Conflicten: destructief of constructief?
2002-02-22
Het artikel over Bram van Dijk die boos was vanwege veranderingen in de kerk blijft reacties oproepen. Dat was ook de bedoeling. We moeten onszelf de spiegel voorhouden. De kerkgeschiedenis laat zien dat conflicten in de kerk snel uit de hand kunnen lopen. Dat heeft soms desastreuze gevolgen. Er zijn mensen die de kerk de rug toe hebben gekeerd omdat ze beschadigd raakten door de vele conflicten in de kerk. Kennelijk kunnen we in de kerkelijke gemeenschap vaak slecht met verschillen van mening omgaan. In dit nummer en in komende nummers van ‘Opbouw’ vindt u opnieuw enkele bijdragen over conflicten in de kerkelijke gemeente.- Jaargang 46
- nummer 4
Twee bijdragen van auteurs uit de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken laten het verschil zien tussen de zgn. destructieve conflicten en conflicten die op een constructieve wijze besproken worden.
Het eerste artikel is van de hand van psychotherapeut Kees Roest. Hij schrijft: ‘Gezond denken maakt het mogelijk om te onderkennen dat een bepaalde groep een fundamenteel ander standpunt heeft, dat onverenigbaar is met de eigen opvatting en toch de andere groep als medechristen te blijven respecteren’.
Met andere woorden: er zijn in mijn kerkelijke gemeente mensen die een tegenovergesteld standpunt hebben aan dat van mij. We kunnen het niet met elkaar eens worden.
Toch blijf ik die anderen als medechristenen zien. Dat is gemakkelijk, zolang de standpunten in de praktijk weinig gevolgen hebben. Als een christen besluit om vegetariër te worden, dan heeft dat weinig consequenties voor het kerkelijk leven. Anders ligt het als de tegenovergestelde standpunten de praktijk van het kerkelijk leven betreffen. Dat verklaart ook (ten dele) waarom er zo vaak spanningen ontstaan rond de kerkdienst. Als gemeentelid A. persé alleen uit het Liedboek wil zingen en de kerkenraad besluit om ook andere liederen te laten zingen zit gemeentelid A. gespannen in de kerk. Als gemeentelid B. fel tegen de vrouw in alle ambten is en er wordt een vrouwelijke diaken bevestigd zal dat gemeentelid daar tijdens de bevestigingsdienst en ook in de diensten daarna grote moeite mee hebben.
(On)volwassen?
De ander als christen blijven respecteren, ook als hij over bepaalde zaken heel anders denkt dan wijzelf: dat vraagt nogal wat van ons…. ‘Helaas gebiedt de realiteit te zeggen dat een dergelijke volwassenheid bij veel mensen (nog) niet aanwezig is’ , aldus Kees Roest.
Wat mij betreft is deze zin wel een beetje te kort door de bocht. Is iemand die er grote moeite mee heeft om de ander als christen te blijven respecteren dan nog niet volwassen? Voordat je het weet worden er weer mensen van een etiket voorzien, misschien niet meer als christen of als niet-christen, maar als volwassen of als niet-volwassen. Op zo’n moment is niet het gedrag, maar de persoon in het geding. In het vervolg van zijn betoog kan ik me echter weer helemaal vinden in datgene wat Roest naar voren brengt. Hij maakt onderscheid tussen twee manieren waarop we met conflicten om kunnen gaan: destructief en constructief.
Destructief en constructief
Als voorbeelden van een destructieve conflicthantering kunnen o.a. de volgende uitspraken worden genoemd (de lijst die Roest noemt is uitgebreider):
a) Christenen zouden geen conflicten moeten hebben
b) Als de ander je onheus bejegent moet hij eerst zijn excuses aanbieden voordat je weer verder kunt
c) In een conflict moet je gewoon eruit gooien wat jou dwars zit.
Tegenover deze destructieve, beschadigende opvattingen staat de constructieve wijze van conflicthantering:
a) Christenen hebben net als alle andere mensen conflicten. Ze zouden echter bedacht moeten zijn op het verabsoluteren van hun standpunten en het verketteren van de ander.
b) Na een conflict is het, ongeacht het verloop ervan, ieders taak om de eerste stap weer te doen.
c) Het is goed om zorgvuldig af te wegen wat je wél en wat je niet zegt tijdens een conflict.
Open lijnen
Een tweede publicatie waarin conflicten aan de orde worden gesteld is van de hand van ds Philip Troost, vrijgemaakt-Gereformeerd studentenpredikant in Zwolle. Aan het slot van het 10e hoofdstuk van zijn boek ‘Open Lijnen’ laat de auteur zien waar een negatieve ontwikkeling binnen een gemeente toe leidt en hoe je daar tegenover een positieve ontwikkeling kunt zetten. Het schema in ‘Open Lijnen’ is hier enigszins verkort en voorzien van eigen voorbeelden en citaten.
Negatieve ontwikkeling
Een voorbeeld van een negatieve ontwikkeling binnen de kerkelijke gemeente ziet er dan als volgt uit:
1. gemeenteleden laten zich leiden door sympathieën en antipathieën (bijv.: ‘ouderling De Graaf, dáár kan ik mee praten; ouderling Heij, die hoeft hier niet op bezoek te komen’)
2. onderling respect neemt af (bijv.: ‘we hebben een waardeloze dominee, je kunt nog beter naar een preek op de radio luisteren’).
3. ik ben goed, de ander zit fout (bijv.: ‘sinds de Reformatie werden altijd de Tien Geboden voorgelezen, wie dat niet nodig vindt handelt in strijd met de reformatie en is dus niet goed gereformeerd’).
4. ik ben niet meer verantwoordelijk voor deze kerk (‘ze kunnen me nergens meer voor vragen en ik betaal ook geen kerkelijke bijdrage meer’)
5. de boodschap van God stuit op een muur van innerlijk verzet (‘het is mijn mening en niemand mag me mijn mening afpakken’)
Positieve (opbouwende) ontwikkeling
Het kan ook anders in de kerkelijke gemeente. Een voorbeeld van een positieve (opbouwende) ontwikkeling zijn de volgende stappen:
1. gemeenteleden hebben elkaar lief, zonder aanzien des persoons (bijv.: ‘ook al ben ik het niet met Henk de Vries eens, hij is ook een lid van onze gemeente’)
2. elkaar meer leren kennen en waarderen, ondanks verschillen in achtergrond, visie enz. (bijv.: ‘ik ben het op dat punt niet eens met de dominee, maar juist daarom wil ik graag eens te weten komen wat hem beweegt’).
3. onderling respect groeit (‘Mevrouw Van der Sloot heeft heel wat meegemaakt in haar leven. Nu begrijp ik haar manier van denken ook beter’).
4. hoogmoed en meerderwaardigheidsgevoelens worden onderkend, evenals jaloezie, wantrouwen en gevoelens van minderwaardigheid (‘ik heb moeite met de manier waarop ouderling Roubos handelt, maar ik begrijp ook heel goed dat die moeite met mezelf te maken heeft’).
5. de boodschap van God dringt door in het kader van een veilige ontmoeting (‘Goed dat u dat zo zegt. Fijn dat u zo naar me hebt willen luisteren. Ik zie nu ook in dat ik te ver ben gegaan in mijn uitspraken’).
Tenslotte
We zullen niet altijd op deze manier conflicten kunnen beschouwen. Juist als we midden in een conflict zitten hebben we de grootste moeite om de noodzakelijke afstand te betrachten.
Toch bieden de ‘modellen’ die door drs. Kees Roest en door ds. Philip Troost worden aangereikt goede ingangen om af en toe eens stil te staan bij de manier waarop we zelf met verschillen van mening omgaan.
Naar aanleiding van:
* drs Kees Roest: Omgaan met conflicten: conflicten aangaan of vermijden. In: A.H. Blok, T.J. van der Ploeg en A.D. Senf: Welles, nietes (ICS/Boekencentrum, 2000)
*ds Philip Troost, Open Lijnen (Kok, Kampen, 2001) Aan beide boeken werd al eerder in ‘Opbouw’ aandacht besteed.