Dienaar van het Woord (II)

2002-03-22
  • Jaargang 46
  • nummer 6
Zijn werk Veenhof is steeds bezig geweest met het getuigenis en de kracht van de Heilige Geest zoals we die tegenkomen en zoals die zich openbaart in het Woord van God. In zijn inaugurele rede: ‘Het Woord Gods in den brief aan de Hebreeën’ heeft hij daaraan uitvoerig aandacht besteed. Steeds greep hij terug op de visie van Luther en Calvijn. Uit hun werken heeft hij veel geciteerd. Zoals Calvijn de theoloog van de Heilige Geest genoemd wordt en Woelderink de theoloog van de belofte , zo zouden wij Veenhof kunnen typeren als de theoloog van het Woord.

Wij geven nu achtereenvolgens aan hoe hij het Woord van God karakteriseerde.
Het Woord is het Woord van de sprekende Geest. Daarom is het een levend Woord. Het heeft altijd energie in zich.
Het doet altijd zijn werk. Het Woord wijst steeds heen naar Hem, die spreekt.
Gods Woord is een machtig en ook een ernstig Woord. Bij het lezen van de Bijbel komt God naar mij toe via dat papier, die letters, die drukinkt, die bladspiegel, die woorden en termen en zinnen.
Hij grijpt mij vast, worstelt met mij op leven en dood, opdat ik mij voor het eerst of opnieuw aan Hem gewonnen zal geven. Het Woord is de wezenlijke liefdesverklaring van God aan ons met als enig doel, dat wij door Hem overwonnen worden. Gods Woord is rechtsgeldig, rechtskrachtig.
Gods Woord is ook heil. Hij wil door zijn Woord onze wonden helen en onze smart verzachten, ons hele leven saneren. ‘In het Woord ‘verpakt’ God om zo te zeggen de zaligheid. En in dat Woord wordt het dus geschonken en ontvangen.
Het Woord van God is ook een kracht, een kracht van God tot zaligheid. Als Paulus het zo formuleert in Romeinen 1 :16 gebruikt hij het woordje dunamis waarvan ons woord dynamiet is afgeleid.
De Here blaast door zijn Woord ons huis van eigengerechtigheid op en maakt vervolgens de vrijgekomen grond rijp voor nieuwbouw. Dat is de wedergeboorte, de nieuwe geboorte, de geboorte vanboven af door zijn Heilige Geest. Dat Woord is dynamisch.
Daar zit kracht in. Het is een kracht van God tot behoud. De sooteria betekent de permanente levende, eeuwige verbondenheid aan de Sooter, de Redder, de Zaligmaker, Jezus Christus.
Maar het is dat- die kracht- voor een ieder, die gelooft. Die wordt behouden.
Het Woord bevat een roeping, kent een appèl op het hart van ieder, die het hoort.
Gods Woord is ook een beloftewoord.
De Bijbel is het boek van de belovende God. Dat hangt samen met het Verbond, dat God met ons gesloten heeft. Gods belofte, aldus Veenhof in zijn inaugurele rede, belooft Rust. Die rust is niet een zalig nietsdoen. Het is een tot rust komen van de boze werken.

Kubussen
Veenhof wees erop, dat het ingaan in de rust verschillende fasen kent en gebruikte daarbij graag het beeld van de kubussen. Ze passen allemaal in elkaar. De eerste, de kleinste kubus, is die van de rust, die God zijn Bondsvolk gaf toen Hij het uitleidde uit het diensthuis van de Farao in Egypte. Het volk wordt door Jozua het land Kanaän binnengebracht. Maar het blijkt later, dat daarmee de belofte van de rust toch eigenlijk niet was vervuld geworden.
De oude belofte is steeds geldig gebleven, omdat zij schatten bevatte veel rijker dan het ingaan in het beloofde land ooit kon zijn. David sprak de bekende woorden: ’Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet (Hebr.4:7b)’. Het is eigenlijk zo, dat GOD door David deze woorden sprak. Deze woorden, gesproken in de context van de aangeboden rust, doelden op ‘de gouden eeuw’ van Salomo.
Dat is de tweede kubus. Veenhof gaat dan over tot de diepe dimensie van de gedane belofte, nl. dat God eenmaal zal ingaan tot zijn eigen rust, dat is de eeuwige vreugde, de goddelijke zelfverlustiging waarin Jahweh aanschouwt zijn eigen heerlijke werken.
In die rust zal God de Zijnen inleiden.
Dat zou dan de laatste kubus moeten zijn. Maar wij menen, dat er nog een andere kubus aan voorafgaat, nl. de betekenisvolle Verrijzenis van de Here Jezus Christus. Hij heeft immers door zijn Opstanding de dood voorgoed over wonnen en de werkelijke rust voor al de Zijnen bewerkt en aangebracht!
De blijde boodschap van de over de dood bevochten victorie geeft echte rust aan een door de geestelijke strijd vermoeid kind van God. En van daaruit komen we dan tot de laatste kubus, de allergrootste, nl. die van de eeuwige sabbatsrust, het vieren van de eeuwige zondag.
Het Woord is ook Genadewoord.
Genade, aldus Veenhof, is het meest heerlijke, maar ook het meest vernederende, om niet te zeggen het meest vernietigende woordje, dat zich denken laat. Er blijft helemaal niets van de mens over. Alle eigendunk verdwijnt als sneeuw voor de zon. Genade is gratie. En gratie is verwant met vreugde naar het oorspronkelijke woord charis in het Grieks. Als de gevangene bevrijd is, is hij zonder meer blij. God wil ons blij maken met zijn Woord.
Veenhof poneert, dat het Woord niet van de Geest te scheiden is. Het is het Woord van de Geest en de Geest van het Woord. De Geest is wat Hij zegt.
De Geest werkt niet zónder het Woord, ook niet dóór het Woord, maar mét het Woord. Dóór het Woord- tendeert in de richting van de Luthersen, die zelfs spraken van Schriftgeworden Geest.
Dan wordt de Geest in de Schrift opgesloten.
Het is goed het een van het ander te onderscheiden. Maar ik vind, dat Prof. Veenhof te ver ging toen hij stelde, dat men zelfs niet mag zeggen, dat het Woord een instrument van de Geest is.

Betekenis van de sacramenten
Wat de sacramenten betreft heeft vooral de kerkstrijd van de veertiger jaren mannen als C. Veenhof ertoe bewogen diep na te denken over de betekenis van de belofte van God. De Heilige Doop is de verzegelde belofte van God. Eigenlijk kan je niet zonder meer spreken van dé Heilige Doop.
Dat is eigenlijk veel te afstandelijk.
Het gaat om úw, om jóuw en om mijn doop! Zo benadrukte deze Kamper homileet de persoonlijke betekenis van dat sacrament. Het is niet zo, dat via de doop de verzegeling plaatsvindt van een inwendig aanwezig geacht subjectief genadebezit. Dat werd nl. van synodaal-gereformeerde zijde beweerd.
Wij mogen niet uitgaan van de Verkiezing, maar dienen ons uitgangspunt te nemen in het Verbond.
Gods getuigenis is eeuwig zeker! Aan allen wordt serieus het heil aangeboden. De wettige doop is altijd een waarachtige en werkdadige doop. Er is geen sprake van een veronderstelde wedergeboorte, hetzij die al geschied is of zich later in de dopeling zal gaan voltrekken. Als God bij alle kinderen, die gedoopt worden, wel hetzelfde zegt en hetzelfde belooft, maar niet hetzelfde bedoelt, is God dan niet een God van Ja èn nee, in plaats van een God van Ja òf nee?! Is de Here, die volmaakt betrouwbaar is, dan niet tot een grote leugenaar gemaakt?!
Veenhof heeft zich ook in dit opzicht weer beroepen op Luther en Calvijn.
Luther heeft in zijn Grote Catechismus zich fel verzet tegen hen, die beweren, dat waar er geen geloof is de doop niet echt, niet vol kan zijn. ‘Dat is z.i. even dwaas als wanneer ik zou beweren: wanneer ik niet geloof, dan is Christus ook niets, of: wanneer ik niet gehoorzaam ben, dan is mijn vader, moeder en de overheid niets! (…) De stelling: het misbruik heft de substantie van iets niet op, maar bevestigt dat, geldt ook t.o.v. de doop. ‘Want goud blijft er niet minder goud om al draagt een hoer dat ook met zonde en schande’. Het gaat om de ongeschondenheid, de gaafheid van de sacramenten. De goddeloze ontvangt aan het Heilig Avondmaal wel het sacrament, maar hij ontvangt niet de veritas (d.i. de waarheid) van het sacrament.
Hij grijpt het sacrament wel, maar gebruikt het niet en krijgt daarom de waarheid van het sacrament niet in bezit. Zo is het sacrament van het H. Avondmaal hoewel het niet met dat doel hem in handen gegeven is, door zijn eigen schuld hem tot verdoemenis.
Hij krijgt alleen de ‘naakte tekenen’: brood en wijn in zijn bezit.
Die heeft hij a.h.w. van het sacrament afgescheurd. Het gaat er dus om hoe wij ons opstellen ten opzichte van Christus, van zijn Persoon en zijn werk.
Aanvaarden wij HEM ten volle in het geloof en omhelzen wij zijn beloften in waarachtig vertrouwen? Dan zal het sacrament zijn uitwerking in ons leven niet missen en zullen wij zo dichter bij onze Heiland komen en sterker betrokken raken op zijn grote toekomst!
Volgende keer verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief