'(O)pa, waarom heet ik Perez?'

2002-01-25
  • Jaargang 46
  • nummer 2
Deze keer proberen we de woorden heil en zegen in te vullen vanuit een concrete bijbelse geschiedenis met een aantal zeer opvallende namen.
Bijzondere namen vormen een rode draad door heel de bijbel. Alle reden om daar alert op te zijn, want vaak zit er in zulke namen een geweldig evangelie opgesloten. Maar tegelijk stuit je zo ook op wel heel donkere passages uit het leven van Gods volk.
Zodat je je af kunt vragen: Wat moet God met zulk volk? Licht schijnt in de duisternis.

Op de bodem van het bestaan
Het leven moet wel heel duister voor je zijn als vrouw, dat je tot de ontdekking moet komen: Ik kom niet aan mijn recht, tenzij... ik mezelf als prostitué weggeef aan mijn schoonvader.
Afschuwelijk. Eerst kinderloos weduwe.
Vervolgens in het zwagerhuwelijk blootgesteld aan een sexualiteit die niet toekomstgericht was, maar van voorbijgaande aard. En dan spuugt de schoonfamilie je ook nog eens uit.
Tamar, wat nu? Vreselijke dilemma's op de bodem van het bestaan. Waar kom je in terecht. Een en al duisternis!
En wat is dat voor een man? Wie doet zoiets? Juda. Zoon van Jakob en Lea.
Uit een gebroken gezin. Behoorlijk de weg kwijt, nietwaar? Toch zag het er aanvankelijk niet zo naar uit...

Waar is de zegen?
'Zegen' heeft te maken met de oogst, met eten en drinken, een plaats om te slapen, kinderen die geboren worden, zo zagen we in de vorige meditatie.
(Ps. 67: 7). Juda vond en kreeg het allemaal in een vreemd land. Een goede vriend, een vrouw, drie kinderen.
Intussen, even niet opgelet en de naam Kanaän - die naam werkt in de bijbel als een waarschuwingslicht - gemist.
Maar ja, Juda's bijbel was ook nog niet zo dik als de onze. En Psalm 1 stond er al helemaal nog niet in. Juda wandelde wel terdege in de raad der goddelozen, hij stond op de weg der zondaars en zat in de kring van spotters.
Met de 'zegen' van Kanaän. Hoezo zegen? Het bleek een doodlopende 'zegen'.

En het heil?
Met deze 'zegen' ben je ver verwijderd van het heil. Dichtbij onheil. Twee van Juda's kinderen sterven en God heeft daar alles mee te maken, zo staat het er nadrukkelijk bij in Gods Woord. En daarom moeten we het navertellen, zij het met enige aarzeling misschien.
Want wanneer wordt zonde tot misnoegen?
God wil echter het heil laten doorbreken, maar moet vanwege de zonde van Er en Onan eerst blokkades doorbreken.

Heil en beweging
In Kanaän is Juda ver verwijderd van de zegen. Het leven zit verstopt. Maar God bracht Juda weer terug bij zijn broers, het gaat richting Sion, de beloofde Messias. Dáár gebiedt immers de Here de zegen en leven tot in eeuwigheid?
Het heil brengt in het leven van Juda en de zijnen een ommekeer, een doorbraak met zich mee. Die later ook fysiek zichtbaar wordt. Hoogste tijd voor een verhuizing. Terug naar de tenten van Jakob.

Zegen en rust
Tja, dan kom je thuis en dan heb je heel wat te vertellen. Toch? En, ben je rijk gezegend mijn zoon? Wie is deze vrouw en van wie zijn deze kinderen?
Vertel jij het of zal ik...
Nee, dit zullen ze wel samen verteld hebben, dacht ik zo. Wat een détails staan er in deze geschiedenis! En het is allemaal belangrijke achtergrondinformatie bij het geslachtsregister van Jezus. In al die namen die voorbijkomen wordt zo wel heel sprekend duidelijk dat God ons heeft liefgehad, toen wij nog zondaars waren! En uiteindelijk komt er dan toch zegen en toch rust.
Ook voor Juda en Tamar. Die hun verhaal wel moesten vertellen aan (over) grootvader Jakob om zo God groot te maken. De duisternis heeft het licht niet gegrepen.

Heil en de gezalfde
Vader, dit is Zerach en dit is Perez.
Toch een doorbraak. Want het moet richting 'de gezalfde'. Dwars door al het zondige gedoe heen. Daarbij mogen we Juda één ding nageven: toen de hele geschiedenis duidelijk werd, heeft hij geen gemeenschap met haar gehad.
Licht daar niet even iets in op van Jozef, die geen gemeenschap had met Maria voordat Jezus geboren was?

Brengt ons verder
God redt door Hem. Jezus is de man van het heil. Hij is heel die afmattende weg gegaan om ons bij de Vader te brengen. Daar hoort dus ook zoiets als een zondig voorgeslacht bij. Opdat uiteindelijk de zonde niet meer het laatste woord heeft: Wat een doorbraak!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief