God in de beklaagdenbank (2)
2002-06-14
Eind april hield Wim Rietkerk op een congres in Boedapest (Hope 21) een lezing over valkuilen in de apologetiek.- Jaargang 46
- nummer 12
Twee weken geleden ging hetin een eerste artikel - over de valkuil, dat wij in het gesprek met niet-gelovigen voor advocaat van God gaan spelen.
Het is een rol, die je vanuit onze cultuur gemakkelijk opgedrongen krijgt, want voor het gevoel van de moderne mens zit God immers in de beklaagdenbank.
En welke rol past christenen in zo’n geval beter dan die van advocaat?
Maar het gesprek zal weinig opleveren, omdat het (opgedrongen) uitgangspunt al niet deugt. Hoe je veel beter kunt reageren, hebt u in het eerste artikel kunnen lezen. Maar deze eerste valkuil is de enige niet .....
Bewijs maar eens! (2e valkuil)
De tweede hangt hier nauw mee samen en kan gemakkelijk uitgelegd worden als we nog even een moment stil blijven staan bij het metafoor van de rechtszaal. Als God in de beklaagdenbank zit en de moderne mens de aanklager (of advocaat) is, wie is dan de rechter? De rechter die het laatste woord zou moeten hebben was en is voor vele moderne mensen nog steeds de godin van de Rede. Ja, God zou zichzelf wel kunnen rechtvaardigen als Hij maar met voldoende bewijzen zou komen voor de troon van die rechterstoel.
Misschien weet u wat Bertrand Russell van plan was te zeggen als hij God aan het eind van de tijden zou ontmoeten (iets waarin Russell overigens niet geloofde). Maar als het mocht gebeuren en God zou hem vragen waarom hij niet geloofde, dan zou hij zeggen: ‘Bewijs Heer, gewoon niet genoeg bewijs!’ Bewijs. Dat is wat geëist wordt. Als dat bewijs niet geleverd kan worden voor de rechterstoel van de menselijke rede, dan is de zaak voor God verloren.
Bewijs of argument
Het is een echte valkuil voor apologeten om te proberen dat bewijs te leveren.
Ik wil hier wijzen op een subtiele verandering in de verschijningsvorm van de rede in de loop van de geschiedenis van onze westerse cultuur. In het begin was de rede een ‘warme’ manier om de wereld om ons heen te begrijpen, later bleek er een scheermesje in de zachte spons te zitten. De ‘rede’ werd na de Verlichting de ‘autonome rede’ en het scheermes dat in de spons van de rede kroop is erg scherp. Het stelt eisen die geen christen ooit kan vervullen.
Alsof God een wiskundige formule zou zijn of nog erger een UFO!
Argumenten waren niet langer goed genoeg; verifiërende of op zijn minst falsifiërende bewijzen moesten geleverd worden. Deze omslag voltrok zich in de tijd van de Verlichting, politiek gezien de tijd van de franse revolutie, toen ze letterlijk alle beelden uit de Notre Dame haalden en in plaats daarvan ‘de godin van de Rede’ binnendroegen.
De christelijke apologeten van vóór die tijd spraken in hun naïvi teit over ‘bewijzen’ voor het bestaan van God. Daarmee hebben ze nooit ‘bewijzen’ bedoeld op de moderne manier, maar ze bedoelden krachtige argumenten. Beginnend bij de openbaring.
Psalm 36: ‘in Uw licht zien we het licht!’ De moeilijkheid van de apologetiek vandaag is om de balans te vinden.
We trappen echt in een valkuil als we, onbewust van de verandering in de aard en verschijningsvorm van de rede, vrolijk de uitnodiging accepteren om ‘bewijzen’ van God aan te leveren.
Maar aan de andere kant is het erg belangrijk om niet uit balans te raken en te blijven zeggen; ‘bewijzen, nee, maar argumenten, redelijke argumenten, ja.’
Fantastische software
Bijbels gezien is er niks mis met goed en helder denken. De warme rede zonder het scheermes! Denk aan Spreuken 24:3,4: ‘Door wijsheid wordt een huis gebouwd, door verstand wordt het bevestigd; door kennis worden de kamers gevuld met allerlei kostbaar en lieflijk bezit.’ En de apostel Paulus in 1 Corinthiers 14:20: ‘Broeders, weest geen kinderen in het verstand, maar in de boosheid; wordt in het verstand (phresin) volwassenen’!
Het verstand is volgens de bijbel het denkvermogen van de mens dat het voor hem mogelijk maakt om feiten te verzamelen en ordenen, om ze te b eschrijven in hun samenhang, om de werking te begrijpen en om oriëntatie te leveren, te vertellen hoe je ermee moet omgaan. Fantastische software.
Geen tekst. Die komt van buiten, maar goede software! Met die fantastische gave begonnen de pioniers van de westerse wetenschap en filosofie hun werk. Het leidde naar grote successen: de natuur werd bestudeerd, in kaart gebracht en gereconstrueerd. De westerse technologie heeft onze kijk op de wereld veranderd. Ziekte en armoede werden met succes aangepakt, educatie, emancipatie, democratie en vrijheid.
Het meeste hiervan is ondenkbaar zonder het succes van rede, wetenschap en technologie.
Monsters van kinderen!
Maar terwijl het succes van deze benadering toenam, werd de rede ten troon verheven en verhoogd tot het niveau van het ware en enige licht.
Wat het oog is voor het fysieke bestaan van de mens - zo was de gedachte - is de rede voor de geestelijke mens. Het oog van het ware zijn, het licht van de natuur, pseudo-openbaring.
Het scheermes van de eis van absolute zekerheid en controle door de autonome rede van de mens kroop erin. Dat leidde in toenemende mate tot een beperkt wereldbeeld: we weten ongelofelijk veel over steeds kleinere gebiedjes van de werkelijkheid. Maar we zijn agnosten wat betreft alle dingen die groots en echt belangrijk zijn.
Arme mens, verloren in zijn grootheid.
De droom van de rede heeft monsters geproduceerd, schreef Goya. Monsters zoals het agnosticisme en nihilisme en materialisme. Schaeffer typeerde dat als ‘gezonken zijn onder de lijn van de wanhoop’.
Bevrijding van de rede
Terugkomend op ons onderwerp: tegen de achtergrond van deze geschiedenis van het rationalisme, zou het een grote fout zijn als we de verborgen uitdaging van de moderne mens zouden aannemen om bewijzen te leveren.
Apologetiek die dit probeert te doen, neemt de wapens over van de vijand, maar valt daarmee in het zwaard van de tegenstander. Karl Barth heeft vele pagina’s in zijn dogmatiek besteed om te beschrijven wat gebeurt als we het proberen (I,2,94ff). Menigeen zal zich zulke gesprekken herinneren. Je probeert iemand te overtuigen met redelijke argumenten, maar het werkt precies het tegenovergestelde uit. Dat komt omdat ik voor een moment de verborgen vooronderstellingen van mijn opponent heb overgenomen - namelijk dat de rede de enige manier is om de waarheid te vinden. In ieder gesprek met de moderne mens moeten we eerst ‘spiegelen’, tijd nemen om aan de oppervlakte te brengen wat onze gesprekspartner verwacht van dit gesprek.
Wat is de manier waarop we argumenten gebruiken? Is het het warme denken, nauw verbonden met het geheel van het leven? Of is het de spons met het scheermes in het midden? Alleen als we eerst deze achtergrond helder hebben, kunnen we een zinnig gesprek hebben! Geef dan goede argumenten!
Vertel verhalen die mensen aan het denken zetten! Pas de criteria toe van waarheid en wees correct in het volgen van alle regels van het logisch denken.
Alles is prima, als we maar eerst de valse pretentie van de autonome rede van de moderne tijd ontmaskerd hebben.
Soms denk ik dat we niet alleen ontmaskering nodig hebben, maar bevrijding - ‘ministry’ (bediening) zoals ze het in de New-Wine beweging noemen.
Jezus wees op een weerstand tegen de kennis van God en zei: ‘deze geest zal nooit weggaan dan door vasten en gebed alleen!’
Je moet het ervaren (3e valkuil)
Terwijl we in het gesprek met de moderne mens kunnen vallen in de valkuil van het rationalisme, doet zich in de postmoderne tijd een omgekeerde valkuil voor namelijk dat wij alleen nog maar durven komen met een subjectief verhaal over wat het geloof mij doet. Want zowel in als buiten de kerk is er een omslag gekomen. De plaats van het verstand - vooral in zaken van geloof en levensbeschouwing - is verder en verder teruggedrongen. Daar staat tegenover dat er wel veel meer oor is voor wat geloof voor mij betekenen kan. ‘I believe Him, because He moves me so’ zong Maria van Magdala in Jesus Christ Superstar. Daar wil iedereen wel naar luisteren, zolang wij maar niet één manier van ervaren tot de ware maken...
Hoe staan wij hier tegenover?
Wending
Alistair McGrath zegt in zijn boek ‘Bridge-building’ p.225: Laten wij dat maar voor een moment accepteren en niet allereerst met de waarheidsclaim komen. Laat maar gewoon zien hoe diepgaand de liefde van God ons leven vernieuwt en verrijkt. Laat zien hoe relevant het christelijk geloof is en niet hoe rationeel. Dat betekent wel een wending. Vroeger was het: eerst waarheid dan ervaring. Nu: eerst ervaring en dan verklaring. Dat laatste lijkt in de lijn te liggen van wat in het boek Handelingen verhaald wordt. Als de Pinksterdag aanbreekt zijn er eerst de tekenen en dan de verkondiging. Er zijn tongen van vuur en Petrus legt het uit. Er wordt een lamme genezen en de apostelen knopen daar de verkondiging van de waarheid aan vast: eerst demonstratie, dan proclamatie.
Elaine Storkey uit Engeland zei: ‘Het is opvallend hoe veel jongeren ‘ja’ zeggen op mijn vraag : zullen wij samen bidden!
En het gebeurt mij steeds weer dat ik pas daarna met hen kan praten over wat het geloof en gebed hen doet. Vroeger kreeg je eerst verklaring dan ervaring. Nu geldt: first experience, than explanation.’
Geen peptalk
De valkuil die zich hier voordoet is: het maar liever alleen bij die privéervaring te laten. Alleen te letten op wat het mij doet. Hier kun je in een diep moeras weg zinken, want er is echte, maar ook valse ervaring. Iets kan je heel erg goed doen en toch bij nader inzien op bedrog rusten. Ik heb Pieter van Kampen eens hiervoor het voorbeeld horen gebruiken van een pastoraal gesprek met een meisje, dat aan depressies leed. Zelf dacht zij dat het lag aan het feit dat zij niet knap was en daarom niet populair bij jongens.
De dominee wist haar daar helemaal uit te praten en zei: ik zie hoe de jongens naar je kijken, je beeldt het je in, je bent zo aantrekkelijk als wat! Zij ging helemaal opgewekt en vrolijk bij hem vandaan. Wat zou u daarvan zeggen? Een echt postmodern mens zegt dan: Prima, dat was een positieve ervaring. Het deed haar goed, houden zo! Voor mij is dit een illustratie van wat ik de valkuil van de postmoderne tijd noem: de ervaring van het meisje berustte niet op de waarheid.
Ervaring moet rusten op realiteit.
Dat deed deze ervaring niet. Ik neem aan dat het meisje uit het voorbeeld een maand later nog dieper wegzonk dan ervoor. De goede ervaring komt op het moment dat iemand tegen haar durft te zeggen: ‘Ja , je bent niet knap, integendeel, maar Jezus houdt van je.’ Op die ervaring valt te bouwen en kun je je manco’s relativeren en je gaven ontplooien. Dat is de waarheid.
Tegenover McGrath zou ik willen stellen, dat je dat toch nooit tussen haken kunt zetten. De waarheidsclaim zal altijd meekomen.
Peptalk eerst en dan de waarheid?
Nee, zo gaat het niet, want echte ervaring wordt alleen aan waarheid opgedaan. ‘Er komt een moment dat de kinderen, die inbrekertje spelen in de voorhal van het ouderwetse herenhuis opschrikken en zeggen: waren dat geen echte voetstappen op de trap? (C.S.Lewis in Wonderen p.134).
Terugtrekken (4e valkuil)
De laatste valkuil tenslotte is er een, die ik vandaag bij het dieper worden van de kloof tussen gelovigen en ongelovigen overal opmerk: laten wij maar berusten in het feit dat de ander het gesprek niet zoekt. Laten we daarom het adres van onze aanspraak veranderen: richt je op het gehoor dat je hebt en vergeet voorlopig het gehoor dat je niet hebt.
Het is ook verleidelijk om het adres van onze aanspraak te veranderen en ons op gelovige christenen te richten.
Apologetiek wordt dan een vorm van zelf-bevestiging en zelf-verheldering.
Het trof mij dat dr. F.A.Schaeffer desgevraagd aan het einde van zijn leven (in ‘Reclaiming the world’ episode X) zei: ‘Ik heb mij altijd bij iedere lezing voorgehouden dat ik in gesprek was met niet-gelovigen. Ik heb altijd gemerkt dat gelovigen er dan het meest aan hadden. Als je je innerlijk gaat richten (in de apologetiek) tot de gelovigen dan verlies je niet alleen de ongelovigen, maar onherroepelijk ook de gelovigen.
Spreek je ongelovigen aan, dan krijg je de gelovigen altijd mee.
Liefdes-offensief
Het doel van alle apologetiek is niet het verdedigen, het jezelf bevestigen, het is de aanval. Echte apologetiek is offensief. De onkerkelijke en ongelovige zit ook in ons eigen hart. De vijand van God is overal aan het werk. In onze tijd is hij erin geslaagd om God in de beklaagdenbank te krijgen. Wij hebben gezien hoe de Heer daar zelf in heeft voorzien. Wij hoeven niet zijn advocaat te zijn. Die heeft Hij zelf ons gegeven (Filippenzen 2). Het is ook een valkuil om te strijden met het zwaard van de vijand, de autonome rede of omgekeerd de waarheids-claim los te laten.
Apologetiek vraagt om een warm hart voor de verdoolde mens van deze tijd.
Apologetiek blijft ten diepste een liefdesoffensief.