Niet leuk
2002-06-14
‘Houten’ is een begrip geworden in de Nederlands Gereformeerde Kerken.- Jaargang 46
- nummer 12
Niet iedereen vindt dat leuk.
Sommigen zijn niet blij met de charismatische wind die daar waait.
In Houten is men evenmin blij met de status van ’fenomeen’. De organisatoren van de jaarlijkse NGK-predikanteconferentie trokken de stoute schoenen aan en belegden 5 juni j.l. in Lelystad een conferentie over ‘Het werk van de Heilige Geest’. Spreker was prof. dr. Bram van de Beek, verbonden aan de VU (IRTI).
Twee uitersten
De hoofdlijn in het betoog van prof. Van der Beek was, dat er momenteel te veel aandacht is voor het ‘positieve’ in het werk van de Geest en te weinig voor het ‘kritische’. Hij wil twee uitersten vermijden. Het ene typeerde hij als ‘pneumatologisch deïsme’, dat er niet mee rekent dat Gods Geest ook nu nog in ons midden handelt. Van de Beek denkt daarbij in de richting van de traditionele gereformeerde opvatting, dat de Geest zich met pinksteren krachtig met tekenen en wonderen manifesteerde, maar na die eerste eeuw niet meer. Het andere uiterste komt hij tegen in meer charismatische kringen, waar de nadruk wordt gelegd op het helende werk van de Geest en weinig oog is voor de Geest die kritisch, ontmaskerend en onverwacht werkt. ‘We moeten de Geest niet tot een leuke oppepper van het leven maken’, zo stelde de Amsterdamse hoogleraar.
Geest en Woord
Het meest positief was Van de Beek over het werk van de Geest in Gods openbaring. De Geest heeft gesproken ‘door de profeten’ (Geloofsbelijdenis van Nicea).
De hele Schrift, inclusief haar ‘vreemdheid’, is ‘van kaft tot kaft’ vervuld met de aanwezigheid van de Geest. Maar het handelen van de Geest is ‘wijder en groter’ dan de Schrift. Het werk van de Geest in het heden is geen openbaring die ‘erbij’ komt, maar hoort tot de ene openbaring van de ene God ‘die zich voortzet’. Voor ons is daarom de toetssteen, of we ‘eensgeestes’ zijn met de Schrift en met de vroege kerk. Het gaat om ‘herkenning van wat toen gezegd is’. Het werk van de Geest is zelfs nog breder. ‘De Geest werkt in de wijdte van de schepping’.
Kruis
Maar ‘als de Geest gaat ontdekken…, ontmaskeren’ hoe schepping, kerk en mensheid ervoor staan, blijkt het werk van de Geest niet zo ‘leuk’ te zijn. De kern van het werk van de Geest ziet Van de Beek in de doop afgebeeld: Het doopwater is vooral ‘chaos-water’ waarin je als mens ondergaat en waardoor alleen Christus voor je overblijft.
‘Dat is het grondpatroon van de Geest’.
Door de Geest is ons leven niet anders dan een gestadig sterven. ‘Je bent geen subject meer van jouw geschiedenis… Een ander is Subject: Christus door zijn Geest’. Het werk van de Geest en het werk van Christus, die aan het kruis stierf voor ons stierf, zijn nauw verbonden.
Soms wonderen
Van de Beek sprak ook over de gaven van de Geest, zoals genezing, tongentaal en profetie. Dit zijn geen ‘noodzakelijke gaven’, die nodig zijn om een echte christen te zijn. Maar ze zijn er wel! Goed mogelijk dat we te weinig loven en danken vanwege de wonderen die God doet en dat we te weinig ‘de roepstem volgen van de profetie’.
Maar tegelijk moeten we het uitzonderlijke karakter van deze gaven niet uit het oog verliezen, zo stelde van de Beek. Isoleer ze niet van het kruis, waardoor er te weinig aandacht is voor het kritische aspect aan het werk van de Geest. Dat kritische aspect blijkt uit de Schrift: ‘De profeten in Handelingen hebben geen leuke boodschap’ (Handelingen 11:28, 20:22-24).
Gebedsgenezing is evenmin alleen maar positief: We leven in een ‘werkelijkheid van gebrokenheid’. In deze werkelijkheid brengt genezing van enkelen juist de pijn aan het licht, omdat lang niet iedereen genezing ontvangt.
Van de Beek wil daarom niet weten van een programma voor charismatische vernieuwing. We moeten ‘slechts Christus verkondigen en ontdekken dat de Geest soms wonderen doet’.
In de discussie was een belangrijke vraag of het werk van de Geest in de bijbel toch niet positiever en krachtiger getekend wordt dan in de weergave van Van de Beek. In het middagprogramma sprak de Indiër Sukrit Roy naar aanleiding van Handelingen 1::8 (Jeruzalem, Judea, Samaria … India) over Gods werk in Bengalen. Sukrit getuigde van de krachtige werking van Gods Geest in Calcutta en omgeving.
Terugkijkend op de dag denk ik dat de teneur was, dat het werk van de Geest geen ‘leuk’ extraatje is. Wel spoort zijn werk ons ertoe aan om in ootmoedig gebed grote dingen van God te verwachten.