Charismatisch (2)
2006-06-23
Zoals in het vorige nummer al aangekondigd: omdat er zoveel over te doen is, wil ik een paar maal in de Persschouw aandacht geven aan de ‘charismatische vernieuwing’ van de gemeente. Met name in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is over dit onderwerp een stevige discussie ontbrand. Ditmaal kies ik een paar passages uit een artikel in de Gereformeerde Kerkbode (voor de drie noordelijke provincies). In het nummer van 28 april geeft ds. W. Wierenga (emeritus-predikant van Groningen-Helpman en woonachtig te Midlaren) zijn mening over de aandacht voor het spreken in tongen (1 Korintiërs 12-14). Zijn hoofdpunt, telkens herhaald in zijn artikel, staat voorop: - Jaargang 50
- nummer 13
Men kan uit feiten geen beloften en opdrachten distilleren. Dat geldt ook van dat verschijnsel in Korinte. Er wordt ons een feit meegedeeld: dat en dat verschijnsel was er toen in de christelijke gemeente te Korinte. Daar is geen belofte of opdracht uit te halen voor vandaag. Je kunt veel over dat verschijnsel discussiëren () maar je kunt nooit en te nimmer gaan zeggen: het kwam toen en daar voor en dus mogen wij het ook verwachten. Dat is wat charismatici doen. Dat is iets dat gereformeeren niet (moeten) doen. Het is een volkomen verkeerde omgang met de bijbel. Het leidt tot grote willekeur: waar distilleer je wél en waar haal je géén belofte of opdracht uit. () Wat ik heel erg vind is het volgende.
Er zijn wél echt beloften van God. In het verbond zijn ons beloofd de vier V’s. Verzorging door de Vader in de hemel. Vergeving vanwege het offer van Christus. Verandering (of verbetering) door de heilige Geest. En Verheerlijking bij Christus’ wederkomst. Wat is nu tongentaal vergeleken bij die vier levenreddende beloften?
Moeten we nu werkelijk onze tijd besteden aan iets dat ons niet beloofd is, dat niet nodig is om eerbiedig met God te leven, niet nodig om behouden te worden, dat de gemeente niet opbouwt, maar verdeelt en waarbij de trots zo zeer op de loer ligt?
Vervolgens schrijft hij over de unieke tijd van de apostelen:
Zeker, de elf/twaalf apostelen mochten die grote daden die Jezus deed als de Christus ook doen. Het werd hun door de Christus zelf met zovele woorden opgedragen. En als men nu het boekje Handelingen der apostelen leest, dan ontdekt men dat er inderdaad allerlei ziekten zijn genezen en een aantal doden opgewekt en demonen zijn uitgedreven. Door wie? Door hen die deze opdracht hadden gekregen annex de belofte dat ze dat ook zouden kunnen doen. () U zult in Handelingen nergens een genezingswonder, of demonenuitdrijving of dodenopwekking vermeld vinden, die door anderen dan de apostelen zijn verricht. Ja toch: van Stefanus en Filippus worden ook tekenen en wonderen vermeld. Maar die waren ook geen gewone gemeenteleden zoals wij nu allemaal zijn. Die mensen () namen delen van de taak van de apostelen over. Ze werden hun medewerkers. De apostelen (plus medewerkers) deden grote tekenen en wonderen. Dat staat vermeld in het boek Handelingen. Hun was het opgedragen en beloofd. Zo had Christus het geregeld. En toen de apostelen allen waren gestorven was er niemand meer over die die opdracht/belofte ook had gekregen. () Zo gaan gereformeerde mensen met de bijbel om. Ik vind dat veel eerbiediger dan verklaren: ook de kerk van de 21 eeuw moet en mag in tongentaal spreken, genezingen verrichten, doden opwekken en demonen uitdrijven.
Voor wie gereformeerd met de bijbel omgaat en de tijden van God respecteert, de fasen in de heilshistorie eerbiedigt, zijn die uitspraken van charismatici niet aanvaardbaar. Laten we als gereformeerde mensen maar eenvoudig leven in het verbond dat God ons heeft gegeven. Daarin vind je wat werkelijk is beloofd. Daarin vind je ook wat de ons opgelegde plichten zijn. Aangezien elk verbond twee delen heeft, een belofte en een eis.
Het boeiende van een verhaal als dit is dat het feilloos aan het licht brengt waar het probleem ligt in veel van dit soort discussies (precies hetzelfde geldt ook voor bijvoorbeeld de kwestie van ‘de vrouw in het ambt’): we zijn allemaal op zoek naar een Archimedisch punt, een uitgangspunt dat volstrekt vast is, en van waaruit we greep kunnen krijgen op de chaotische realiteit die we waarnemen. Maar waar vind je zo’n punt? En bij de beantwoording van die vraag scheiden de wegen. Dat betekent dat een redenering in de trant van: ‘Dit klopt niet, want in de bijbel staat zus-en-zo’ geen doel treft, om de eenvoudige reden dat de geldigheid ervan niet afhangt van de gehanteerde argumenten maar van het gekozen uitgangspunt. En het zo nodige gesprek over de betekenis van de Schrift voor vandaag komt niet van de grond, omdat onaantastbare hermeneutische uitgangspunten de discussie al in de kiem smoren. Vanuit loopgraven voer je nu eenmaal als regel niet de meest vruchtbare gesprekken.
M.H.T. Biewenga, Enschede
Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl