Ds De Jong en minder evangeliseren (2)

2002-02-08
  • Jaargang 46
  • nummer 3
Dominee de Jong stelt in zijn twee artikelen over de kloof en de brug dat de kerk te evangelisatiegezind is en teveel met 'buiten' bezig. In een eerste reactie plaatste ik verschillende kanttekeningen bij zijn verhaal.
Zijn oproep doet afbreuk aan onze roeping. Zijn oordeel over Nederland is te massief en te somber.
Evangelisatie is geen noodzakelijke concurrent van zorg voor ouderen, of van geloofsverdieping.

In het tweede en laatste deel van mijn reactie nog een enkele opmerking over de onverwachte flirt van De Jong met de Gereformeerde Gemeenten, zijn wat pretentieuze oordeel over de mate waarin geëvangeliseerd wordt in afhankelijkheid van de Heilige Geest en zijn wonderlijk voorstel om met raadselspreuken te evangeliseren.
Ik vraag mij verder af of dominee De Jong er goed aan doet in het kader van een bezinning op het gebied van evangelisatie met bewondering naar de Gereformeerde Gemeenten te kijken.
Er mag alle respect zijn voor het goed georganiseerde werk van hun deputaatschap evangelisatie, het geïnvesteerde geld, hun evangelisten en evangelisatiecommissies.
Bovendien is naar de mening van experts op het gebied van gemeentegroei hun duidelijke leer een belangrijke factor waardoor de Gereformeerde Gemeenten in staat zijn kerkleden beter vast te houden dan verschillende andere kerken. Wat dat aangaat kunnen we met De Jong respect hebben voor hun bestendige identiteit.

Een mooi voorbeeld?
Maar de stabiliteit of zelfs groei van de Gereformeerde Gemeenten wordt voor een groot deel bepaald door de optelsom van het grensverkeer met andere bevindelijk gereformeerde kerken (de instroom verhult een geschatte uitstroom van 30 % van hun jongeren).
Ook worden de gunstige getallen beïnvloed door het relatief hoge kindertal.
Volgens een insider in het evangelisatiewerk van de Gereformeerde Gemeenten is hun zwakte de opvang van nieuwe gelovigen en een tekort aan begrip voor het leven van de onkerkelijke.
Men is inderdaad niet van plan om de kloof te overbruggen met kunstmiddelen, weert het gebruik van bijvoorbeeld een gitaar bij evangelisatie en blijft bij de Bijbelverspreiding onverstoorbaar de Statenvertaling uitdelen.
Volgens dezelfde insider mede een reden dat men als kerkgenootschap van ongeveer 100.000 leden per jaar hoogstens 50 nieuwe gelovigen mag verwelkomen. Mijn grootste bezwaar tegen de Gereformeerde Gemeenten als voorbeeld in een discussie over evangelisatie is dat hun bestendige identiteit sterk bepaald wordt door terughoudendheid in het verkondigen van het evangelie van genade, aan een wereld die dat evangelie de rug toekeert, en zélfs aan hen die er wekelijks ter kerke gaan. Dan zijn er in ons land of elders in het Westen toch wel inspirerender voorbeelden te vinden die navolging waard zijn.

Afhankelijkheid gewogen
Dominee De Jong benadrukt dat de brede en diepe kloof die ongelovigen scheidt van God alleen overbrugd kan worden door de Heilige Geest.
Akkoord! Maar het doet wat pretentieus aan als De Jong meent te kunnen oordelen wie geen of te weinig vertrouwen heeft in de Heilige Geest en die vaker zou moeten aanroepen. Dat doet geen recht aan de beleden en gebeden afhankelijkheid van de mensen die ik ontmoet in evangelisatiewerk en in de beweging rondom bijvoorbeeld Alpha, Willow Creek en 'in de geest van Houten'. Een afhankelijkheid die versterkt wordt door een weldegelijk besef van de breedte en diepte van de kloof.
Een besef dat gestoeld is op ruime ervaring met daadwerkelijke evangelisatie.

Verstand buiten spel
Dan mag opnieuw herhaald worden dat de Heilige Geest ons vervolgens wel inschakelt om met onze menselijke mogelijkheden en beperkingen medearbeiders te zijn in het verkondigen van het evangelie van de door Gods genade overbrugde kloof. Daarbij mogen we met beleid te werk gaan en met verstand kiezen voor tactieken, methoden en middelen en gebruik maken van de bestaande kennis op het gebied van bijvoorbeeld communicatie, organisatie en marketing. Het verbaast mij dat juist De Jong op dit gebied het verstand buiten spel zet door wat geringschattend te spreken over kunstmiddelen waarmee wij de kloof willen overbruggen. Of hij moet louter en alleen gekunstelde blijdschap als evangelisatiemethode en exportartikel op het oog hebben. Maar de EOdagen zou ik niet in dit verband ge noemd willen zien. Veel jongeren die in eigen leefomgeving steeds meer in een minderheidspositie leven vinden juist daar de bemoediging en de spirit om van hun geloof te laten blijken.
Het is minstens zo verbazingwekkend dat de tactiek van het spreken in raadselen en gelijkenissen niet het predikaat kunstmiddel krijgt, maar zelfs van harte gepropageerd wordt. Deze tactiek appelleert niet aan het verstand en de gegeven voorbeelden overtuigen ook niet alsnog. De opdracht van Elisa aan Naäman: ‘Was u zeven maal in de Jordaan en gij zult rein zijn’ geeft helder en precies aan wat van Naäman verwacht wordt. De dienaren van Naäman vinden dat ook getuige hun uitspraak tegen de legeroverste: ‘Had de profeet u iets moeilijks opgedragen, zoudt ge dat dan niet doen? Hoeveel temeer, nu hij tot u gezegd heeft: Baad u en gij zult rein worden?’ (2 Kon. 5:13). Het is voor Naäman een raadsel of en hoe dit genezing zal brengen, maar dat is wat anders. Dat Jezus uitgepreekt was en overging op alleen maar gelijkenissen spreken klopt gewoonweg niet. Van Bruggen zegt terecht bij (de parallelle tekst uit) Marcus 4:11: ‘Ook deze zinsnede wordt vaak rechtstreeks betrokken op het spreken in gelijkenissen, alsof Jezus zou zeggen: de buitenstaanders krijgen van Mij alleen nog maar gelijkenissen te horen. Dit past echter niet. Jezus heeft tot aan zijn sterven nog steeds rechtstreeks en zonder beelden tot het volk en zijn leiders gesproken’.

Klare reformatorische taal
Het is een van de winstpunten van de Reformatie geweest dat de kerk weer de taal van het volk is gaan spreken, duidelijk en verstaanbaar. Dominee De Jong lijkt te suggereren dat die taal van het volk tegenwoordig in de kerk verworden is tot grove taal, platte zegswijzen en ruwe beelden. Dat lijkt mij ongehoord. Ik hoor en lees in onze kerkelijke wereld vrijwel zonder uitzondering een stijlvol Nederlands.
Vanwege het grote risico dat raadselen in plaats van nieuwsgierigmakend, verduisterend en vervreemdend werken, zou ik toch willen pleiten om het spreken in raadselen te bewaren voor gevallen van uiterste nood, waarin geen beter alternatief is en ook alleen als zwijgen niet verstandiger is. In vrijwel alle gevallen verdient stijlvolle, maar vooral ook klare taal met illustratieve beelden onze voorkeur.
Kort samengevat. Laat ons spreken helder zijn. En laat ons verstand en beleid helder zijn wanneer wij door de Heilige Geest bij het overbruggen van de kloof ingeschakeld worden. Laten we van iedere kerk leren wat er te leren valt, maar op evangelisatieterrein beginnen met de werkelijk navolgenswaardige voorbeelden. Laat in een kerk met een gevarieerd menu, de vaste spijs consumenten betrokken zijn bij het voeden van de melkklanten, ook op zondag. Laat de Heilige Geest elke generatiekloof overbruggen, opdat jong en oud in eendracht het evangelisatiewerk van vorige generaties continueren. Het is niet de tijd en niet aan ons om over ongelovig Nederland het laatste oordeel te vellen. Maar bovenal: laten we onverminderd het zendingsbevel van Jezus zelf, de Goddelijke roeping van de kerk gehoorzamen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief