In dat huis daar woont een vrouw

2002-05-17
  • Jaargang 46
  • nummer 10
Een zondagmorgen in Amsterdam.
Een straat in oost. Een oude katholieke school, de gymzaal. Er staan dertig stoelen, er is een keybord, er staat een smalle katheder. Het is er koud, een ongezellig hok. Hier komt de Arabisch-Evangelische gemeente samen.
Een vriendelijke, redelijk goed nederlands sprekende egyptenaar heeft de deur voor ons open gedaan. Er lopen wat kinderen rond, een paar mannen zitten al in de zaal en een vrouw speelt zachtjes op het keybord. Telkens als er iemand binnenkomt worden er handen geschud en wij worden niet overgeslagen. Het is, alsof je heel welkom bent, en dat zal ook blijken.
Wij zijn hier omdat onze egyptische schoonzoon Akram dat heeft gevraagd.
De aanwezigen zijn merendeels van egyptische komaf. Mensen die zich in het strakke, orthodoxe keurslijf van de Koptische kerk niet meer thuisvoelen.
Het is een moedige stap van dit groepje mensen om een eigentijdse en aansprekende dienst te beleggen, naast de dorre, aan tradities gebonden diensten van de oude kerk. Vandaag spreekt een hollandse- dominee, de schoonvader van Akram. Er zal een goede tolk aanwezig zijn om de preek te vertalen, want lang niet iedereen zal het anders kunnen volgen.
Er wordt gezongen, veel en luid.
Akram is voorzanger. Dat was hij ooit in de Rotskerk in Caïro. Hij heeft een mooie stem. We verstaan er niets van, herkennen alleen sommige melodieën als opwekkingsliederen die wij ook zingen. Telkens wordt er een stukje uit de bijbel gelezen en gebeden. De 'voorganger' vertelt ons waar het over gaat, want die taal, daar kan ik geen touw aan vastknopen. Ik hoor 'Jezus' en 'Baba', wat Vader betekent. Veel woorden hebben een sterke verwantschap met het hebreeuws.
Tijdens de preek, die de vorm van een bijbelstudie heeft, wordt ijverig meegelezen en meegedaan. Aan het eind van de dienst wordt de hollandse dominee hartelijk bedankt voor alles wat hij gezegd heeft. Een vrouw zegt: ik heb deze geschiedenis al zo vaak gelezen, maar nog nooit zoals u het vanmorgen hebt uitgelegd. Dank u wel.
(Mozes, die zijn zoon de naam Gersom geeft: ik ben een vreemdeling in een vreemd land).

Ik erger me soms zo aan ons, nederlanders.
Wat zijn we vaak kleingeestig en wat kritiseren we een ander toch snel (ik ook). Denk alleen maar aan de discussie rond Máxima, haar vader, haar kerk, haar priester.
Maar, dacht ik die zondagmorgen in Amsterdam: dít kan toch ook in ons land. Hier mogen mensen in alle rust en vrijheid hun eigen kerkdienst beleggen.
Laten we daar dan maar dankbaar voor zijn.

Ytje Veefkind, Amersfoort

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief