Decentralisatie van de zending

2003-12-05
  • Jaargang 47
  • nummer 24
Hattem bepleit een centraal zendingsorgaan voor de NGK om meer op de Vrijgemaakte (GKV) en Christelijk gereformeerde kerken (CGK) te gaan lijken, want het zendingswerk van onze kerken is amateuristisch. Is dat zo? Of zou het kunnen zijn, dat wat hier amateuristisch genoemd wordt eigenlijk een bewuste inhoudelijke keuze is, die gebaseerd is op een andere visie op kerk zijn?

De NGK heeft een rijke traditie van niet-synodaal (d.w.z. gedecentraliseerd) handelen. Men heeft (m.i. met recht) benadrukt, dat daar waar de verantwoordelijkheid voor de manier waarop een gemeente vorm geeft aan zijn relatie met God niet door die gemeente zelf gedragen wordt, vervreemding ontstaat tussen God en zijn mensen. Terecht is er veel beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid op lokaal niveau in de NGK.
Niet voor niets de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Als Hattem constateert, dat de aandacht voor het zendingswerk op een steeds lager pitje komt te staan, dan zeg ik voorzichtig ‘akkoord’. Maar vervolgens trek ik precies de tegenovergestelde conclusie als die waarmee zij voor de dag komen. Mijn ervaring in de eigen gemeente is, dat waar een existentiële band met een zendingsproject via een bekende persoon uit eigen kring bestaat, er ook een hoge mate van bereidheid is om te geven, te bidden, enz. Dit is vooral zo als men een hele concrete voorstelling heeft van een project, wellicht door een brief of vertelling aan de gemeente gericht. Mijn reactie op een afnemende zendingsbetrokkenheid (alhoewel ik denk dat het eerder een verschuiving is) zou dus zijn om de band tussen de zendende kerk en het zendingsveld wat existentiëler te maken.
Ons probleem in de NGK is niet zozeer, dat er te weinig centralisatie is, maar te veel. Het systeem van steunbiedende kerken die hun bijdrage allemaal in een grote pot doen, is in deze tijd niet meer effectief. Er zou veel eerder een systeem moeten komen waar verschillende gemeenten van het zendingsveld specifiek gekoppeld worden aan zendende gemeenten hier in Nederland.

Dit moment in de geschiedenis is uitermate geschikt om zo’n stap te doen. Juist doordat er veel zegen op het ‘amateuristische’ zendingwerk geweest is, zijn er nu verschillende gemeenten op het zendingsveld, die klaar zijn om op dergelijke wijze aan een gemeente hier gekoppeld te worden.
Het zou tevens ook een heel aantal potentiële problemen aan de Zuid-Afrikaanse kant oplossen. Waar er een hele grote geldpot vanuit Nederland naar een centraal punt op het zendingsveld gaat, leidt dit haast onvermijdelijk tot een machtsstrijd binnen de kerken daar. Directe koppeling van gemeenten aan weerskanten van de oceaan kan dit verminderen en een gevoel van verantwoording moeten afleggen voor het gegeven geld aan de kant van de ontvangende kerken, verhogen.

De suggestie om een centraal zendingsorgaan op te zetten juist op het moment dat de inkomsten wat minder worden (afnemende betrokkenheid), lijkt mij een omgekeerde logica.
Het zou betekenen, dat juist wanneer er minder geld voor het zendingsterrein beschikbaar is, er meer geld hier op eigen bodem opgebruikt wordt.
Wat altijd gedaan is met toegewijd vrijwilligerswerk door een verscheidenheid aan zendingscommissies wordt dan geclusterd in een paar betaalde banen. Dit lijkt mij een verlies aan twee kanten: ten eerste een verlies aan echte betrokkenheid van gemeenteleden bij zendingswerk, en ten tweede een verlies aan middelen omdat betaalde arbeid ingezet wordt, waar vrijwillig gewerkt werd.

De poging om problemen op te lossen door middel van bureaucratisering en professionalisering past zeker in deze tijd. De vraag is of het ook past binnen de roeping en werkwijze van de kerk. Meetbare (in economische zin) ‘efficiency’ en productiviteit zijn centrale waarden in het professionalisme van onze tijd dat leidt tot centralisatie (schaalvergroting) en specialisme (expertise). Bijbelse waarden zijn toch anders. God zet altijd in bij relationele waarden: de liefde moet centraal staan.
Dat betekent, dat ‘meer mensen betrokken bij een taak’ soms beter past binnen een bijbelsche logica dan ‘minder mensen betrokken bij diezelfde taak’. Hoe meer betrokkenheid, hoe meer liefde, zou je kunnen zeggen.
Daar komt bij, dat er een bijzondere waardering is voor wat vrijwillig gedaan wordt, omdat het het karakter van een gift heeft, bij uitstek een teken van liefde. Ja, het is misschien niet efficiënt, zoals de managementsector het ons zou willen opdringen, maar het staat meer open voor wat waarde heeft in een mensenleven. Het bovengenoemde professionalisme lijdt aan een soort economisch reductionisme.

Wat onze zendingskerken nodig hebben is onze liefdevolle betrokkenheid, hoe persoonlijker hoe beter. Wat onze zendelingen nodig hebben zijn relaties van vertrouwen met individuen in de zendende kerken (relaties die moeten groeien over lange jaren en moeilijk kunnen worden vervangen door een bureau) en de wetenschap, dat hun arbeid gedragen wordt door de gebeden van velen. De knowhow die nodig is, is niet alleen professioneel inzicht in hoe zending in het algemeen werkt (dat kan altijd verzameld en gevraagd worden) maar vooral kennis van de specifieke personen die bezig zijn, en kennis van de geschiedenis van de verschillende zendingsgemeenten en hun behoeften.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief