De predikant van nu

2002-03-22
  • Jaargang 46
  • nummer 6
Ds Smit tekent daar een beeld van waar ik ook grote vraagtekens bij zet. Goed, het is erg nuttig dat hij enig inzicht verworven heeft in de oorzaken van psychische problemen.
Hij moet leren luisteren. Hij moet rekening houden met blokkades bij de hoorder. Het is goed dat hij ook zichzelf leert kennen in zijn reageren.
Geen wonder dat een stage in onze opleiding verplicht is, waarin je daar tenminste aan kunt ruiken.

Maar vraagt de hedendaagse cultuur om een heel ander type predikant dan die van vroeger? En dus ook een opleiding die op heel andere leest geschoeid is? Vraag je om ongelukken (bij de predikant als ook bij de gemeente!) als je daar niet mee rekent? Is de moderne gemeente niet meer te vergelijken met die van vroeger?

Vernieuwing
Smit wijst op het feit dat men ‘gezag’ afwijst. Paulus kon nog gehoorzaamheid des geloofs vragen (Rom 1:5), vandaag kan dat blijkbaar niet (zomaar) meer?! (Smit ‘Om gezaghebbend te zijn in deze tijd zal de mondigheid en eigen ervaring van de gemeente gehonoreerd moeten worden’), Smit zegt ook: Het Woord moet zo gebracht worden dat het ook bij de mensen kan ‘binnenkomen’. De predikant moet daar in zijn manier van spreken rekening mee houden. Hij wijst op de ideeën die daarover in Kampen (prof de Ruiter, dr Jos Douma) gedoceerd worden. En, ‘Het verstaan van het Woord is ook een gemeenschappelijke zaak’ blijkens Col 3: 15. En: het ambt kan alleen maar functioneren ‘in samenhang met mensen die geestelijke gaven inzetten’.
Het verbaast me dat Smit in dit rijtje niet rept van hét probleem waar de hedendaagse cultuur aan lijdt: het postmodernisme, met zijn pluralisme. Hij zet dan het volgende beeld neer van de predikant die aan de eisen van deze tijd voldoet: ‘bereidheid tot samenwerking, vaardigheid in toerusting en het geven van leiding, capaciteit tot het ontwikkelen van visie (alles vanuit het Woord) worden in toenemende mate als belangrijke vereisten voor een goed functionerend predikant beschouwd’ (Opbouw no 2).
Hij gaat zover dat hij van de predikantoude-stijl zegt dat die niet meer kan, omdat de gemeente-oude-stijl er niet meer is.

Wat is hoofdzaak?
Ik gaf al aan: er zitten elementen in de opvattingen van Smit over het predikantschap, die aandacht verdienen.
Maar mijn hoofdbezwaar is: Smit noemt hier zaken die van bijkomend belang zijn voor de ambtsvervulling en taakopvatting, maar aan de hoofdzaak gaat hij voorbij: het Dienaar des Woords zijn. Wat een prachtige benaming, eigenlijk. Ja toch? Dienaar van het Goddelijke Woord, zei men vroeger soms wel. Daar zit alles in. Dat blijft m.i. ook vandaag de hoofdtaak. Die taak wordt niet door de cultuur bepaald maar door de Schriftuur. Ja toch? In de oude ambtsopvatting zit meer waarheid dan men vandaag wil weten.
Wat is het goed om ook in deze tijd te laten zien hoe fundamenteel dat ambt= dienst voor de gemeente is!
Smit beroept zich nauwelijks op de Schrift, en als hij het doet vind ik het erg zwak. Sorry, maar ik kan het niet anders zien. De kernvraag is: wat is de Bijbelse onderbouwing voor het predikantsambt.
Natuurlijk, dat moet geplaatst worden in deze (moderne) tijd. Maar dan wel zoals Christus het aan de gemeente heeft gegeven.

Gaven
Prof J.P. Versteeg, die alle aandacht had voor de charismatische grondstructuur van de gemeente, legt ook alle nadruk op het onderwijzen en het leraar zijn als kenmerkend voor het predikantsambt. Ik denk aan zijn artikel in de bundel Geest, Ambt en Uitzicht over Het karakte van het ambt volgens Ef 4: 7-16. Op die manier moeten de ’begaafde’ gemeenteleden worden gevoed en toegerust. Een predikant als ’leider’ en organisator? Prachtig als hij daar iets van heeft, maar dat kan een ander in het team van oudsten ook doen. Of zelfs een gemeentelid… Ik las dat een vrouw, die daarvoor een opleiding had ingeschakeld was bij het opzetten van een andere, betere structuur van verzorging van de gemeente in de Chr. Geref. Kerk van Veenendaal (Ned. Dagblad, 09.02.02). En we weten vandaag toch ook gemeenteleden in te schakelen bij de catechese, al zou ik die niet (helemaal) willen ’uitbesteden’ en van het bordje van de predikant afnemen.

De weg van het Woord
En over het ’binnenkomen’ van het woord haalt Smit 1 Thess 2: 13 aan.
Maar deze tekst zegt m.i. precies het omgekeerde van wat Smit betoogt.
Heeft Paulus hier aandacht voor het feit dat het Woord een weg moet gaan?
En dat het een wonder is als iemand een mensenwoord als Gods Woord verstaat? Paulus is hier in de verdediging.
Als zijn apostolaat aangevallen wordt beroept hij zich op de gang van zaken in Thessalonica. Die gemeente is een bewijs dat zijn apostolaat ‘deugt’.
Kijk maar: degenen daar die christen werden hebben zijn woord aanvaardt als het woord van God zelf. Paulus gebruikt hier de termen overleveren en ontvangen. Zo heeft hij ook zelf het Evangelie ontvangen, 1 Cor 15. Maar zijn taak was het weer over te leveren; door te geven. Namelijk als een Woord van God zelf. Een Goddelijke heilsboodschap. En, Goddank, zo hebben veel mensen in Thessalonica het ook van hem ’ontvangen’. En waar bleek dat uit? Dat het ‘werkte’ in hun leven.
Er kwam geloof, hoop en liefde, hst 1: 2v. Zij bekeerden zich van de afgoden tot de enige God, hst 1: 9.
Gaat het hier over dat proces van binnenkomen?
In die termen spreekt de Bijbel m.i. niet. De Bijbel spreekt in termen van horen en geloven. Paulus legt in 1 Thess 2: 13 de volle verantwoordelijkheid juist bij de hoorder.
Het Evangelie kan het woord van het gehoor genoemd worden, 1 Thess 2: 13, Rom 10: 16-17. Jakobus wijst op de zachtmoedigheid die nodig is bij de ontvanger van het woord, 1: 21.
Petrus zegt: verlangt als pasgeboren kinderen naar de onvervalste (woord)melk, 1 Petr 2: 2.

Gehoorzamen
En dan kan zomaar het woord gehoorzaamheid vallen. Wat is gehoor geven aan het Evangelie (dat is geen vrijblijvende mededeling! Maar een oproep, een proclamatie) anders? De Zoon vraagt gehoor(zaamheid), Joh 3: 36.
Het viel mij op, toen ik daar eens naar keek, hoe vaak je die notie tegenkomt in het NT. Het zou goed zijn om daar aandacht voor te vragen in de huidige cultuur. Smit zegt me veel te gemakkelijk, dat je daar toch eigenlijk niet meer mee kunt aankomen bij de mensen van nu.
Heeft de predikant zo niet gezag?
Het gezag van zijn Zender. H. Ridderbos schrijft daar mooi over (Paulus, p 530v). Hij zegt, dat ‘alle bevoegdheden en ordeningen die in de gemeente gesteld zijn tot opbouw en zuiver-houden van het Lichaam van Christus, haar van Christuswege zijn geschonken en als zodanig onderwerping en gehoorzaamheid vereisen van de zijde der gemeente’, p 534. ‘De bekleding van het ambt en het functioneren van de gaven en de krachten in de gemeente is nooit alleen onderlinge dienst van de leden der gemeente aan elkander en de tucht nooit alleen onderling opzicht.
Het is de gave van Christus, het is de waarheid en het recht des Heren, het zijn de volmachten van Christus die daarin bediend en bekleed worden’, p 531.
Dat draag je denk ik niet zo vaak uit.
Maar soms kan het nodig zijn daarop te wijzen.
De nabijheidscultuur van vandaag heeft mooie elementen. Maar alweer: de Schriftuur en niet de cultuur wijst ons de goede weg.

Opleiding
Dit alles vraagt om een opleiding waarin de toekomstige predikant doorkneed wordt in de Schriften. Gods Woord dient centraal te staan bij alle vakken.
Wat is inzicht in de Schrift en kennis daarvan hard en hard nodig. Juist in deze tijd, waarin die kennis zo verbleekt.
Ds H. de Jong wees daar onlangs nog terecht op en bepleitte gedegen interne toerusting.
Wat kun je als predikant daarvoor veel opdoen door de bestudering van de reeks De Voorzeide Leer. Zo word je ook toegerust voor pastoraat. Laten anderen hulp bieden vanuit hun deskundigheid.
Van de predikant mag verwacht worden je ‘toe te rusten’ met het Woord. Versteeg laat zien, dat die uitdrukking oorspronkelijk betekent: in orde brengen, en zelfs een medische bijklank kan hebben: in het lid zetten. Prachtig maar ook moeilijk werk in de harde praktijk van echtscheiding en gebroken gezinnen.
Zo kom je m.i. toch weer terecht bij de opleiding oude stijl. Aangevuld door goede stage plus stagebegeleiding!
Ook een werkbegeleiding in de eerste jaren in de gemeente zou niet misstaan. Zo’n opleiding dient aangevuld te worden door cursussen of vakken waarin de predikant enige pastoraal-psychologische scholing krijgt.
Smit maakt van deze zaken m.i. hoofdzaken.
Ik volg hem daarin niet. Ik zou slechts van aanvullende eisen willen spreken.
Nog een paar opmerkingen tot besluit Hij is nogal gecharmeerd van wat er in Kampen aan vernieuwing op het gebied van de Praktische Theologie, zoals de Ambtelijke Vakken daar tegenwoordig genoemd worden, afspeelt.
Is het buiten kijf dat dit een goede richting is? Daar mag best wel eens over gediscussieerd worden voordat we dat omarmen.
Hij geeft niet bepaald blijk een antenne te hebben voor de waarschuwingen van de kant van het NGS tegen overheersing door de theologie als wetenschap. Die waarschuwing lijkt me allerminst verouderd, ook niet als je daarvoor voorbeelden aanhaalt uit de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken.
Maar ik laat het hierbij. Mogen onze kerken goede herders en leraars blijven ontvangen. Herders die leraar zijn, zegt Grosheide. Herders die de gelovigen voorgaan en leiden. Die zich daar niet van laten weerhouden, door welke schroom ook. Die als leraars het in de apostolische traditie gegeven evangelie weten te ontvouwen. Die daarin ook waken over de kudde en haar beschermen tegen dwaalleer. Die ook aangeven hoe vanuit de apostolische traditie de wegen lopen die een gelovige te bewandelen heeft. (Ik gebruik hier bewoordingen van prof Versteeg in het aangehaalde artikel.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief