De regen is over, verdwenen...

2002-03-22
  • Jaargang 46
  • nummer 6
Als het in onze streken winter is, vallen aan de andere kant van de aardbol de moessonregens. Die waren dit seizoen hevig. Het leek of er meer viel dan in de twintig voorafgaande jaren.

Het hoofdgebouw van het Zendingscentrum Parai Puluhamu op Oost-Sumba ligt afgedekt met aluminiumplaten.
Zevenhonderd vierkante meter vlakke aluminiumplaten die bij een heldere hemel de zon verblindend weerkaatsen en tot ver in het heelal te zien zijn.
Een ideale dakbedekking. Tot voor een jaar, toen bij ongebruikelijk felle windvlagen grote delen van het dak opwoeien.
Nadien moesten de meisjes bij iedere regenbui op de zolder met teilen en emmers schuiven die steeds vaker moesten worden geleegd. Trouwens, met de electriciteitsvoorziening was het ook wel eens beter geweest.
En in het aardedonker begin je niet veel. Dan is het tasten naar welke plek de teil moet worden geschoven.
Het is vier uur in de middag als de Taft Jeep met ds Bunggul, Markus, ds Goossens, een koffer van 36 kilo en 20 kilo handbagage via de zuidelijke weg het terrein oprijdt. De watervlaktes, de ondergelopen ‘wegen’ en de modder worden even vergeten als vanuit de beschutting van de ver overstekende dakranden van de gebouwen van het complex de wachtende menigte zorgt voor een feestelijk onthaal.
Gelukkig, hij is er weer. Even later wordt er stilzwijgend genoten op het terras. Want tuan vertelt wel. De laptop komt op tafel. Kijk. Dat is nieuw.
Dit is een CD. Net zo’n ding als waar muziek uit komt. Maar op deze zitten foto’s. Kijk. Dat is van de bruiloft van Kolo en dit is Jabu nog en dit is de opening van het kerkgebouw van Lalindi. Wacht even, lekt het hier nu ook al? Zo, een beetje opzij. Dit is een droog plekje. Kijk, dit is het bestuur van S.O.S. en dit is br den Hertog achter het orgel van de Waalse kerk in Maastricht. Met instemmende en klakkende tonggeluiden wordt het laatste vernuft uit Holland bekeken. Dan trekt de een na de ander zich terug en lost op in het inmiddels duistere terrein.
Wat blijft is de kletterende regen van alweer een moessonbui en het irriterende gedrup in de teilen op zolder.
Het is al heel laat als ds Bunggul heeft bijgepraat. Morgen zien we wel verder.
Welterusten tuan. Ja, jij ook Bunggul.
Slaap lekker. De laptop wordt dan opgestart in WP 5.1. De kas. Wat is er vandaag uitgegeven? De koffer wordt uitgepakt. De kaas en het katenspek gaan in de koeling. Windi moet morgen eerst de branders maar eens schoonmaken.
En met die kippen op het terrein moet het ook afgelopen zijn. Wat is er met die accu? Is dat maar 10 Volt?
Er komt een slaperige Windi aan de telefoon: het aggregaat moet voorlopig aanblijven. Zo kan ik niet werken.
Een foto wordt rechtgezet. Nummer 203 en 204 gaan naar het kantoor.
Dat gedrup is toch wel erg hinderlijk.
Buiten in het oerwoud breekt een tak af. Er ritselt wat. Verder is het eenzaam.
Het is akelig stil. Het is vier uur als de pijpen rust krijgen in de asbak.
Op dat moment komen ergens ver weg gedienstige geesten zich melden voor de Troon. Hebben jullie ook erg gehad in Mijn knecht daar onder dat grote glimmende dak? Jazeker, daar hebben ze nogal eens moeten ingrijpen. Toen met die Jeep in dat ravijn en die keren met die malaria, daar zouden ze de hele nacht wel over kunnen doorgaan.
Ik verleen deze man eervol ontslag.
Nu. Met onmiddellijke ingang.
De meisjes hebben al lang en breed de rode cementen gang gedweild als de wekker tot het eind afloopt. Boven de regen uit klinkt vaag vanuit het internaat Psalm 23. De Heer is Mijn Herder. Het is de vooravond van de vierde zondag in de Lijdensweken. Als er in de keuken een kwartiertje is gefluisterd loopt een waaghals op haar tenen naar de kamer. Een meisje tikt zachtjes op de deur van tuan. Niets.
Dan worden de mannen geroepen.

Verbijstering.
Als ds Bunggul in de loop van de morgen op de motor stapt om Holland deelgenoot van het verdriet te maken, achtervolgt het gekrijs hem tot in Waingapu toe. De werkploeg heeft dan in de timmerloods al de maat genomen. Het is zaterdagmorgen half zes als in een laag huisje achter de kerk in Maasland de telefoon gaat. Dat kan nooit goed zijn.
Met Bunggul, mijnheer.
Droevig, mijnheer.
Dominee Goossens is gestorven.
Als het in onze streken wintert, heerst op Sumba de natte moesson. Wat er ook verandert: dat gaat door. Dat gaat net zo lang door tot – hoor – mijn geliefde!
Zie, daar komt hij, springend over de bergen, huppelend over de heuvels. Mijn geliefde gaat tot mij spreken: Sta toch op, mijn liefste, mijn schone, en kom. Want zie, de winter is voorbij.
De regen is over.
Verdwenen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief