Je leeft niet om te ademen

2002-02-08
  • Jaargang 46
  • nummer 3
Duurzaam ondernemen is in. Steeds meer bedrijven getuigen in hun jaarverslagen van aandacht voor de leefomgeving en voor de medemens. Aad van Helden - 50 jaar, Nederlands Gereformeerd in Amersfoort-Noord en werkzaam bij Shell Technologieging drie jaar geleden een groot deel van zijn tijd aan duurzame projecten wijden. Experimenten die tot doel hebben om te begrijpen wat duurzaam ondernemen in de praktijk betekenen kan. ‘Een interessant terrein, waar ik als christen graag mee bezig ben.’

Waarom ben je dit werk gaan doen?
‘Midden jaren '90 werd Shell ruw geconfronteerd met de verwachtingen van de westerse wereld ten opzichte van het bedrijf. De gemoederen liepen hoog op toen het bedrijf de Brent Spar, een oud boorplatform, wilde laten afzinken in de oceaan. Vanuit milieuoogpunt was dat waarschijnlijk de beste oplossing, maar toch gebeurde het niet.
Want de publieke opinie keerde zich tegen het afzinken van de Brent Spar.
Er dreigde zelfs een kopers-boycot in Duitsland.’ Ook de aanwezigheid van de oliemaatschappij in Nigeria leidde tot ongerustheid van het publiek in West Europa. Werden de oorspronkelijke bewoners niet eerder de dupe van oliewinning, dan dat ze ervan profiteerden?’ ‘Het bedrijf besloot: het moet anders.
Shell stelde ambitieuze doelen op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Maar veel werknemers wisten niet goed hoe die doelen gehaald moesten worden.
Wat betekende het bijvoorbeeld voor de producten en fabrieken binnen de chemie-poot van Shell, waar ik werk? Wie wilden hun schouders eronder zetten? Ik liep er zelf snel warm voor. Ik vond het prachtig om die kans te krijgen. Het sloot nauw aan bij mijn geloofsovertuiging.’ Maar dit is wel heel wat anders dan techniek. Hoe kwam je tot die stap?
‘Net als veel anderen vroeg ik me wel eens af: is de tijd en energie die ikoverigens met veel plezier - in mijn werk steek, wel in verhouding met de grote problemen in de rest van de wereld? Ik ben chef van een afdeling die onderzoek doet naar nieuwe producten en die ontwikkelt. Het gaat dus om het verbeteren van een product om de concurrent de loef af te steken. Nou is die rivaliteit prima, want zo moet je zuinig zijn met geld en middelen.
En ook vanuit mijn geloof vind ik dat we nuttig en efficiënt moeten omgaan met onze energiebronnen, grondstoffen, producten, etc. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal.’

Wat is dan de rest van het verhaal?
‘De 'markt' is heel goed in het creëren van welvaart, maar niet zo best in het verdelen van die welvaart. Ik vind dat het verdelen van de welvaart een belangrijke opdracht is. Zodat de verschillen in levensstandaard tussen rijk en arm niet te groot zijn. Maar dat verdelen, dat is een moeilijk punt.
Overigens is de markt natuurlijk ook maar een menselijke constructie. De overheid bepaalt uiteindelijk wie mag kopen en verkopen, en wat er verkocht mag worden. Geen alcohol aan minderjarigen bijvoorbeeld.’

Weet je inmiddels wat duurzaam ondernemen is?
‘Met de term duurzaamheid moet je oppassen. Iedereen heeft wel een gevoel bij dat woord, maar ieder geeft er een eigen uitleg aan en weet niet precies wat een ander ermee bedoelt.
Ik houd het maar bij een eenvoudige uitleg van het begrip. Duurzaamheid draait simpelweg om een levensvatbare wereld: voor rijk en arm wereldwijd en voor toekomstige generaties.
Daarvoor moeten we keuzes bieden en we moeten verantwoorde keuzes maken. Het gaat erom hoe we ons verder kunnen ontwikkelen op een gelijkwaardige manier. Wij in Europa, en de medemens in andere werelddelen.
En het gaat er evenzeer om hoe onze leefomgeving op termijn levensvatbaar blijft.’

En wat is dan de taak van het bedrijfsleven?
‘Bedrijven spelen daarin een belangrijke rol. Ze moeten veel keuzes bieden: nieuwe producten en diensten ontwikkelen. Voor nu en voor later.
Daar is niets nieuws aan en ook niets mis mee. Keuzes máken, dat is traditioneel de rol van de consument, de samenleving en de overheid. Nu worden die keuzes meer en meer gemaakt in samenspraak met alle betrokkenen: consumenten, overheid en bedrijven samen. Gezamenlijk bepalen ze wat verantwoord is, en wat niet. Er is meer dialoog met de samenleving, bijvoorbeeld ook met belangengroeperingen.
Dat komt overigens ook doordat de overheid op tal van terreinen een stapje terug heeft gedaan. Een ander punt is dat steeds meer bedrijven ook producten en diensten gaan leveren op bijvoorbeeld milieugebied. Zij zien nieuwe markten en kansen voor hun bedrijf op de weg naar een menswaardiger bestaan.’

Maar hoe werkt dat dan in de praktijk? Geef eens een voorbeeld vanuit je eigen werk.
‘Concreet werk ik als projectleider mee aan twee 'duurzame' projecten.
In Mexico coördineer ik het onderzoek naar het hergebruik van plastic frisdrankflessen. We werken daar samen met andere bedrijven in de productieketen van die flessen. Het lijkt erop dat dat materiaal, waarvoor Shell grondstoffen levert, uitstekend kan wordt hergebruikt als bouwmateriaal. Een project dat, naar het zich laat aanzien, bovendien winstgevend kan zijn. Dat is de ideale combinatie. ‘Je lost een afvalprobleem op, creëert ter plaatse werkgelegenheid, men verdient eraan, en het eigen product - en daarmee ook je bedrijf - krijgt er een beter imago door. En we letten er op dat andere betrokkenen er niet de dupe van wor den. Een speciale groep zijn de ‘pepenadores’.
Dat zijn mensen die in Mexico op afvalbergen leven van de restwaarde van blikjes en flessen en ander materiaal.
Binnenkort start er een onderzoek dat moet uitwijzen welk effect ons project op de levensomstandigheden van deze pepenadores zal hebben.’

Toch zijn recyclingprojecten er al te kust en te keur. Wat is dan het nieuwe?
‘Ik zie twee belangrijke vernieuwingen: op technologisch terrein en de bedrijfsmatige aanpak. Technologisch is het project interessant omdat we laagwaardig afval kunnen gebruiken.
Laagwaardig betekent dat bijvoorbeeld etiket en afsluitdop niet verwijderd hoeven te worden. Dat stelt minder hoge eisen aan afvalinzameling en afvalopwerking en maakt hergebruik economisch aantrekkelijker.'' ‘Vanuit bedrijfsmatig oogpunt is het vanzelfsprekend dat het project financieel uit moet kunnen. En samenwerken met andere bedrijven is ook niet nieuw. Wel is het nieuw dat we een verband proberen te leggen tussen de voordelen van hergebruik op milieuen sociaal terrein enerzijds en de marktontwikkeling van plastic frisdrankflessen anderzijds. Als goed hergebruik de afzetmogelijkheden van nieuwe flessen bevordert, is het voor bedrijven ook in economisch opzicht interessant om recycling te stimuleren, zelfs als hergebruik op zich niet zo heel veel geld oplevert.’

Hoort Shell wat dit betreft bij de voorhoede, of bij de meelopers?
‘Voor zover mij bekend lopen we met deze bedrijfmatige aanpak voorop.
De industrie in Europa en Mexico en bijvoorbeeld ook de Mexicaanse overheid zijn zeer geïnteresseerd in de afloop van dit experiment.’

Noem nog eens een voorbeeld van een duurzaamheidsproject.
‘Een ander project richt zich op het Chinese platteland. Daar zoek ik naar mogelijkheden om tegen een veel lagere prijs polyester overhemden op de markt te krijgen. Shell levert grondstoffen voor polyester. De uitdaging is dus om het hele proces - van grondstof tot klant - efficiënter, en dus goedkoper, te laten verlopen. En vanzelfsprekend onder fatsoenlijke werkomstandigheden, zonder kinderarbeid of iets dergelijks! In India is een soortgelijk project enige jaren geleden gestart door een plaatselijke ondernemer.
Daar kunnen we in China van leren.
En als dat lukt, wordt het voor de arme bevolking mogelijk om zich die kleding te veroorloven. Dan kunnen we een nieuwe markt aanboren en tegelijk een bijdrage leveren aan de kwaliteit van hun bestaan. Dat is toch een prachtige combinatie? Concurrentie rijmen met compassie! Vaak lijken die twee uitersten, maar op die manier is het mogelijk ze bij elkaar te brengen. Om een bijdrage te leveren aan de levensstandaard van arme mensen en dat zo te doen dat het zichzelf betaalt.’

Maar als het nou tegenvalt? Stel dat blijkt dat zo’n project alleen maar geld kost?
‘Als het even kan moeten dergelijke projecten door het bedrijfsleven gedaan worden. Als zo’n project alleen maar geld kost, zal men een beter idee moeten bedenken.
Maar vanzelfsprekend blijft er een grote rol voor de overheid, die verantwoordelijk is voor basisvoorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.'' Je geeft een heel grote rol aan het bedrijfsleven, als het gaat om duurzaamheid.
Uit de dagelijkse nieuwsstroom blijkt dat bij de meeste bedrijven winstmaximalisatie het hoogste doel is. Dus wat komt er in de harde praktijk terecht van zulke mooie ideeën, die waarschijnlijk toch niet heel veel geld in het laatje brengen?
‘Dat hangt ervan af met welke ogen je kijkt. Natuurlijk kijken veel managers en aandeelhouders met een ‘paardenbril’ naar winstgevendheid van de eigen bedrijfsvoering op korte termijn.
Maar het interessante is dat bij institutionele beleggers zoals pensioenfondsen de belangstelling voor ‘ethisch’ beleggen groeit, omdat de aandelen van duurzame bedrijven op langere termijn een betere koersontwikkeling laten zien, dan laten we zeggen het Dow-Jones gemiddelde.’ ‘Toegegeven: deze trend is recent en omstreden. Daarom zijn concrete voorbeelden ook zo interessant. Die helpen ons te laten zien hoe het zou kunnen.''

Zijn deze projecten voor Shell nog experimenten om te bezien of het voldoende kan opleveren? Of is die fase al achter de rug?
‘Het zijn duidelijk experimenten en succes is niet verzekerd. Risicovol dus om mee bezig te zijn, maar alleszins de moeite van het proberen waard.’

Wat is voor jou de christelijke inbreng?
‘Onder christenen bestaan veel reserves als het gaat om een groot geloof in de markt en in de wetten van de concurrentie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de standpunten van een partij als de ChristenUnie. Zij geeft het liefst de overheid in veel zaken een dikke vinger in de pap. Maar ik ben niet vies van begrippen als marktdenken en concurrentie. Concurrentie en marktwerking leiden tot zuinig gebruik van grondstoffen en energie. Je moet immers prijsbewust zijn en kunt niet meer gebruiken dan nodig is. Die mechanismen kunnen een bijdrage leveren aan een duurzame productie.’ ‘Ik sta evenzeer positief ten opzichte van economische vooruitgang en ontwikkeling.
Veel christenen staan wat argwanend tegenover vooruitgang.
Het riekt ze teveel naar autonomie, naar maakbaarheid van de samenleving en naar oppervlakkig optimisme.
Maar ontwikkeling van de aarde, van alle mogelijkheden, is in principe iets goeds. Ook in de Bijbel is overal ontwikkeling zichtbaar. Vergelijk het begin en het einde van de Bijbel eens met elkaar. In Genesis wordt het paradijs ons geschilderd als een tuin. In Openbaringen is het komende rijk als een stad, het nieuwe Jeruzalem. Van het platteland naar de stad, dat is wat de mensheid ook vandaag de dag doormaakt.
Het is de bedoeling dat de mens tot zijn recht komt. Wij moeten worden wat God in ons gelegd heeft. De term ontwikkeling kan verkeerd overkomen.
Alsof wij met zijn allen er wel even voor zullen zorgen_ Zo is het niet. Ontsluiting is misschien een beter woord.
Er komt iets uit de mens wat al vanaf het begin in hem besloten ligt.’

Maar hoe draag je op een verantwoorde manier bij aan die ontwikkeling? Hoe kun je garanderen dat bedrijven aandacht opbrengen voor de aarde en voor de medemens als de concurrentie soms moordend is?
‘Christenen kunnen daarin een rol vervullen.
Want zij hebben een realistisch mensbeeld: niks geen oppervlakkig optimisme! De mens heeft ook zwakke kanten! Bovendien hebben christenen een niet-materialistische visie op het leven. En vanuit hun geloof hechten ze grote waarde aan het geweten.'' ‘Aan de andere kant_ Misschien heeft een eenzijdig Godsbeeld en een eenzijdige heilsverwachting de bijdrage van christenen aan het duurzaamheidsdebat ook wel eens vertroebeld. Ons Godsbeeld is - denk ik - lange tijd voornamelijk transcendent geweest. God was uitsluitend hoog in de hemel. We hadden te weinig oog voor God in zijn schepping, in de natuur, in de mens.
Onze verwachting van het heil was sterk gericht op het hiernamaals, maar Gods heil krijgt ook hier op de aarde al zijn beslag. We zijn de aardsheid van het heil een beetje vergeten. In Kol.1:1920 staat: 'door Christus bloed zijn ook alle dingen op aarde weer met Hem verzoend'. En onze heilsverwachting is vaak erg individueel geweest.
We zijn meer met ons persoonlijk heil bezig geweest dan met dat van de hele schepping.
De bijbel geeft meer dan genoeg aanknopingspunten voor een nieuwe visie op de relatie 'mens – mens' en 'mens – natuur'. Geïnspireerd door de relatie 'God – mens'. ‘

En dat kan gevolgen hebben voor het denken over duurzaam ondernemen?
‘Voor veel mensen is dat misschien ver weg. Voor mij is het een deel van mijn dagelijks werk. Ik vind het een fascinerende uitdaging. Een nieuw evenwicht zoeken tussen concurrentie en compassie. Vooral als het vorm krijgt in een concreet project.
Ik ken een mooie vergelijking, die aangeeft hoe je als bedrijf zou moeten omgaan met winst. Die winst voor een bedrijf, kun je vergelijken met de zuurstof die een mens nodig heeft. Het is absoluut noodzakelijk om te overleven.
Maar je leeft niet om te ademen.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief