Op weg naar kerkelijke eenheid
2003-12-19
In de (Vrijgemaakt) Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Fryslân en Drenthe van 28 november vond ik een opmerkelijk artikel van K. Mulder, een van de leden van het Vrijgemaakte Deputaatschap Kerkelijke Eenheid. Als ik de boodschap ervan heel vrij vertaal, dan lees ik zoiets als: we konden eigenlijk best allemaal Nederlands Gereformeerd zijn. Of overdrijf ik nu?- Jaargang 47
- nummer 25
Oordeelt u zelf; onder het kopje "Verschuivingen in de GKV-cultuur" schrijft Mulder:
Dat het kerkvergaderend werk van Christus in Nederland sinds 1944 vrijwel uitsluitend plaatsvindt in de GKV is geen uitspraak die in onze officiële kerkelijke papieren staat vermeld, maar is wel een opinie die jarenlang kenmerkend was voor de hoofdstroom in de GKV. Deze versmalde kerkvisie heeft lange tijd de contacten en de gesprekken met (christenen in) andere kerken bemoeilijkt en is nog steeds één van de obstakels op de weg naar kerkelijke eenheid.
Inmiddels is er meer openlijke erkenning dat het kerkvergaderend werk van Christus in Nederland niet tot de GKV beperkt is. Er is sprake van toegenomen en nog steeds toenemende openheid naar andere kerken. En ook naar de christenen in deze kerken. De meeste gereformeerde organisaties zijn niet langer gesloten voor niet-vrijgemaakten.
We ervaren in de contacten met andere christenen in de politiek en in allerlei organisaties en verbanden dat we veel gemeenschappelijk hebben en dat we met gereformeerde belijders uit andere kerken vruchtbaar kunnen samenwerken.
De gedachte dat de GKV al oké is en dat alleen de anderen (zoals de CGK en de NGK) zich nog op een aantal punten aan de GKV moeten aanpassen op weg naar kerkelijke eenheid, is aan het uitslijten. We zien steeds meer in dat de vragen die aan de orde komen in de gesprekken met de CGK en NGK geen vragen zijn waar alleen zij nog mee wor-stelen en waar wij als GKV de antwoorden al op weten.
Vragen bijvoorbeeld betreffende toelating van christenen uit andere kerken aan het Heilig Avondmaal, zijn gemeenschappelijke vragen. Dat geldt ook voor vragen over de betekenis en toepassing van Bijbelwoorden voor onze tijd en cultuur (Schriftgezag, hermeneutiek).
Over hoe je de binding aan de gereformeerde belijdenis het best kunt regelen, leven niet alleen in de NGK vragen, maar ook in de GKV. De manier waarop het in de GKV geregeld is, is niet bij voorbaat de beste of de enig juiste. Het is de moeite waard om je daar als GKV samen met CGK en NGK over te buigen. Wij kunnen veel van de CGK en de NGK leren. De zorg voor de eenheid in de leer is een gezamenlijke zorg.
In de GKV is vooral verschuiving waar te nemen betreffende de waardering van de NGK. Zagen we in het verleden de NGK vooral als kerken die ver van ons afstonden en waar veel op was aan te merken, thans worden de Nederlands Gereformeerde Kerken door velen in de GKV beschouwd als kerken met wie je vrijwel op één lijn ligt.
In onze kerken is ook sprake van een verschuiving waarin steeds meer afscheid wordt genomen van het beheersingsdenken, dat lange tijd kenmerkend was voor de gereformeerdvrijgemaakte cultuur en waarbij alles zoveel mogelijk met regels dichtgetimmerd is en alles onder controle is.
Daarachter zit angst dat plaatselijke kerken teveel uit de pas gaan lopen met het landelijk beleid.
Er ontstaat inmiddels een klimaat waarin we minder bang zijn de controle te verliezen en meer oog hebben voor de waarde van een meer soepele en meer globale regelgeving.
Ook om deze reden komen we dichter bij de NGK.
Kritisch uit Mulder zich t.a.v. de in de GKV geldende regels voor de interkerkelijke contacten:
In theorie zeggen we vaak dat het
primaat ligt bij de plaatselijke kerk, in de praktijk is het echter zo gegroeid 20 dat de Generale Synode in veel zaken bepaalt wat plaatselijk kan gebeuren.
Het is gewenst dat dit gaat verschuiven zodat er meer ruimte komt voor plaatselijke beslissingen.
De thans geldende regels voor plaatselijke samensprekingen zoals deze door de Generale Synode van Berkel (1996) zijn vastgesteld leggen een sterk accent op landelijke eenheid.
Het is goed om ook de regels voor plaatselijke samensprekingen kritisch te bekijken in het licht van de accentverschuiving in de richting van landelijk naar plaatselijk. De huidige regels voor samensprekingen passen bij een cultuur die aan het verdwijnen is. Een toenemend aantal kerkenraden dat plaatselijk goede samensprekingen heeft met de NGK of de CGK ervaart dat de landelijke regels belemmerend zijn voor het zetten van gewenste vervolgstappen.
Ik kan me toch ook wel voorstellen dat de dubbel-Vrijgemaakten en de mensen van Reformanda zich grote zorgen maken als ze dit soort dingen lezen...
M.H.T. Biewenga, Enschede
| Per abuis is in de Persschouw van Opbouw 24 (van 5 december) de eerste alinea niet cursief afgedrukt. Dit had wel gemoeten, want het hoort bij het citaat dat daarin aangehaald wordt. mjs |