Ontmaskering

2002-02-22
  • Jaargang 46
  • nummer 4
Hoe geef je het christelijk geloof door aan een cultuur, die daar niet direct op zit te wachten? Zo is immers onze situatie. In bepaald opzicht nieuw, want er zijn tijden geweest dat de meerderheid van ons volk christelijk genoemd mocht worden. Vandaag leven wij in een post-christelijke tijd, die in veel opzicht gelijkt op de prechristelijke tijd van voor keizer Constantijn.
In dat opzicht is wat wij meemaken dus niet nieuw. "Wij" waren er al eens eerder. Prof. A van de Beek schreef een boekje met de titel ‘Ontmaskering’ en vindt dat wij in de leer moeten gaan bij de vroegchristelijke kerk uit de eerste drie eeuwen.

Maskers af
Het christelijk geloof doorgeven aan je tijdgenoten. Hoe pakte de christelijke kerk dat aan in de eerste eeuwen? In het boekje 'Ontmaskering' legt prof. van de Beek uit hoe zij dat deden: zij vielen niet in de fout het evangelie aannemelijk te willen maken voor hun hellenistischhumanistische cultuur. Dat moeten wij evenmin proberen in onze europeeshumanistische cultuur. Zij volstonden ermee om de diepste drijfveren en achtergronden van die cultuur bloot te leggen.
Zij trokken de schoon-schijnende maskers af en lieten zien hoe daarachter de dood grijnsde, zoals bij het Egyptische dodenmasker dat Van de Beek op de omslag van zijn boekje heeft laten afdrukken. Het is goud van buiten maar daarachter schuilt het dode gezicht van de farao.

Het grote geld
In het hoofddeel van dit boek gaat Van de Beek er dan ook tegen aan om te laten zien hoe achter het gouden masker van onze welvaartsmaatschappij uiteindelijk een klein aantal 'plutocraten' de feitelijke macht uitoefenen. Het mag zo zijn dat de tijd van de grote verhalen voorbij is, het verhaal van het grote geld ligt zeker nog niet achter ons. Alle mooie idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap worden door Van de Beek ontmaskerd als uiteindelijk vrijblijvendheid, ongelijke verdeling van goederen en kliekvorming. Een nieuwe elite van zeer rijke mensen houden de z.g. vrije jongeren via koopdwang, modieuze onzin-artikelen, lees-eethoor-en-kijk-pulp tevreden. Hij vraagt zich af of de kinderen, die betreurd worden in India omdat zij op vroege leeftijd moeten werken, uiteindelijk niet gelukkiger zijn dan de geroemde ‘vrije’ kinderen van rijke Amerikanen, die afgericht worden in een consumptie-cultuur en zich daarna kapot vervelen.
Maar niet alleen onze welvaartsmaatschappij wordt ontmaskerd, ook de wetenschap in haar gebrek aan respect voor God. En ook de kerk met aan de linkerkant de vrijzinnige vleugel, die als een kameleon aanknoopt bij onze cultuur in de waan dat je die daardoor zou kunnen verbeteren. Terwijl aan de andere kant ter rechterzijde de orthodoxie wegkruipt in haar eigen veilige kringals een bison die wordt aangevallen, met de horens naar buiten.

Zelf-evident
Het hoofdpunt van het boekje van Van de Beek is de uitleg van een bekende tekst uit het evangelie van Johannes, waar Jezus belooft dat Hij een Ander, de Trooster tot ons wil zenden: 'als Hij komt zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel' ( Johannes 16:8). Dat woord overtuigen betekent niet zozeer ‘overreden’ in de zin van ‘acceptabel maken’, maar veel scherper ‘weerleggen’ en vooral ‘ontmaskeren’. Het is inderdaad interessant dat het woord elencho dat daar in Johannes staat in het moderne grieks nog steeds voorkomt als opschrift boven de controlepost van de douane op het vliegveld. Je wordt even gecheckt en als je papieren niet in orde zijn val je door de mand. Zo is het werk van de Geest ontmaskerend.
Het evangelie zelf laat zich niet aannemelijk maken. Dat moet je in alle eenvoud gewoon doorgeven. De waarheid ervan is zelf-evident. Er kan van buiten af geen enkel bewijs voor geleverd worden dat er alleen redding voor deze wereld is door het kruis en de opstanding van Jezus.

Bevrijdend
Er zit iets bevrijdends in dit boek van Van de Beek. Je voelt waar zijn hart klopt. Het maakt me blij als een groot theoloog de weg van het evangelie zo onverbloemd belijdt. Je hoeft het niet aannemelijk te maken, het evangelie.
Ontmasker de valse afgoden van deze tijd en verkondig de Weg. Vertrouw daarbij op de Heilige Geest. Die moet het doen. Bedankt voor deze goede woorden, zou ik als eerste antwoord willen geven op dit boek.

Vragen?
Blijven er dan geen vragen over? Jawel.
Bij de lezing van dit boek, maar ook bij de andere geschriften van Van de Beek heb ik moeite met zijn visie op de verhouding tussen schepping en verlossing.
Ik begrijp wel waarom hij in dit boek schrijft dat hij liever apologetisch de mensen aanspreekt vanuit Christus dan vanuit de schepping. Met de laatste benadering zal hij wel bedoelen dat iemand als Thomas van Aquino eerst met vijf 'Godsbewijzen' kwam om de mensen tot zekerheid te brengen over God de Schepper, waarna hij vervolgens de andere heilswaarheden kon doorgeven.
Het is directer om vanuit Christus te denken en anderen ervan overtuigen dat zij een Redder van hun zonden nodig hebben. Het sluit ook aan bij een zeker besef dat ieder mens wel heeft dat wij 'geneigd zijn tot alle kwaad’.
Alleen dan komt het: ook hier weer (p.43) laat Van de Beek doorschemeren dat hij niet gelooft dat de mens in een staat der rechtheid (zoals dat heet) is geschapen, maar dat zonde, schuld en dood van meet af aan met de schepping zijn verweven. 'We zijn geschapen als gekruisigden met ons lijden en met onze schuld'. Maar hoe ontkom je dan aan de stelling dat het Gods schuld is dat wij zo zijn als we zijn. Bij de schrijver vallen schepping en zondeval samen.
Dat blijf ik een weeffout vinden in de theologie van Van de Beek. Bovendien vraag ik mij af of deze weeffout in de theologie van Van de Beek niet tot gevolg heeft dat hij soms in zijn typering van deze wereld en haar cultuur zwartgallig overkomt, naar het oudgereformeerde model van de mijding.

Een derde weg?
Een tweede vraag is of er nog iets zit tussen de kameleon en de bison?
Nergens heb ik bij Van de Beek enig begrip gevonden voor christenen, die zich inzetten voor de vernieuwing van deze cultuur. Ik kan mij voorstellen dat een bewogen christelijk politicus of kunstenaar zich door hem in de steek gelaten voelt. Het zal wel waar zijn dat wie deze cultuur probeert te redden, zich vergist. Maar een christen die zich inzet voor de cultuur doet dat niet om die te redden, maar omdat hij gelooft in tekenen, in de eerste gave van de Heilige Geest. De eerste vruchten van de nieuwe oogst. Altijd stukwerk, nooit af. Zo maar een man in Bethesda die opstaat een genezen wordt. Wel een krachtig teken. Een voorproefje dat al die mensen die niets van dat nieuwe rijk kunnen geloven nodig hebben om zich open te stellen voor het evangelie.
Zo is van binnenuit het werk van christenen, die vanuit hun geloof politiek bezig zijn, bedoeld: niet als een almachtsdroom alsof zij de wereld kunnen redden, maar ook niet alleen maar als een manier om je brood te verdienen.
Zij bidden of de Heer hen wil gebruiken in de ontplooiing van zijn goede schepping, als een klein beetje zout, een straaltje licht, dat mogelijk een teken, een voorproefje kan worden van dat Grote, dat wij verwachten bij de wederkomst, het totale herstel van alle dingen (Hand.3:21).

Niet ver genoeg
Van de Beek wil terug naar de vroegchristelijke kerk, om te leren van de apologeten. Maar hij gaat niet ver genoeg terug. Wij moeten terug naar de kerk van Handelingen. Daar staat hoe de Here tekenen toevoegde aan de verkondiging van het evangelie.
Soms denk je bij het lezen: die tekenen deden het. Als er geen tekenen waren geweest zou het evangelie niet door de muur van het toenmalige hellenistische ongeloof heen gebroken zijn. De proclamatie was altijd verbonden aan de demonstratie. Er was meer aan de hand dan alleen ontmaskering. En is het nu echt zo gevaarlijk om te proberen het evangelie aannemelijk te maken? Valt ware apologetiek echt samen met 'elenchtiek'?
Ik ben zo blij als ik ergens een voorbeeld vind, dat helpt om zelfs voor de meest verstokte ongelovige aannemelijk te maken dat er meer is dan alleen dan wat je kan eten en meten. Je vindt dat soort apologetiek bij C.S. Lewis. F.A. Schaeffer, en voor mij in een wijdere cirkel: Kolakovsky, na zijn 'bekering', J.H.van de Berg in zijn laatste boekje over 'Evolutie', Peter Berger, Blaise Pascal, Karl Heim, etc. etc. Nee, niet dat zulke pogingen direct overtuigen en leiden tot aanvaarding van het evangelie. Daarvoor is een werk van Gods Geest nodig en een hopelijk nieuwe openheid voor de gaven van de Geest. Als Hij langs de weg van demonstratie en proclamatie kon heen breken door de muren van het ongeloof toen, waarom dan niet door het ongeloof nu?
Dr. A. van de Beek schreef een boeiend boekje dat prikkelt en soms tot tegenspraak oproept als het gaat om de vraag hoe je met het evangelie ingang vindt bij tijdgenoten, die met ons leven in een post-christelijke cultuur.
Aanbevolen ter lezing.

N.a.v. A. van de Beek, Ontmaskering (uitgewerkte inaugurele rede, gehouden bij zijn ambtsaanvaarding als hoogleraar Symboliek aan de Vrije Universiteit op 21 september 2001), ISBN 90 2113869 7, uitgegeven door Meinema, Eur 10.80.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief