Voortvarend en oprecht.

2002-05-03
  • Jaargang 46
  • nummer 9
In onvoorstelbaar korte tijd is zijn leven afgebroken. Binnen enkele maanden. Vier weken vóór hij te horen kreeg dat er niets meer aan te doen was, stond hij nog op de schaatsen.
Hij leek nog zo vitaal, al was hij dan al 71.

Albert Koers - als student in Kampen leerden wij elkaar kennen. We kwamen op dezelfde kamer. Hij wat ouder, maar later begonnen aan deze studie. Hij had al een baan in de maatschappij, maar zijn leven had een wending genomen, gekregen. Afkomstig uit een gezin waarin de kerk geen rol speelde, had hij een meisje van de (vrijgemaakte) kerk getroffen. En van het een was het ander gekomen. Zijn studie leek soms op een inhaalslag. Zo zag hij het zelf ook. Hij kon me benijden om mijn opgegroeid zijn in een christelijk gezin, op een christelijke school… In ons laatste gesprek kwam het nog weer boven. "Jij kwam uit een ‘rijk’ gezin, ik had niks." Ja, wel een lieve vader en moeder, maar niet dàt, wat hij later ontdekte, indronk, waar hij zo rijk mee was. De bijbel, de Here kennen.
Bij al het andere waren vooral de boeken van mijn vader voor hem een gids om het levende en krachtige Woord van God te ontdekken.
En dat heeft hij ook zó verkondigd, als Dienaar des Woords, Verbi Divini Minister: levend en krachtig. Vurig. Voortvarend en oprecht. Als een arbeider, die rechte voren trekt bij het brengen van de waarheid (2 Timoth. 2,15). Zo is hij veel mensen tot zegen geweest. "U preekt anders"
zeiden ze soms.
Maar hij is er ook mee opgebotst tegen mensen. O, die mensen in de kerk. Die kronkelwegen gaan. Die dwarsliggen om dingen die niet de moeite waard zijn.
Ook deze dienaar van Gods Woord heeft de moeiten gekend van het ‘kerkelijk leven’, met name ook van het geharrewar in de jaren 60. Het heeft hem diep gekrenkt.
Overheersing, verdachtmaking.
Hij kon er later nog fel op reageren.
In 1971 kwam hij in Wormer.
Hij was eigenlijk niet ‘in’ voor een beroep.
"Laat mij maar, dat is niks voor mij" ‘t Bleek wèl iets voor hem daar, hij was er op zijn plaats. In een nare situatie begonnen heeft hij met grote inzet gewerkt aan de opbouw van de gemeente. Door zijn preken en catechiseren, door vermaan en bemoediging.
Recht uit, in concrete en duidelijke taal. Zó als het aan de Zaan verstaan wordt. Het werd een goede tijd, 25 jaren werken.
Een nieuw kerkgebouw kon in gebruik genomen worden en wat heeft hij eraan meegewerkt. Ook met eigen handen..
Studeren in de Schrift, zoeken naar de zin, de lijn en dan de boodschap vorm geven, in één keer op papier zettendaar heeft hij veel energie in gestoken.
Zwoegen in het Woord en de leer.
Maar ook andere inspanning was hem lief. Spitten in de tuin. Trekken aan de riemen van de boot, uitwaaiend op het wijde water achter de pastorie. In de zomervacantie ver weg zwervend om te surfen. En ‘s winters gingen de schaatsen onder. In Dronten, na het emeritaat, kon dat het hele jaar door.
Ineens is al die activiteit stilgelegd.
Plotseling moest hij de dood onder ogen zien. Heel bewust. De Here heeft hem geholpen. "Ik weet van wie ik ben en Hij sleept me er wel door."
De Here heeft Albert Koers niet tevergeefs geroepen, om Hem te kennen, in Zijn dienst te staan, van Zijn genade te leven.
En Albert heeft niet tevergeefs zijn hele leven, ook met "alle ellende" in Zijn hand gelegd.
O, ‘t is onvoorstelbaar, dat we zijn lach niet meer horen, die klaterende lach, zijn kwinkslagen. Wat een leegte laat hij achter, vooral voor Hennie die zo lang met hem samen mocht zijn.
Maar die hem riep is trouw en sterker dan de dood.
Straks staat Albert weer recht en kan de wijde wereld weer in.
De nieuwe.
Beide ogen vol verwondering.
Straks, als de Opperherder verschijnt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief