Hakhout voor Harare
2003-12-05
We vertrokken in de late nanacht uit Harare terug naar Zuid-Afrika.- Jaargang 47
- nummer 24
Onderweg kwamen wij allemaal mensen tegen die met netjes gekapt hakhout op weg naar de stad waren. Zij wilden daar op tijd zijn om het als brandhout te verkopen aan mensen, die het nodig hebben om eten te koken. Want elektriciteit is er maar spaarzamelijk en geld ervoor nog minder.
Waar komt al dat hout vandaan? Het platteland rond grote steden als Harare wordt kaal gekapt. Onoordeelkundig worden bossen gesloopt. Ja, mensen moeten toch leven. Maar de toekomstige generaties gaan er de prijs voor betalen. Ecologisch wanbeheer levert wrange vruchten op.
Dat lezen we al in Leviticus. In hoofdstuk 25 gaat het over het sabbatsjaar – rust voor het land. Dat was geen stukje ecologische wetgeving. Eens in de zeven jaar het land braak laten liggen was in Kanaän bepaald niet genoeg, als er ook niet andere maatregelen getroffen werden, zoals bijvoorbeeld wisselbouw. Vanaf de dagen van Salomo werd er behoorlijk de hand mee gelicht. De ballingschap was er ook om aan het land rust te geven, om het te laten herstellen van uitputting en exploitatie.
Wie is Eigenaar?
De diepste drijfveer achter dit stukje wetgeving was om Israël in te scherpen dat God en niet het volk eigenaar van het land is (25:23-24). In het sabbatsjaar kon het volk laten zien dat zij inderdaad op God vertrouwde, die haar uit Egypte had bevrijd en voor haar in het beloofde land wilde zorgen.
De Eigenaar van het land zou naar haar omzien – en zo tegelijk voor de armen in haar midden opkomen.
De rechten van het land werden zo ook veilig gesteld.
Eigenaarschap van het land is een groot probleem in Afrika, waar de voorouders eigenaar zijn en hun graven zijn daar het bewijs van. Alleen bij de erkenning van God als Eigenaar van het land is er toekomst voor het land en de mensen die er wonen.
Jubeljaar!
Maar natuurlijk, geen sabbatsjaar zonder de wekelijkse sabbatsviering (Leviticus 23:1-2). Wie God niet looft als de bevrijder uit Egypte, vertrouwt zich ook niet aan Hem toe als de Schepper en de Eigenaar van zijn land en leven.
Vanuit een nieuwtestamentisch perspectief kunnen we zeggen: wie God niet kent in Christus en die gekruisigd, en dat zondags niet viert in de kerk, zal er ook niet toe komen zich te laten gezeggen door Gods geboden voor het leven en samenleven.
Als de geestelijke wortel ontbreekt, mislukken de socio-economische programma’s die in Gods geboden opgeborgen liggen. Dat wordt glashelder, als het gaat over het Jubeljaar. Er zit een heel duidelijk sociaal-economisch programma in de wetgeving rond het Jubeljaar opgesloten. Wij hadden er in Zimbabwe op de predikantenconferentie een diepborende discussie over.
Landhervorming is dringend noodzakelijk in Zimbabwe. In het verleden is het land onteigend om grote landbouw-ondernemingen op poten te zetten, maar de zwarte bevolking profiteerde er te weinig van.
Verhoudingsgewijs bezaten veel te weinig zwarte Zimbabweanen land.
Geestelijke wortels
Maar wil je zo’n radicaal programma als herverdeling van land kunnen uitvoeren, dan moet er wel een geestelijke basis voor zijn. Het Jubeljaar begon op Grote Verzoendag (Leviticus 16). Dat is natuurlijk niet voor niets.
Er moest alles aan gedaan worden om God te midden van zijn volk te houden.
Een heel extra verzoeningsritueel kwam er aan te pas om de zondigheid van het volk te bedekken en om Gods woonplaats onder haar te verzekeren.
En dan moest Gods aanwezigheid ook merkbaar worden in de samenleving, op de markt en in de winkel, op de boerderijen en in de financieringsindustrie, die er toen ook al was. Het Jubeljaarprogramma werd gemotiveerd door en was gebaseerd op de geloofsbelijdenis in 25:23: het land is van mij, zegt de Here.
Zeker, Zimbabwe is het beloofde land niet. Als christenen beërven we ook geen land, maar de aarde. Van die aarde zal echter Zimbabwe, of Palestina of Nederland, deel uitmaken op een nieuwe, nu nog ongekende manier.
Dat brengt christelijke verantwoordelijkheid met zich mee voor het land waar we wonen. Wie de grote Landeigenaar kent in zijn gekruisigde Zoon, zal zich aan Hem verantwoordelijk weten voor hoe er omgegaan wordt met het land, dat we slechts in bruikleen van hem hebben.
Politieke verantwoordelijkheid
Ik pleit voor christelijke verantwoordelijkheid voor de politiek in Afrika.
Er is een piëtistische tendens in veel christelijke kringen hier. De bijbel gaat daarin niet voor. Sabbats- en Jubeljaarwetgeving kan christenen stimuleren om creatief bezig te zijn op sociaal gebied in armoedebestrijding; om zich in te zetten voor conservering van land en grond; om niet terug te schrikken voor de brandende problemen rond de herverdeling van land in veel Afrikaanse landen. Christenen staan niet met lege handen en zonder vruchtbare gedachten temidden van hun volksgenoten. Als het goed is, hebben ze in het klein, in de kring van de kerk, het een en ander al uitgeprobeerd. En wat goed is voor de kerk als gemeenschap, is ook goed voor de volksgemeenschap. De gemeenschap der heiligen als een mosterdzaadje in de samenleving!
Wat goed is voor de kerk …
Toch moeten we oppassen voor politiek activisme! Christenen hebben, net zo min als andere mensen, geen pasklare oplossingen voor de gigantische problemen die Afrika teisteren. Zij hebben hun eigen geschiedenis ook niet mee. Het is toch vaak een geschiedenis van christelijk falen (Congo, Rwanda en Zuid-Afrika). Verder moeten we wel bedenken dat oudtestamentische wetten niet zo maar rechtstreeks kunnen worden toegepast in totaal andere culturele situaties en maatschappelijke omstandigheden.
We hebben trouwens gezien dat er een geestelijke basis moet zijn, wil er kans op succes zijn. Waar deze basis ontbreekt, zullen we als christenen vaak ons tevreden moeten stellen met weinig spectaculaire bijdragen aan het publieke debat. In een land als Zimbabwe is zelfs dat al hoog gegrepen.
Maar wat ik hoorde op de predikantenconferentie, vond ik toch wel bemoedigend. Jezus Christus is Heer niet alleen in de kerk, maar ook in de samenleving. Daar waren we het goed over eens.
Het persoonlijke leven: eten en drinken
Maar wat willen we eigenlijk, als de heiligheid ontbreekt in het leven van mensen, die tot politieke verantwoordelijkheid geroepen zijn? Juist in Zimbabwe raken we hier aan een van de grootste problemen in de samenleving.
Als God inderdaad in ons midden woont, dan zou dat eerst zichtbaar moeten worden in het persoonlijke leven. Aan Leviticus 25 gaan de hoofdstukken 11-15 vooraf. We lezen daar over de reinheidswetgeving. In keuken en eetkamer moet het heilig toegaan: ook daar moeten we onthouden, dat we een Heer in de hemel hebben, die ons leven schenken wil en voor ons de toekomst open wil houden. Goed, de voedselwetten van Israël hebben hun tijd gehad; dat kunnen we van Paulus leren. Maar hebben eten en drinken niets te maken met de navolging van Christus? Een soberder eet en drinkstijl in het Westen zou de politieke inzet voor derde wereldlanden geloofwaardiger maken. Een soberder levensstijl van de politieke leiders in Zimbabwe zou een keer ten goede kunnen betekenen in de geschiedenis van het land. Of dit ook te maken heeft met het preken over Christus in deze tijd!
Het persoonlijke leven: de seksualiteit
We doen niet zoveel meer met wat we in Leviticus lezen over moeders die onrein worden door kinderen te krijgen; of met voorschriften over bloedvloeiingen en zaadlozingen. In Afrika moeten we benadrukken dat die wetten hun geldigheid hebben verloren, nu Christus gekomen is. Ook de religieuze taboes van Afrika op dit punt hebben hun tijd gehad, waar Christus Heer is. Toch zit er in die geboden een boodschap waar we veel mee kunnen vandaag. In het geboorteproces verliest een vrouw bloed; dat wijst op verlies van leven in de perceptie van oud-Israël, want in het bloed is leven.
Dat geldt ook voor bloedvloeiingen als menstruatie; er lijkt leven weg te vloeien. Ook zaadverlies bij geslachtelijke gemeenschap wijst in die richting.
Dat bracht de Israëliet voor zijn gevoel in de schaduw van de dood.
Op zich was er niets zondigs aan kinderen krijgen, menstruatie of zaadverlies – wat allemaal noodzakelijk in Gods schepping inbegrepen is. Maar onthouden moest worden, dat het ook in de slaapkamer heilig moet toegaan.
Zonder de aanwezigheid van God kan het in die slaapkamer zo maar totaal fout gaan. Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 4:3-4 dat iedere man zijn eigen vrouw in heiligheid en eerbaarheid moet bezitten.
In het patriarchale Afrika is dat een revoluttionaire uitspraak. Er worden nogal wat vrouwen in hun eigen bed verkracht door hun eigen man.
Mannen in Afrika kennen vaak alleen maar seksuele rechten. Seksuele verantwoordelijkheid is er onbekend.
Een kerk die over Christus preekt, zal om de seksuele moraal niet heen kunnen.
Kerk in Afrika
Waar God in het midden is, zal dat te merken zijn in leven en samenleven.
Wanneer dat niet meer te merken is in de samenleving, zoals in Zimbabwe, moet het in de kerk te merken zijn.
Daar zal over Christus gepreekt worden, in wie wij met God verzoend zijn. Daar zal de levensheiliging aan de orde komen, die Christus van ons vraagt. Daar wordt er zelfs uitzicht geopend op een rechtvaardiger en menselijker samenleving. Deze volgorde is in Leviticus onomkeerbaar. Dat maakt dat we tegelijk hoopvol en realistisch zijn over de mogelijkheden van kerk en evangelie in Afrika. Stel dat het Leviticus was geweest, die als eerste in Afrika voet aan wal had gezet, en geen christelijke zendeling uit Europa. De mensen van Afrika hadden dan in hem Christus ontmoet, herkenbaarder dan de Europese Christus van de zendelingen, die in het spoor van kooplui en soldaten Afrika in trokken. Maar toch ook in Harare niet minder een ergernis en aanstoot dan hij was in Jeruzalem, Athene of Rome. Het is deze Christus die men ook in Zimbabwe als Heer en Heiland wil verkondigen. Waar dat het geval is, is er hoop voor de toekomst.