Hoe gaan we in de kerk met elkaar om?
2002-02-22
Conflict- Jaargang 46
- nummer 4
Er is sprake van een conflict tussen kerkenraad en br Van Dijk over een onderdeel van de liturgie. Een bekende theoloog heeft ooit gezegd: liturgie is de meest populaire vorm van dogmatiek.
Het lijkt erop dat, als we dit conflict op ons laten inwerken, deze theoloog de spijker op zijn kop heeft geslagen.
Immers als ik het goed taxeer ziet br Van Dijk in het opvoeren van een toneelstukje tijdens de kerkdienst een afglijden van het Woord van God. Het gaat mij er nu niet direct om wie gelijk heeft, de kerkenraad of br Van Dijk, maar in de eerste plaats om de feiten zoals die in de casus zijn genoemd. Hieronder de punten waar het om gaat:
a. de kerkenraad heeft een aantal veranderingen doorgevoerd en daarover de gemeente ingelicht;
b. de kerkenraad ziet deze veranderingen als ‘belangrijke veranderingen’;
c. br Van Dijk heeft zijn bezwaren bij de kerkenraad gemeld;
d. de kerkenraad heeft beloofd rekening te houden met deze bezwaren, maar dat niet gedaan;
e. br Van Dijk stuurt een boze brief aan de kerkenraad , die hij beschuldigt van ‘woordbreuk’ en ‘afgoderij’;
f. br Van Dijk dreigt zijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen;
Oplossing van het conflict
Hoe kan dit conflict het beste opgelost worden? Het lijkt mij toe dat in de bestaande omstandigheden, in de eerste plaats nodig is dat het onderling vertrouwen hersteld wordt. Als het vertrouwen weg is en weg blijft, wordt het conflict onoplosbaar.
Het tweede is, dat er door zowel door de kerkenraad als br Van Dijk vanuit eenzelfde grondslag gesproken moet worden. Wat is de basis die als zodanig zou kunnen gelden? Onze kerken kennen geen kerkorde, maar in ieder geval wel een Akkoord van kerkelijk samenleven, een heel erg summiere uiteenzetting wat de kerken samenbindt.
In dit AKS staat dat het Woord van God in de samenkomsten zal worden bediend (art. 18). Er staat niet in hoe, maar wel dat het dient te gebeuren.
Hierover zal in ieder geval het gesprek moeten gaan.
Om in de toekomst dergelijke onaangenaamheden te vermijden, zal de kerkenraad woord moeten houden en niet iets toezeggen dat niet wordt nagekomen wordt.
Aanbeveling dient in dit verband dat de kerkenraad een beleidsplan maakt en daarin aangeeft wat de inhoud is van de liturgie zoals die in de gemeente gangbaar is. De gemeente weet dan waarvoor ze naar de kerk komt.
In dat beleidsplan kan rekening gehouden worden met vernieuwingen en aanpassingen die de gemeente graag wil.
Uiteraard is het zo dat het bij bepaalde kerkelijke zaken moeilijk is om met meerderheid van stemmen te beslissen.
Zeker als het gaat om heel gevoelige zaken als de liturgie. Dat is het hart van de kerkdienst en daarom kunnen brs. en zrs. zich snel op hun tenen getrapt voelen als er volgens hen veranderingen plaatsvinden, die ze zien als een afwijken van Schrift en belijdenis.
De kerk is immers geen democratie, maar een christocratie. De gemeente mag niet voor een fait accompli gesteld worden, doordat de kerkenraad zomaar de liturgie verandert, overigens met de beste bedoelingen, en de gemeente voor een ‘verrassing’ komt te staan.
Overigens lijkt dat hier niet te zijn gebeurd, want de gemeente is geraadpleegd.
In het gesprek met br Van Dijk mag anderzijds ook gerust gezegd worden dat het niet aangaat om grote woorden te gebruiken als ‘woordbreuk’ en ‘afgoderij’, maar dat conflictpunt zal in een goed gesprek, uitgaande van het genoemde vertrouwen, wel opgelost kunnen worden.
Aan de beëindiging van het conflict zal ook zeker bijdragen dat de kerkenraad aan br Van Dijk laat zien, dat beiden zich ervoor willen inzetten om het evangelie uit te dragen.
Les voor de toekomst
Wij zijn als kerken in tal van plaatsen in gesprek met de CGK en de GKV om te komen tot kerkelijke eenheid. Als we dat willen, is het dan ook niet van belang om daar kerkordelijk naar toe te werken? Verdient het dan geen aanbeveling om al stappen in die richting te zetten en te proberen dezelfde kerkorde c.q. regeling te gebruiken als de andere kerken hebben? Zeker, we kunnen er begrip voor hebben dat, gezien ons verleden, er een zekere huivering is voor kerkelijke regels, maar is het aan de andere kant ook niet zo, dat als er geen of te weinig regels zijn, dat je dan overgeleverd kunt worden aan kerkelijke willekeur? De ene kerkenraad regelt de kerkdienst zus, en de andere zo, en er kunnen zomaar veranderingen aangebracht worden. Het zou kunnen zijn, maar ik zeg het met de nodige voorzichtigheid, dat dit conflict tussen de kerkenraad en br Van Dijk met die bedoelde willekeur te maken kan hebben. Nogmaals een kerkelijke regeling perkt de vrijheid niet in, maar geeft ruimte aan de gemeente en aan de kerkenraad om haar handelwijze te rechtvaardigen. Zeker is dat de gemeente bekend moet zijn met wat in dezen het beleid van de kerkenraad is.
Overigens is het in het algemeen niet goed als kerken die met elkaar verder willen zich meer op elkaar gaan instellen en minder hun eigen gang gaan?
Dat laatste maakt het komen tot eenheid nodeloos moeilijk, en voegt nieuwe kwesties toe aan de onderlinge besprekingen.
Tenslotte
Ook al heeft de kerkorde naar het schijnt niet alles met het bovenstaande te maken, zeker is dat zij in conflictsituaties een rol kan spelen. Wat de samensprekingen tussen kerken betreft, is hier van belang op te merken dat bijv. de GKV en zelfs de Gereformeerde Gemeenten zich bezinnen over het kerkelijk procesrecht, omdat hier de nodige manco’s zitten in de D(ordtse) K(erken) Orde van 1618/19, die door de burgerlijke rechter moeten worden opgelost.
Hier geldt dat waar de kerk niet spreekt de burgerlijke rechter dat wel zal doen, met name als het gaat om de rechtspositie van ambtsdrager of de plaats van het gemeentelid, en de kerk zelf haar zaken onvoldoende heeft geregeld Het lijkt ons toe dat in grotere conflicten dan het hier genoemde zeker in die bezinning de vorming van een kerkelijke arbitragecommissie of geschillencommissie op haar plaats kan zijn. Het scheelt kerkelijke vergaderingen een flink stuk werk. Zij hoeven dan niet bezig te zijn met vaak ingewikkelde zaken, die mogelijk een juridische en technische kant hebben. Zij kunnen hun tijd dan besteden aan pastorale en theologische zaken. Ik heb in een ander verband eerder gepleit voor een dergelijke kerkelijke geschillencommissie.
Een commissie die zou kunnen bestaan uit een jurist, een predikant, twee ouderlingen en een diaken en die naast en in opdracht van de kerkelijke vergaderingen, dus ook van de kerkenraden en eventueel zelfs van de Landelijke Vergadering haar werk zou kunnen doen.
Ds A.D. van den Heuvel is zowel predikant als jurist en lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Almkerk/ Werkendam