Samen op weg

2003-12-05
  • Jaargang 47
  • nummer 24
Over precies één week, op de twaalfde van de twaalfde, zal het ‘Samen op Weg’-proces tot een einde komen.
Dan vindt de officiële fusie plaats van hervormden, gereformeerden en lutheranen.

Als wij een volk van gokkers waren zoals de Britten, zouden bookmakers misschien weddenschappen plaatsen over de vraag: hoeveel gemeenten doen tenslotte niet mee? Toch blijft het wel tot het einde toe spannend wat de verschillende predikanten en hun gemeenten gaan doen. Er zijn er, zoals de prominente hervormde ‘nee’-zegger ds. Van Kooten, die aanzienlijke hoon zouden ontvangen (en verdienen), als ze na zoveel harde en ook hoge woorden over de hervormde kerk ‘als planting Gods’, alsnog eieren voor hun geld zouden kiezen en met de fusie meegaan. Maar van een hele serie anderen is het wachten niet op het voorlaatste, maar op het laatste woord…

Niets nieuws onder de zon!
Als we terug gaan in de geschiedenis van onze vaderlandse kerken, zie je in dit alles een patroon dat bekend voorkomt. Vlak na de Afscheiding van 1834 kwam er een splitsing in afgescheiden kring; in 1838 ontstonden ‘de Christelijke Afgescheidenen’ en ‘de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis’. De laatste groepering was het meest ‘bevindelijk’. In 1869 kwam er een fusie van beide groepen – de Christelijke Gereformeerde Kerk – en de beide groeperingen leverden een deel van de nieuwe naam. Een deel van de Kruisgemeenten deden niet mee. De meest bevindelijken bleven buiten de fusie.
Nadat in 1886 een tweede golf bezwaarden de Hervormde Kerk verliet, de Dolerenden, kwam het tot een fusie met de Christelijke Gereformeerden.
In 1892 trad echter een deel van de Christelijke Gereformeerden, de meest bevindelijken, niet toe tot de nieuwe kerkformatie die de Gereformeerde Kerken in Nederland ging heten. Zij gingen onder de oude naam verder.
Toen het in 1906 tot een samengaan kwam van Kruisgemeenten (die in 1869 niet Chr.Gereformeerd werden) én Ledeboerianen (genoemd naar de zeer bevindelijke en zeer markante predikant Ledeboer) ging een deel van de laatstgenoemden niet mee. Ze bleven buiten de ‘De Gereformeerde Gemeenten’ en noemden zich voortaan ‘Oud Gereformeerd’.
Steeds opnieuw was het de meest bevindelijke stroming die niet meedeed en zo lijkt het deze keer opnieuw te gaan. Dus niets nieuws onder de zon! Het aantal kerkgenootschappen nam niet af, maar de verdeling van de ledentallen veranderde wel drastisch.

Alleen de ‘eigen’ vrijzinnigen?
Alleen nu komen er ook luthersen bij; voor het eerst gaat het niet alleen om calvinisten die de weg samen willen gaan. Maakt dat veel uit? Ik denk het niet. De verschillen tussen Luther en Calvijn zijn niet prominent in de huidige discussies. Veeleer gaat het om orthodox en vrijzinnig, voorzover die termen nog de inhoud hebben die de laatste generaties eraan gaven. En dan constateren we iets zeer opmerkelijks.
De rechtzinnig hervomden vrezen gereformeerde nieuwlichterij (en niet zonder reden), terwijl ze in eigen gelederen natuurlijk al anderhalve eeuw intiem vertrouwd zijn met vrijzinnigheid uit eigen kerkelijke kring.
Van hun kant zijn de rechtzinnige gereformeerden angstig voor te sterke hervormde beïnvloeding (en van verandering in kerkstructuur, laat dat gezegd zijn). Men vreest de kwalijke invloeden van elkaars ‘verrevelders’, zonder kennelijk erg blij te zijn met elkaar! Althans, die indruk krijg ik als buitenstaander. Dat blijf ik vreemd vinden. Waarom niet openlijk verheugd zijn met deze broeders en zusters uit het andere kamp, dat allang geen ‘ander kamp’ meer is?
Waarom niet een structuur opzetten om het hele Nederlandse volk te bereiken? Zoals het Evangelisch Werkverband. Dat zou toch kunnen?
Zou het ook niet moeten?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief