaal nog nooit begrepen. Jozef, Maria en het Kind maakten hetzelfde mee als hij.
'Vanavond zijn we hier samen in een warme, versierde kerk, zingend en spelend', gaat Yvon verder. 'Het scheelde weinig of we hadden hier niet kunnen zijn. Fijn dat het toch kon. Van-avond mag u uit deze dienst een bloem meenemen uit één van die grote kruiken. U mag die op kerstavond geven aan iemand die u een vredesgroet wilt brengen.' De kerk gaat uit. De mensen lopen met een bloem in de hand de kerk uit.
Van de één na de ander krijgt Jande, naast Ilse op het achterste bankje, een bloem.
Als de kerk bijna leeg is, komt er een oudere man naar hem toe. Met gebogen hoofd geeft hij hem zijn bloem.
En Ilse ziet iets wat ze haar leven lang nooit zal vergeten. Jande maakt van zijn bloemen vlug twee bossen.
Eén ervan geeft hij aan de oudere heer en samen verlaten de beide mannen de kerk.
Uit: ‘de kerstnacht van Jande en andere kerstverhalen’, geschreven door Henk Kuindersma, overgenomen met toestemming van NZV Uitgevers in Hilversum