Morsen met water?
2002-02-22
Onder dat opschrift schrijft dr E.S. Klein Kranenburg in het blad Confessioneel (24 januari) een kritisch artikel over de praktijk van de kinderdoop in de SoW-kerken. De situatie tekent hij als volgt: Uit ervaring weet ik dat nogal wat kinderen, afkomstig uit weinig of nauwelijks meelevende gezinnen, het sacrament van de doop ontvangen.- Jaargang 46
- nummer 4
De ontroering bij de grootouders is vaak groot tijdens de doopdienst, maar de christelijke opvoeding - liever gezegd: de opvoeding tot christen - door de ouders is een moeizame geschiedenis, wanneer één van hen geen enkele kerkelijke binding heeft en de andere (in de meeste gevallen de moeder) slechts een vaag vermoeden heeft van een persoonlijk bijbels geloofsleven.
Daar komt bij dat in toenemende mate doopouders niet meer te bewegen zijn tot deelname aan de belijdeniscatechese, zoals dit bij de Gereformeerde Kerken nog lange tijd een voorwaarde was, zodat bezinning op de eigen geloofstraditie die als stimulans voor de christelijke opvoeding zou kunnen dienen, achterwege blijft.
Waar we daarom in de toekomst mee moeten rekenen is het gegeven dat, naast een ongekende leegloop van de Nederlandse kerken, - want de grote exodus moet nog komen - er straks een grote schare van gedoopte jongeren zal zijn, volslagen onbewust van hun doop en zo wel: nauwelijks nog aanspreekbaar op dit ontvangen teken en zegel van Gods verbond. 'Gods verbond?
Nooit van gehoord.' De vraag is of we met deze liberale dooppraktijk, die volkomen op pastorale leest is geschoeid en weinig meer van doen heeft met theologische beslissingen, de gemeente van Jezus Christus een dienst bewijzen en serieus nemen. En worden de doopouders eigenlijk wel serieus genomen, die op zondagmorgen onder kerktijd met hun gedoopte kroost de eendjes in de dorpsvijver staan te voeren?
Wordt er momenteel hier en daar niet teveel met doopwater gemorst? Ik stel de vraag allereerst aan mezelf en dan ook aan de kerk die ik liefheb.
Zouden we niet zuiniger moeten zijn met doopwater en op datgene wat in de kerk van alle eeuwen als een heilig sacrament is beschouwd? () Ik durf het haast niet op te schrijven, maar hoe liberaal en vrijblijvend moet het in de kerken eerst worden voordat het woord van Jezus van toepassing wordt: 'geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen'.
De lezer begrijpe mij goed. Het gaat mij er heus niet om de volwassendoop ineens als oplossing uit de hoge hoed te toveren. Evenmin bedoel ik direkt aan te sturen op een verscherpt beleid rondom de dooppraktijk en de drempel voor aarzelende ouders pastoraal onaanvaardbaar hoog te maken.
Maar ik vraag u wel om met me mee te denken. Zou het niet kunnen zijn dat de kinderdooppraktijk vooral past in een christelijke cultuur, waar jonge kinderen bijna als vanzelf het aroma van het Evangelie opsnuiven? Onze moderne cultuur is echter bezig zich in een snel tempo van haar laatste christelijke resten te ontdoen.
Christelijke gezinnen (niet te verwarren met oppassende gezinnen) worden schaars. De secularisatie is bezig het gezin als de plaats waar de Schrift wordt gelezen en samen gebeden wordt, ernstig uit te hollen. Is het wellicht daarom zinvol de kinderdooppraktijk kritisch te wegen nu onze culturele contekst zich zo drastisch aan het wijzigen is, dat de opvoeding tot christen een inspannend oproeien tegen de stroom in betekent, - een inspanning die menig ouder zich niet meer getroost?
Gedoopte kinderen met hun ouders balancerend op de rand van de kerk, vlak naast een cultuur die neutraal of zelfs vijandig staat tegenover het Evangelie, dragen een geheim met zich mee waarvan zij dikwijls noch de oorsprong noch de bestemming meer vermoeden. Het heilig sacrament zit hoogstens in hun hoofd als een mythe uit de Griekse mythologie. Het zou kunnen zijn dat hun doop op zuigelingenleeftijd op een ontijdig moment heeft plaatsgevonden. Er is gemorst met water uit de doopvont, waarvan elke druppel heenwijst naar het water van de Jordaan waarin Jezus die de Christus is afdaalde en waaruit Hij opstond, zodoende zijn gemeente in veiligheid brengende.
Het lijkt me de moeite waard om serieus over deze vragen na te denken. Je zou als kerk twee dingen graag willen: dat kinderen gedoopt worden, én dat ouders ‘bij het opgroeien hun kinderen in dit alles onderwijzen’. Klein Kranenburg constateert dat van het tweede vaak niet veel terecht komt, en overweegt dan de mogelijkheid om ook het eerste te schrappen. Maar dat is mij te letterlijk het kind met het badwater weggooien.
Het is ook typisch een verlegenheidsoplossing.
Er is namelijk wel een alternatief, maar die zou als consequentie kunnen hebben dat je misschien wel eens Nee moet zeggen tegen mensen die hun kindje willen laten dopen. En dat is voor een kerk, en voor dienaren van de kerk ongelooflijk moeilijk (ik spreek uit eigen ervaring). Toch: zo bezien is het vraagtekens zetten bij de kinderdoop zelf, hoe begrijpelijk ook, in feite niet anders dan een vlucht om onze eigen verantwoordelijkheid als kerk te ontlopen. Het is immers een stuk makkelijker om te zeggen: ‘Sorry mensen, kinderen dopen, dat doen we tegenwoordig niet meer’, dan: ‘Lieve mensen, bekeer je, want het Koninkrijk der hemelen wil ook in jullie leven gestalte aannemen’.